Labour Law

Labour Law



Page : 1   2   3   


Corruption and Human RightsCorruption and Human Rights
André T. D. Figueiredo

Some scholars and even human rights monitoring bodies have started to make the connection between corruption and human rights violations. When asked about this connection, most people easily picture a country ruled by a dictator who steals public money to support his luxury life while the population suffers from the lack of essential public services, such as healthcare and education. The connection in itself is appealing. Nonetheless, sometimes this connection is made without the proper concern for fully developing the argument and its consequences. The purpose of this study is to go beyond this appealing link and to clarify the argument that making an explicit link with human rights has indeed added value. Framing corruption as a human rights violation cannot be an end in itself, a pure exercise of relabeling the problem. This study aims to give a practical significance to the connection by addressing, in a non-exhaustive way, the practical value of framing corruption as a human rights violation and the possibilities in which international human rights law can be used to strengthen the fight against corruption. By doing so, this book also presents how UN human rights bodies are referring to corruption, and how they could contribute more to fighting this global problem. This book is an adapted version of the author's LL.M. thesis presented at Radboud University in June 2016,where he graduated cum laude after being the recipient of a scholarship.





Onderwijs in Nederlands-IndiëOnderwijs in Nederlands-Indië
N.S. Efthymiou

Dit boek is een studie over een aspect van het constitutionele recht voor Nederlands-Indië, en wel over het onderwijs in Nederlands-Indië in de periode 1602-1942. Het boek geeft een beschrijving van dit aspect en beoogt het aspect te typeren. Om de beschrijving en de typering begrijpelijk te maken gaat aan de studie over onderwijs in Nederlands-Indië een korte behandeling vooraf van algemene kenmerken van constitutioneel recht voor Nederlands-Indië. N.S. Efthymiou is universitair docent staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.





Twee eeuwen dienstplicht, discipline, dienstweigering en desertieTwee eeuwen dienstplicht, discipline, dienstweigering en desertie
S. Meuwese

Deze studie waarop Stan Meuwese in maart 2017 in Tilburg promoveerde, is opmerkelijk genoeg de eerste en enige wetenschappelijke juridische studie over de dienstplicht. De ontwikkeling van de wetgeving en de rechtspraak vanaf de invoering van de dienstplicht in Nederland in februari 1811 door Napoleon tot aan de opkomst van de laatste dienstplichtigen in januari 1996 komt aan de orde. Tien chronologische hoofdstukken bevatten ieder bevat vier paragrafen: de dienstplicht (hoe komt men in de krijgsmacht terecht), de discipline (hoe houdt men met behulp van het militair straf- en tuchtrecht de dienstplichtigen vast in de kazernes), de dienstweigering (hoe bleef men uit het leger) en desertie (hoe ontvluchtte men aan de krijgsmacht). De juridische legitimatie van de dienstplicht heeft in de loop van twee eeuwen steeds ontbroken. Arm of rijk, jongen of meisje, uit een groot gezin of uit een klein gezin, leek of priester: de rechtsgeschiedenis van de dienstplicht toont geen beeld van gelijke behandeling. De dienstplicht is in 1996 niet afgeschaft, maar opgeschort. Toch zal de formele dienstplicht ook op meisjes van toepassing verklaard worden. De rechtsgeschiedenis van de dienstplicht is ook het verhaal van mensen: Dirk Donker Curtius die in 1813 werd opgeroepen voor de Garde d’Honneur van Napoleon, J.K. van der Veer, die in Middelburg in 1896 de schutterijplicht weigerde gebaseerd op antimilitaristische motieven in de lijn van Tolstoi, Herman Groenendaal die in 1921 als dienstweigeraar in hongerstaking ging, sergeant Meijer die op 12 mei 1940 werd geëxecuteerd wegens verlaten van zijn post op de Grebbeberg, Poncke Princen, die in Indië in 1948 kant van de nationalisten koos, Rinus Wehrmann die in 1971 weigerde zijn lange haren te laten knippen, Hans Dona en Wim Schul die in 1971 op grond van een artikel in een VVDM-blad drie maanden tuchtklasse in Nieuwersluis kregen, Kees Vellekoop die in 1973 op grond van politieke bezwaren tegen de krijgsmacht in gevangenis kwam. De toekomst van de dienstplicht ligt achter ons: het is mooi geweest met de dienstplicht. prof. mr. drs. Ben Vermeulen, lid van de Raad van State en hoogleraar staatsrecht: Dit is ongetwijfeld het best geschreven proefschrift dat ik ooit heb mogen begeleiden. Het leest als een trein, is buitengewoon soepel geschreven, bevat veel woordspelingen en -rijmen, talloze petites histoires en is vaak buitengewoon humoristisch.  





Alternatieve Gassen en AansprakelijkheidAlternatieve Gassen en Aansprakelijkheid
D.G. Tempelman

Dit proefschrift behandelt de vraag wie aansprakelijk gesteld kan worden voor schade die ontstaat door groen-gasinvoeding en waterstofbijmenging. Allereerst worden de Europese en Nederlandse ontwikkelingen besproken in de gassector, in het bijzonder het proces van Europese marktintegratie en-liberalisatie waarbij de aandacht voornamelijk uitgaat naar het Nederlandse liberaliseringsproces. Als gevolg van het proces van marktliberalisatie is het aantal actoren toegenomen en heeft er een verschuiving van verantwoordelijkheden plaatsgevonden. Deze verantwoordelijkheden liggen deels in de wet verankerd en zitten deels in contracten besloten. Om deze reden worden de wettelijke taken en bevoegdheden en de contractuele relaties besproken. De contracten worden voor zover mogelijk privaatrechtelijk gekwalificeerd en kort inhoudelijk behandeld waarbij de aandacht uitgaat naar de afspraken omtrent aansprakelijkheid. De grondslagen voor de wettelijke aansprakelijkheid worden ook besproken, in het bijzonder de aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken, gebrekkige opstallen, gevaarlijke stoffen en gebrekkige producten. Tevens wordt de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad behandeld. Om de centrale vraag te beantwoorden is gekozen voor een casusgerichte aanpak en worden twee scenario’s geschetst die antwoord geven op de hoofdvraag.





BLURRED LINESBLURRED LINES
D. McLean

We leven in een tijd waarin velen in het uitgaanscircuit blind varen op de uiterlijke schijn van de ander, en waarin vluchtige seksuele escapades lijken te zijn uitgegroeid tot het vaste sluitstuk van een leuk avondje stappen. In dit hedonistische klimaat, dat treffend het dynamische nachtleven van een metropool als Utrecht typeert, regeert de fantasie van degene die zich aan het spel der verleiding waagt. In dit spel, waarin de alcohol rijkelijk vloeit en verboden verdovende middelen eveneens niet worden geschuwd, begint grootspraak al gauw een eigen leven te leiden, en dreigt de reeds precaire balans tussen verleiding en misleiding dieper te worden ondergedompeld in het moeras van suggestie en dubbelzinnigheid. Het minder consensuele seksuele verkeer dat zulk bedrog kan bewerkstelligen, is in menig rechtsstelsel strafbaar gesteld.
In deze thesis staat de meer flagrante vorm van seksuele misleiding – het onder valse voorwendselen aanzetten van anderen tot het plegen of ondergaan van seksuele handelingen – centraal. Onderzocht wordt in hoeverre de praktische straffeloosheid hiervan te rijmen valt met de eerdergenoemde positieve verplichting tot een effectieve bestrijding van zedendelicten. Voorts wordt gekeken op wat voor wijzen de principes van een terughoudende toepassing van het strafrecht en de billijke etikettering van de gedraging der verdachte beperkingen stellen aan de reikwijdte van een eventuele strafbaarstelling van de seksuele misleiding. Bij het formuleren van zo’n strafbaarstelling wordt ter inspiratie onder meer gekeken naar de zedenwetgeving van Engeland en Wales, waar men al sinds jaar en dag strafrechtelijk optreedt tegende uitwassen van de seksuele misleiding. Beoogd wordt een oplossing voor het door mij gepercipieerde gat in de Nederlandse zedenwetgeving te vinden; een remedie die zowel recht doet aan de behoefte van de gemeenschap aan bestraffing van ernstige vormen van seksuele misleiding als rekening houdt met de aard van het strafrecht als laatste redmiddel ter bestrijding van maatschappelijke problemen.





From Policies against Poverty to the Human Right not to be PoorFrom Policies against Poverty to the Human Right not to be Poor
M. Papandreou

Poverty is a serious violation of human rights; this has been reiterated in numerous, national and international, documents and studies. The impact of poverty on the enjoyment of human rights has been explored extensively, and several commitments to eradicate poverty through promotion and protection of all human rights have been undertaken at a national, regional and international level.
There is however a question that has not been answered clearly and explicitly, and this is precisely the question that the author of this book attempts to answer, namely whether or not at this time it is possible to shift from the idea of poverty being a violation of various human rights to the idea of freedom from poverty being a distinct and separate new human right, which could simply be called “the right not to be poor”. The author examines whether or not those mainly responsible for dealing with poverty at a global and domestic level, namely international organisations and national states, have slowly but clearly moved from perceiving poverty as a violation of a number of rights to recognising a human right not to be poor. In this book the author illustrates how international organisations and national states very often decide on and implement policies, adopt legislation or create case law, based on a firm belief that people have the right to be protected against poverty. The author attempts to elucidate the nature of the right not to be poor and its possible sources and theoretical foundations, and shed light on several interesting aspects of its implementation at a national and international level. 





The recast Reception Conditions DirectiveThe recast Reception Conditions Directive
P. Minderhoud & T. Strik (eds)

On 20 July 2015 the deadline expired for the transposition of the recast Reception Conditions Directive (Directive 2013/33/EU of 26 June 2013 laying down standards for the reception of applicants for international protection (recast), OJEU 2013 L180/96).   The presentations on which this book is based, were originally given during a seminar on the Recast Reception Conditions Directive. This seminar took place at the Centre for Migration Law (Jean Monnet Centre of Excellence), Faculty of Law of the Radboud University Nijmegen, on Tuesday 8 December 2015.   In light of the very substantial level of interest, we publish a book on the results of this seminar in order to enable those who were not able to attend to benefit from the wealth of knowledge and information which was shared. The book is divided in two sections. The first section deals with the central themes and the problem issues of the recast Reception Conditions Directive. The second part of the book focuses on the implementation of the recast Reception Conditions Directive in a selected number of Member States.   This book offers insight in all the different aspects of the recast Reception Conditions Directive.





Exclusion clauses of the Refugee Convention in relation to national immigration legislations, European policy and human rights instrumentExclusion clauses of the Refugee Convention in relation to national immigration legislations, European policy and human rights instrument
Z. Yakut-Bahtiyar

Article 1F of the Refugee Convention excludes persons with respect to whom there are serious reasons for considering that they have committed a crime against peace, a war crime or a crime against humanity, a serious non-political crime outside the country of refuge prior to their admission to that country as a refugee or acts contrary to the purposes and principles of the United Nations. A 1F applicant loses any protection which would have been available under the Convention and, consequently, becomes ineligible for a residence permit under asylum. Though the exclusion of an asylum seeker basically leads to expulsion, this may be impossible to execute due to legal obstacles such as the non-refoulement principle. According to this principle, no one should be returned to a country where he fears for his life or freedom. This book is the result of a study into Article 1F, including an in-depth focus on the post-exclusion phase from a national and European perspective. In this study, the author is seeking solutions regarding the dilemmas surrounding the position of non-removable excluded asylum seekers. With its description of the applicable law as it stands, its theoretical framework and comparative elements, this research is valuable to legal practice and contributes to the continual debate regarding the possibilities and limits of developing a Common European Asylum System.





Sturen zonder Schuren Sturen zonder Schuren
B. Bröcking

In 2015 heeft de Jeugdwet het stelsel van de jeugdhulp ingrijpende veranderd. Gemeenten hebben de verantwoording gekregen voor alle hulp aan kinderen en gezinnen met opvoed- en opgroeiproblemen. Het doel van de Jeugdwet is door middel van onder andere preventie, eigen kracht en meer ruimte voor de hulpverleners een systeem te krijgen van toegankelijke, betaalbare jeugdhulp van goede kwaliteit. Dit proefschrift behandelt de positie van de cliënt in de jeugdhulp. Staat de cliënt centraal, dat wil zeggen heeft hij keuzen in de aangeboden hulp en is deze van goede kwaliteit? Daartoe worden de relaties tussen cliënt, hulpverlener en overheid onderzocht. Deze relaties kunnen schuren. Cliënten kunnen hulp vragen die niet past bij hun probleem, hulpverleners kunnen niet effectieve behandelingen toepassen en de overheid kan te veel bezuinigen. Dit leidt ertoe dat de cliënt niet de gewenste hulp van goede kwaliteit krijgt. Geconstateerd is dat cliënten moeilijk keuzen kunnen maken in hun zorgverlening. De enige partij die de cliënt daarbij kan helpen is de hulpverlener vanwege zijn professionele kennis en ervaring. Gemeenten hebben als doel de kosten van de jeugdhulp te beheersen. Zij hebben echter weinig zicht op de oorzaken van de vraag naar jeugdhulp. Ook hebben gemeenten geen greep op de plaats waar de kosten gemaakt worden: de behandelrelatie. Als oplossing wordt overleg tussen gemeenten, cliënten en zorgverleners voorgesteld. Dit veronderstelt dat partijen elkaar vertrouwen en verbinding zoeken om tot overleg over een toegankelijk en betaalbare zorg van goede kwaliteit te komen.





Privacy wetgevingPrivacy wetgeving
S. Fennell, R. Kroes, F. Koppejan, A. Thier (red.)

Met nieuwe Nederlandse regels sinds 1 januari 2016 en de in april 2016 aangenomen Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is privacy weer volop in beweging na een lange periode van relatieve rust. In deze bundel tref je een overzicht aan van de belangrijkste algemene wet- en regelgeving op het gebied van privacy en de bescherming van persoonsgegevens. Deze bundel is daarmee een onmisbaar hulpmiddel voor iedereen die vanuit zijn of haar vakgebied met privacykwesties in aanraking komt. Zoals je van Privacy Company gewend bent, bevat ook deze versie suggesties van superheld Captain Privacy, de boetebedragen bij de betreffende artikelen en een handig trefwoordenregister. Bent u al voorbereidingen aan het treffen voor de inwerkingtreding van de AVG in 2018 of heeft u vragen over implementatie van andere relevante wet-en regelgeving? Wij helpen u graag op een
praktische manier met alle privacy gerelateerde vraagstukken door middel van advies, tooling en
training.  





Nationality Requirements in Olympic SportsNationality Requirements in Olympic Sports
A.S. Wollmann

Who may compete for a country at the Olympics?
While the qualification rounds for the Rio Olympics have received huge media attention, the underlying question regarding which country an athlete may compete for only makes headlines when prominent athletes change the country for whom they are competing. Nationality requirements are an issue that has yet to be brought to the forefront of public discussion, as most recent works have only focussed on a small number of Olympic sports. This book explores the terra incognita of nationality requirements in Olympic sports, providing not only a comprehensive overview of the different sports, but also placing them in the wider context of the international standards of nationality law. The following questions are examined:
What are the eligibility criteria currently employed by the Olympic Sports? To what extent is it problematic to align these currently applicable eligibility criteria with international standards of nationality law? How can tensions that may exist between the criteria applied by the sporting federations and the international standards of nationality law be solved?





INTERNATIONAL STANDARDS ON NATIONALITY LAWINTERNATIONAL STANDARDS ON NATIONALITY LAW
G. R. de Groot & O.W. Vonk

While nationality law has traditionally been part of the nation-state’s ‘reserved domain’, recent decades have witnessed a growing body of international standards and guidelines in this area. This book provides the first comprehensive collection of multilateral international treaties, other international documents and case law of international tribunals regarding nationality law. Together these materials reflect the currently existing status of nationality under international law.
In addition, from being a stable field of law, nationality law has been subject to growing instrumentalization and change. International Standards on Nationality Law thus examines topical issues relating to nationality such as discriminatory practices in relation to gender, ethnicity and race, the status of surrogate-born children, diplomatic protection, the revocation of nationality of convicted terrorists, and ‘citizenship-for-sale’ programmes. Extensive bibliographical references have been included throughout, enabling the reader to identify relevant publications for further reading. Gerard-René de Groot is Professor of Comparative Law and Private International Law at Maastricht University and the University of Aruba (the Netherlands), and co-director of the Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE). He is the author of more than 500 publications in the areas of comparative law, nationality law and legal translation, and has acted on numerous occasions as expert-consultant to both national and international bodies dealing with matters of nationality law.
Olivier Willem Vonk holds a PhD from the European University Institute (Italy) and is currently a Marie Curie COFUND Fellow at the University of Liège (Belgium). Previously, he was a Marie Curie Outgoing Fellow at Maastricht University and a visiting researcher at Georgetown University (US). His publications include Dual Nationality in the European Union and Nationality Law in the Western Hemisphere (Martinus Nijhoff Publishers).
The authors are Consortium Members of the EUDO CITIZENSHIP Observatory and have collaborated with different organisations and institutions on issues of nationality law, including the Council of Europe, UNHCR, and the European Parliament.





Crimmigration law in the European UnionCrimmigration law in the European Union
A. Pahladsingh & J. Waasdorp

In the European Union the Return Directive aims at establishing common standards and procedures to be applied in Member States for returning illegally staying third-country nationals. An entry ban prohibits entry into and stay on the territory of all EU Member States (except the United Kingdom and Ireland) and Switzerland, Norway, Iceland and Liechtenstein. This instrument is intended to have preventive effects and to foster the credibility of EU return policy. The clear message is that those who disregard migration rules in the Member States will not be allowed to re-enter any Member State for a specified period. Furthermore, the entry ban is an instrument which can be used to prevent or to counter terrorism. The use of criminal sanctions in the area of immigration opens the largely political debate on the legitimacy of the process of criminalizing foreigners. The merger between criminal law and immigration law has been classified as “crimmigration law”. The entry ban falls within the scope of crimmigration law. The relation between immigration law and criminal law and the compatibility of national penal measures imposed as a punishment for illegal migration is developed in the case law of the Court of Justice of the European Union. There is a well-established jurisprudence on the interplay between domestic penal sanctions and the effectiveness of return policy. The effectiveness of the return process would be compromised by the application of a criminal penalty for violating the entry ban, because the primary objective of the Directive is not to prevent illegal presence in the territory but rather to put an end to it. The current issue is to determine to what extent the use of criminal sanctions by Member States is allowed in the situation that an entry ban is issued against an illegally staying third-country national. This research focuses on this issue.  





Narratives on Organised Crime in EuropeNarratives on Organised Crime in Europe
P. Van Duyne, M. Scheinost, G. Antonopoulos, J. Harvey & K. Von Lampe (eds.)

In this Cross-border Crime Volume a number of important European criminal narratives have been brought together. The chapters speak of criminal ‘narratives’ having a particular leitmotif around which elements of criminal phenomena are ordered such that a specific meaning can be conveyed. Corruption, organised and economic crime, fraud and money laundering are important themes for narratives about crime in Europe. The phenomenon of corruption has many common elements, which in each country become re-arranged into a national narrative or discourse. At present such narratives on corruption in Eastern Europe are highly relevant, in particular in view of the relationships with the EU. Also the organised crime narrative still has a prominent place in the European crime scene, whether it concerns Russian organised crime or cybercrime, targeting banks as well as individuals. The organisation of fraud and economic crime remains a serious challenge to consumers as well as the business sector. Amidst all these high-level forms of criminal organisation one can also find “traditional” versions of organised lawlessness, for example outlaw motorcycle gangs that continue to capture the imagination of law enforcement and the general public, not only Scandinavia.   This fifteenth volume of the Cross-border Crime Colloquium, held once a year at a different locatuion in Europe since 1999, contains the peer reviewed contributions of 18 internationally established and up-coming experts in the field of organised and economic crime, corruption, fraud and money laundering. The chapters are based on original empirical date and critical analysis and provide new insights in these fields, stimulating a critical discourse on criminal phenomena in Europe and beyond.





Researching the Nexus between Statelessness and Human TraffickingResearching the Nexus between Statelessness and Human Trafficking
L. Van Waas, C. Rijken, M. Gramatikov & D. Brennan

This publication presents the results of a two-year research project that aimed to develop and pilot a methodology for exploring the nexus between statelessness and human trafficking. It was a collaborative project in which scholars with expertise on statelessness (Laura van Waas), human trafficking (Conny Rijken), Subjective Legal Empowerment (Martin Gramatikov) and gender studies (Deirdre Brennan) worked side-by-side to design and execute research that cuts across disciplines. We hope that the publication will therefore be of interest to researchers and policy makers in each of these different fields. Included within this publication are two distinct but complementary reports: “A methodology for exploring the interaction between statelessness and human trafficking” (or Methodology Report) and the “The Nexus between Statelessness and Human Trafficking in Thailand” (or Thailand Report).





Wezenlijk Nederlands BelangWezenlijk Nederlands Belang
T. De Lange

Nederland wil een aantrekkelijk vestigingsland zijn voor hooggekwalificeerde kenniswerkers van buiten de EU. Het migratiebeleid biedt die kenniswerkers  de mogelijkheid om als zelfstandig ondernemers een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie.  Toch maken jaarlijks maar een paar honderd buitenlandse ondernemers van die mogelijkheid gebruik en zijn de afwijzingspercentages hoog.   De Universiteit van Amsterdam onderzocht hoe  de toelating voor arbeid als zelfstandig ondernemer naar Nederland is geregeld, hoe de aanvraag om toelating op grond van het gehanteerde puntenstelsel wordt beoordeeld, wat het resultaat was van die beoordeling en hoe dat resultaat valt te verklaren.  Dat veel ondernemers niet in aanmerking komen voor toelating heeft meerdere oorzaken, zowel gelegen aan de kant van de ondernemers als aan de kant van de Nederlands overheid. Met betere informatievoorziening door de overheid, betere voorbereiding door de ondernemers, enkele aanpassingen aan het puntenstelsel en in de uitvoeringspraktijk, zouden meer buitenlandse ondernemers een kans krijgen om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse economie. Daarmee dienen zij een wezenlijk Nederlands belang.   Tesseltje de Lange is juriste en al meer dan twintig jaar expert op het gebied van het migratierecht, in het bijzonder arbeidsmigratie en de arbeidsmarktpositie van migranten. Zij is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Tilburg en lid van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.





The Single Permit DirectiveThe Single Permit Directive
P. Minderhoud & T. Strik (eds)

On 25 December 2013, the deadline for the implementation of Directive 2011/98/EU on a Single Application Procedure for a Single Permit for Third-Country Nationals to Reside and Work in the Territory of a Member State and on a Common Set of Rights for Third-Country Workers Legally Residing in a Member State expired. This book highlights the central themes and problem issues concerning the decision making and transposition of this Directive. This single application procedure is meant to simplify existing procedures and to facilitate the inspection and control of the working migrants’ status. The Directive also provides for the right to equal treatment for all TCN legally working in a Member State, irrespective of the purposes for which they were initially admitted: both migrating workers and working migrants are protected. The contributions to this book are based on lectures presented on a seminar on the Single Permit Directive, organised in December 2014 by the Centre for Migration Law, Radboud University Nijmegen, co-sponsored by the Jean Monnet Programme. These contributions deal with the negotiations and the scope of the Directive, the issue of equal treatment, the effectiveness of TCN social rights protection and the transposition in Germany, Finland and France.





Arbeidsmediation in de praktijkArbeidsmediation in de praktijk
Bernadette Boerlage

Arbeidsconflicten komen iedere dag voor. Sommige conflicten binnen eenorganisatie lossen zich vroeg of laat vanzelf op. Wanneer dat echter niet gebeurt is het zaak hulp in te schakelen voordat het conflict escaleert. Als gespecialiseerd arbeidsmediator heeft Bernadette Boerlage veel organisaties geholpen zonder dat het nodig was om juridische hulp in te schakelen. Door toekomstgericht te zoeken naar creatieve oplossingen, komen partijen vaker tot elkaar. “Arbeidsmediation in de praktijk” geeft, aan de hand van een duidelijke structuur, een aantal voorbeelden van situaties waar een arbeidsmediator in de praktijk mee te maken krijgt. Maar ook: Wat heb je aan al je theoretische kennis als de praktijk weerbarstiger lijkt? Als de emoties hoog oplopen? Als je verschillende culturen aan tafel hebt zitten? En wat doe je als een partij gedwongen wordt tot mediation? Op deze en andere vragen geeft Bernadette aan de hand van casussen antwoord.Voor wie is dit boek?In de eerste plaats voor de ervaren en minder ervaren arbeidsmediators, maarook voor werkgevers, P&O’ers, bedrijfsartsen en juristen. Voor mensen die zelf ineen spannende werksituatie verkeren en verder voor iedereen die belangstellingheeft voor mediation.





From Hiring to FiringFrom Hiring to Firing
Iveta Alexovičová

The present study describes, compares and analyzes selected legal safeguards that are in place in the United Nations Secretariat and in the European Commission in order to guarantee the independence and impartiality of their staff. Despite the fact that the nature, structure and functions of the United Nations and the European Union are generally regarded as dissimilar, both organizations are based on the same concept of international civil service, requiring international civil servants to act independently from Member States’ governments or any other external authority. This concept defines and underlines the overall human resources policies of both the UN and the EU. The present study analyzes specific parts of the UN and EU policies, namely those related to the staff appointment, placement and separation from service. They mark the entire employment cycle of international staff and are of direct relevance to the independence and impartiality of UN and EU staff. The study focuses on recent developments that have taken place in the United Nations Secretariat and the European Commission over the last decade as a result of their  extensive human resources management reforms.





Securing Job-to-Job transitions in the labour marketSecuring Job-to-Job transitions in the labour market
Irmgard Borghouts - van de Pas

Companies change their organisation in response to crises, globalisation and increasing competition. Restructuring processes take place and part of the workforce is forced to find other employment. This book explores and explains employment security systems with a specific focus on job-to-job transitions for redundant employees in four European countries: Sweden, United Kingdom, Austria and Spain. In addition, this study addresses possible lessons the Netherlands can learn from these foreign job-to-job arrangements. This multidisciplinary book will be of special interest to members of the European Commission, policymakers and academics, as well as to students in the fields of labour market and social
security, industrial relations, labour law, labour economics and sociology.

Irmgard Borghouts - van de Pas is senior researcher at ReflecT the Research, Institute for Flexicurity, Labour Market Dynamics and Social Cohesion at Tilburg University in the Netherlands. As from 1 April 2012, she will also be attached to Ecorys Nederland as principal consultant.

Watch the author explaining her book on http://www.youtube.com/watch?v=yFrX_TZf2qw







PAge : 1   2   3