Health Law

Health Law



Page : 1   2   


Medische aansprakelijkheidMedische aansprakelijkheid
S. Heirman, E.C. Huijsmans & R. van den Munckhof (red.)

Het kenniscentrum Milieu en Gezondheid is een initiatief van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant. Doel van het kenniscentrum is om bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de rechterlijke oordeelsvorming op het vlak van milieu en gezondheid. Door het verzamelen, beheren en delen van kennis over de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten hiervan, ondersteunt het kenniscentrum rechters en juridisch medewerkers in het hele land op dit vlak. Eén van de werkzaamheden van het kenniscentrum is het organiseren van themadagen voor de leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten. Op deze themadagen wordt steeds een onderwerp op het gebied van milieu en gezondheid nader belicht. Op vrijdag 8 april 2016 organiseerde het kenniscentrum een themadag over het onderwerp medische aansprakelijkheid, in samenwerking met het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). In dit kennisdocument zijn bijdragen van een aantal sprekers en deelnemers van die themadag gebundeld. De auteurs in deze bundel:                  Prof. dr. R.J. van der Gaag Prof. mr. A.C. Hendriks Prof. mr. dr. A.R. Mackor Prof. mr J. Legemaate Mr. dr. R.P. Wijne Mr. P.M.J. Eken-de Vos Mr. P.J. van Eekeren Mr. drs. E.C. Huijsmans Mr. R. van den Munckhof





Hechting of hechtenis?Hechting of hechtenis?
Frans Koenraadt, Karel ’t Lam, Liesbeth Eurelings-Bontekoe & Marike Lancel (eds.)

Gehechtheid is een centraal mechanisme in de ontwikkeling van de persoonlijkheid en het zelfgevoel en het vermogen relaties met anderen aan te gaan. Verstoringen in dit belangrijke proces hebben hun invloed op de ontwikkeling van psychopathologie en dat kan over generaties heen gaan. Hechting en gehechtheid in relatie tot hechtenis staan dan ook centraal in deze bundel. Een groot deel van de patiënten, zeker die in de forensische ggz, is in de vroege jeugd tekortgekomen aan veiligheid en responsiviteit en is dan ook onveilig gehecht met alle gevolgen van dien voor de opbouw van het zelfgevoel, het vermogen wederkerige en diepergaande relaties met anderen aan te gaan en de affectregulatie.





KoorddansenKoorddansen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries & Niels den Toom (eds.)

In deze bundel ‘Koorddansen’ is er aandacht voor de spannende en complexe opgave om het evenwicht te bewaren in centrale kwesties van morele aard, de thematisering en agendering ervan en de omgang ermee binnen justitiële inrichtingen. Deze artikelen zijn tot stand gekomen rondom en naar aanleiding van de studiedagen in 2016 van de protestantse en rooms-katholieke geestelijk verzorgers bij justitie. De protestantse studiedagen hadden als thema ‘Goed spreken over het kwaad’. De rooms-katholieke studiedagen waren georganiseerd rondom ‘ethiek en ethische dilemma’s in justitiële inrichtingen’. Omdat geestelijk verzorgers bij justitie veel met kwaad te maken krijgen, is de vraag hoe je daar nu goed over spreekt. Smedema biedt hierin een systematisch theologische bijdrage, waarbij hij begint vanuit een goed spreken over God. Psychoanalyticus en predikant Bodisco Massink verbindt het spreken over kwaad met inzichten vanuit de psychotherapie. Ethiek speelt op verschillende manieren binnen justitiële inrichtingen. Ethicus Paul van Tongeren heeft een twintigtal casus bestudeerd van geestelijk verzorgers bij justitie en refl ecteert hierop. Hij biedt tevens een vier verschillende typen ethische theorie die de geestelijk verzorger verrijkt in zijn perspectieven op het goede. Den Toom maakt vervolgens een structurele vergelijking tussen geestelijke verzorging bij de zorg en justitie met het oog op het vervullen van de rol van ethicus. Filosoof Theo de Wit verruimt de blik door een recente Duitse bundel over ethiek bij de straftenuitvoerlegging in de Bondsrepubliek te bespreken. Tot slot is er ook een theologisch spreken over ethiek, zoals Van der Kamp en De Vries laten zien in hun bijdrage over schuld binnen het justitiepastoraat. De bundel bevat verder enkele bijdragen die buiten het thema van de aandacht voor ethiek en ethisch beraad vallen. Van der Korst geeft een aanzet tot een gendertheoretische benadering van het justitiepastoraat, die nu nog ontbreekt. De bundel wordt afgesloten met pastoraal-theologische bijdrage van Reijer de Vries. Hij betoogt dat het herstelgerichte pastoraat met het oog op het doel van maatschappelijk herstel een pastoraal model nodig heeft waarin de diaconaalprofetische dimensie theoretisch is verdisconteerd. Hiertoe biedt Bonhoeffers bipolaire pastorale model een uitdaging. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en deUniversiteit van Tilburg. Ze verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt verderonderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.





Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?
M.R. Bruning, T. Liefaard, M.M.C. Limbeek & B.T.M. Bahlmann

Jaarlijks verlaten naar schatting enkele honderden kwetsbare jongvolwassenen de kinderbescherming. In de praktijk bestaan zorgen om deze jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit boek staat centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de kinderbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Tevens verschaft dit boek een antwoord op de vraag of dit juridisch instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke.   Het boek is relevant voor beleidsmakers en professionals werkzaam met jongeren en jongvolwassenen in en rondom de jeugdhulp, alsmede voor wetenschappers en studenten op het terrein van jeugd(gezondheids)recht, jeugdbescherming en jeugdhulp en het ter rein van mensenrechten in relatie tot gedwongen hulp.   Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma’s ‘Coherent Privaatrecht’ en ‘Effective Protection of Fundamental Rights in a Pluralist World’.





Forensic Psychiatry: Day by DayForensic Psychiatry: Day by Day
Karel T.I. Oei

Writing little articles under the heading “snippets” might at the reader’s first glance give the impression that this book is (mainly?) concerned with tearing out (telling) written pieces of paper to present them in a collection as a collage. Or to scatter them over the readers as a sort of “ticker tape parade”. That term “snippets”, however, is supposed to indicate a sort of personal figure of speech, which primarily serves for digital interaction. They are daily articles from quality newspapers which are sent out to a wide circle of acquaintances under a fitting headline and with the author’s spontaneous reaction. Snippets are supposed to make these recipients think about what drew the author’s attention. They are stimuli that provoke reactions. Often complementary snippets are put together (by means of inserted comments). Sometimes there is a chain. The original text is distinct from snippets and reactions by means of font size. And more or less extensive footnotes are used.





Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015
S.L. Peters, M. van Gammeren-Zoeteweij & L. Combrink-Kuiters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.





Sociale MarkteconomieSociale Markteconomie
R. Slegers

Het begrip sociale markteconomie is in 1946 door Alfred Müller-Armack geïntroduceerd en heeft zijn beslag gekregen in artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat in 2009 in werking is getreden. Op grond van het artikel dient een sociale markteconomie mede de basis te vormen voor de duurzame ontwikkeling van Europa.  Dit onderzoek beantwoordt de vraag in hoeverre het concept sociale markteconomie als ordeningsprincipe (nog) een toekomst heeft in de Europese praktijk. Om tot de beantwoording van deze vraag te kunnen komen wordt allereerst uitgebreid stilgestaan bij het begrip socialemarkteconomie zelf en wordt het daaronder liggende concept  verduidelijkt. Vervolgens wordt bekeken op welke wijze het begrip zijn beslag in het Verdrag heeft gekregen, hoe het aldaar is ingebed en in hoeverre het vanuit en door de diverse Europese instellingen wordt gebezigd. Daarnaast is op exploratieve wijze geïnventariseerd hoe binnen het Europese discours over het begrip, het onderliggende concept sociale markteconomie en haar mogelijkheden in de Europese praktijk wordt gedacht.  Ria Slegers is sinds 2002 verbonden aan de Open Universiteit en vanaf 2010 werkzaam als docent/onderzoeker bij de vakgroep Strafrecht, Internationaal en Europees Recht van de faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen.





From Policies against Poverty to the Human Right not to be PoorFrom Policies against Poverty to the Human Right not to be Poor
M. Papandreou

Poverty is a serious violation of human rights; this has been reiterated in numerous, national and international, documents and studies. The impact of poverty on the enjoyment of human rights has been explored extensively, and several commitments to eradicate poverty through promotion and protection of all human rights have been undertaken at a national, regional and international level.
There is however a question that has not been answered clearly and explicitly, and this is precisely the question that the author of this book attempts to answer, namely whether or not at this time it is possible to shift from the idea of poverty being a violation of various human rights to the idea of freedom from poverty being a distinct and separate new human right, which could simply be called “the right not to be poor”. The author examines whether or not those mainly responsible for dealing with poverty at a global and domestic level, namely international organisations and national states, have slowly but clearly moved from perceiving poverty as a violation of a number of rights to recognising a human right not to be poor. In this book the author illustrates how international organisations and national states very often decide on and implement policies, adopt legislation or create case law, based on a firm belief that people have the right to be protected against poverty. The author attempts to elucidate the nature of the right not to be poor and its possible sources and theoretical foundations, and shed light on several interesting aspects of its implementation at a national and international level. 





Sturen zonder Schuren Sturen zonder Schuren
B. Bröcking

In 2015 heeft de Jeugdwet het stelsel van de jeugdhulp ingrijpende veranderd. Gemeenten hebben de verantwoording gekregen voor alle hulp aan kinderen en gezinnen met opvoed- en opgroeiproblemen. Het doel van de Jeugdwet is door middel van onder andere preventie, eigen kracht en meer ruimte voor de hulpverleners een systeem te krijgen van toegankelijke, betaalbare jeugdhulp van goede kwaliteit. Dit proefschrift behandelt de positie van de cliënt in de jeugdhulp. Staat de cliënt centraal, dat wil zeggen heeft hij keuzen in de aangeboden hulp en is deze van goede kwaliteit? Daartoe worden de relaties tussen cliënt, hulpverlener en overheid onderzocht. Deze relaties kunnen schuren. Cliënten kunnen hulp vragen die niet past bij hun probleem, hulpverleners kunnen niet effectieve behandelingen toepassen en de overheid kan te veel bezuinigen. Dit leidt ertoe dat de cliënt niet de gewenste hulp van goede kwaliteit krijgt. Geconstateerd is dat cliënten moeilijk keuzen kunnen maken in hun zorgverlening. De enige partij die de cliënt daarbij kan helpen is de hulpverlener vanwege zijn professionele kennis en ervaring. Gemeenten hebben als doel de kosten van de jeugdhulp te beheersen. Zij hebben echter weinig zicht op de oorzaken van de vraag naar jeugdhulp. Ook hebben gemeenten geen greep op de plaats waar de kosten gemaakt worden: de behandelrelatie. Als oplossing wordt overleg tussen gemeenten, cliënten en zorgverleners voorgesteld. Dit veronderstelt dat partijen elkaar vertrouwen en verbinding zoeken om tot overleg over een toegankelijk en betaalbare zorg van goede kwaliteit te komen.





Ernstig gevaarErnstig gevaar
B. van der Vorm

In juni 2003 is de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) in werking getreden. In juli 2013 is deze wet uitgebreid naar andere bedrijfstakken. De Wet Bibob wordt beschouwd als controversieel, omdat het op grond van de Wet Bibob mogelijk is dat bestuursorganen beschikkingen, zoals vergunningen, preventief te kunnen weigeren of intrekken, indien sprake is van een ernstig gevaar voor misbruik. Een ernstig gevaar van misbruik van een beschikking wordt – al dan niet na een advies van het Landelijk Bureau Bibob – gebaseerd op strafrechtelijke antecedenten.
De Wet Bibob is daarom een voorbeeld van een bestuursrechtelijke wet in de context van het strafrecht. Met deze wet wordt beoogd om de (georganiseerde) misdaad preventief aan te pakken, zodat de integriteit van het openbaar bestuur wordt beschermd.

In dit proefschrift wordt de Wet Bibob onderzocht vanuit twee invalshoeken: een juridische en een empirische. De onderhavige interdisciplinaire studie geeft enerzijds een beschrijving en analyse van de toepassing van de Wet Bibob in de bestuurspraktijk (‘recht in actie’) en anderzijds een analyse van de Wet Bibob vanuit de context van het strafrecht (‘recht op schrift’). Het empirische onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre de Wet Bibob wordt toegepast in overeenstemming met de beginselen van legaliteit, proportionaliteit en subsidiariteit. Om deze vraag te beantwoorden zijn Bibob-adviezen en de hierop gebaseerde besluitvorming geanalyseerd. Het juridische onderzoek richt zich op de analyse van de Wet Bibob vanuit een strafrechtelijke context. In het juridische onderzoek staat de vraag centraal in hoeverre de weigering en intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob dient te worden overgeheveld naar ‘het’ strafrecht.
 





De deskundige in milieu- en gezondheidszakenDe deskundige in milieu- en gezondheidszaken


Het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid (hierna: het Kenniscentrum), verbonden aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, is een kenniscentrum dat zich bezighoudt met de straf-, civiel- en belastingrechtelijke aspecten van milieu en gezondheid. Het Kenniscentrum is een samenwerkingsverband aangegaan met de sector bestuursrecht van de rechtbank ’s-Hertogenbosch.   Het Kenniscentrum organiseert onder meer themadagen op het gebied van het milieu en de gezondheid voor leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten.   Op 13 april 2012 heeft de zevende themadag van het Kenniscentrum plaatsgevonden met als thema “De deskundige in milieu- en gezondheidszaken”. In dit kennisdocument vindt u de bijdragen van een aantal sprekers van die themadag.

Dr. M.J. Becker is universitair docent wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Prof. mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en raadsheer-plv. in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Mr. dr. L.M. Koenraad is rechter-plv. bij de rechtbank ’s-Gravenhage en lid van de bezwaarschriftencommissie van het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen.
Mr. M.J.H.M. Verhoeven is senior rechter op het gebied van omgevingsrecht bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch.
Mr. H. Bolt is senior raadsheer bij de Centrale Raad van Beroep.
Prof. dr. A.P.A. Broeders is (emeritus) hoogleraar criminalistiek aan de universiteit Leiden en de universiteit Maastricht.
Mr. A. de Lange MPA is voorzitter van de sector strafrecht van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en coördinator van het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid.

 De tekst van deze uitgave is afgesloten op 1 september 2012.      



€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Inperken van de kinderwensInperken van de kinderwens
I. Punt

Eén van de meest belangrijke beslissingen in het leven van een persoon is de keuze voor ouderschap. De keuze tot het stichten van een gezin is onomkeerbaar en heeft verstrekkende gevolgen voor de toekomst. De kernfunctie binnen een gezin is opvoeding en verzorging van een kind. De drie R’s van rust, reinheid en regelmaat, die vroeger als basisvoorwaarden voor een juiste opvoeding golden, krijgen tegenwoordig weer steeds meer belangstelling. Dit komt voornamelijk omdat de overheid wil bevorderen dat ouders in moeilijke situaties goed om kunnen gaan met de opvoeding van hun kind. Verantwoordelijkheid van de ouders blijft te allen tijde voorop staan. Een ouder moet een persoon zijn met besef van verantwoordelijkheid voor zijn kind. Dit is de maatschappelijke opvatting over het functioneren van een gezin. De maatschappelijke opvatting is dat er geen randvoorwaarden mogen worden gesteld om kinderen te krijgen. Iedereen heeft in beginsel het recht op procreatie. Een maatregel als verplichte anticonceptie om een zwangerschap te voorkomen, ligt maatschappelijk nog zeer gevoelig. De afgelopen jaren ontstaat echter steeds meer discussie over het onderwerp van verplichte anticonceptie om ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking te voorkomen. 

Ilona Punt onderzoekt in haar masterscriptie of er bij onverantwoord ouderschap door verstandelijk beperkten een inbreuk zou mogen worden gemaakt op het recht op procreatie. Zo bekijkt zij "gelijkwaardig burgerschap" zelfbeschikking en hulpverlenerschap vanuit een juridische bril, maar is er ook ruime aandacht voor het ethische kader .



€ 12.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel





PAge : 1   2