Private Law

Private Law



Page : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   


Naar een clean break bij echtscheidingNaar een clean break bij echtscheiding
H.C.F.Schoordijk

Huwelijks-goederenregimes kennen wij in soorten en maten. Nederland heeft een wettelijk regime van algehele gemeenschap en nog twee regimes die aansturen op verdeling van hetgeen gemeenschappelijk verworven is, t.w. de gemeenschap van winst en verlies en haar variant, die van vruchten en inkomsten aan de ene kant en verrekenbedingen die economisch gezien hetzelfde inhouden aan de andere kant. Beide systemen lijken een clean break (een redelijke exit over en weer bij echtscheiding) te garanderen, maar dit is een vergissing. Voor dit boek deed Prof. mr. Herman Schoordijk onderzoek naar het fenomeen `clean break`. Hij kijkt naar het recht op een verantwoorde exit, en onderzocht onder meer de wettelijke exitregelingen van Zwitserland, Engeland en Spanje. Hij stelt daarbij de vraag of het niet zinvol zou zijn om te denken in termen van reallocatie.



€ 7.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Verboden onderscheid in pensioenregelingenVerboden onderscheid in pensioenregelingen
Dr. Emilie Schols-van Oppen

Gelijke behandeling in pensioenregelingen blijft een onderwerp dat de gemoederen bezighoudt. Was het in de vorige eeuw vooral de gelijke behandeling van mannen en vrouwen die de aandacht had, nu zijn er ook andere gronden van onderscheid die volop in de belangstelling staan. In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op diverse gronden van onderscheid, voor zover relevant met betrekking tot pensioen. De begrippen direct onderscheid, indirect onderscheid en objectieve rechtvaardiging komen aan de orde. Per discriminatiegrond wordt een overzicht gegeven van de wet- en regelgeving en van het (mogelijke) onderscheid in pensioenregelingen. Het boek is een diepgaand en praktisch naslagwerk op het terrein van gelijke behandeling in pensioenregelingen. Dr. Emilie Schols is pensioenjurist en partner van Schols & de Lange.



€ 24.75 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De Algemene landsverordening Landsbelastingen in de Nederlandse Antillen De Algemene landsverordening Landsbelastingen in de Nederlandse Antillen
Jeroen Adeler & Jacques Gankema

Het Nederlands-Antilliaanse formele belastingrecht bevat de regels die ervoor zorgen dat de belasting die volgens de wet verschuldigd is, ook daadwerkelijk betaald wordt. De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor deze formele aspecten, vooral door de invoering van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) in 2001.

In dit boek geven de auteurs een artikelsgewijze toelichting op alle bepalingen van de ALL en de belangrijkste bepalingen van de Landsverordening administratieve rechtspraak (LAR), alsmede een nadere toelichting op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel in de Nederlands-Antilliaanse fiscale rechtspraak.

Inhoud:

1. Algemene inleiding
2. Algemene bepalingen (Artt. 1 t/m 5 ALL)
3. De heffing van belasting (Artt. 6 t/m 17 ALL)
4. Administratieve boeten (Artt. 18 t/m 28 ALL )
5. Bezwaar en beroep (Artt. 29 t/m 32A ALL)
6. Bijzondere bepalingen (Artt. 33 t/m 39 ALL)
7. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing(Artt. 40 t/m 48 ALL)
8. Bepalingen van strafrecht en strafvordering (Artt. 49 t/m 57 ALL)
9. Bepalingen van internationaal recht (Artt. 58 t/m 65 ALL)
10. Overgangs- en slotbepalingen (Artt. 66 t/m 79 ALL)
11. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Lijst van gebruikte afkortingen
Literatuurlijst
Lijst van aangehaalde rechtspraak
Tekst van de Algemene landsverordening Landsbelastingen
Register

Jeroen Adeler (1974) studeerde fiscaal recht aan de Universiteit van Tilburg en werkte na zijn studie onder andere bij PricewaterhouseCoopers in zowel Nederland als de Nederlandse Antillen en vanaf 2003 bij Deloitte in eveneens Nederland en de Nederlandse Antillen. Hij heeft in de loop van de jaren eveneens een aantal artikelen geschreven over Nederlands-Antilliaans fiscaal recht. Sinds 2008 is hij werkzaam als belastingadviseur bij Deloitte in Londen (Verenigd Koninkrijk).

Jacques Gankema (1971) studeerde fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en behaalde vervolgens de aantekening advocatuur in Nijmegen. Hij begon zijn loopbaan als belastingadviseur bij BDO Accountants & Belastingadviseurs. Van 2002 tot en met 2006 was hij werkzaam bij de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem en het belastingteam van de Rechtbank Arnhem. Voor de Nederlandse Documentatie Fiscaal Recht (NDFR) heeft hij enkele artikelen inzake de Algemene wet inzake rijksbelastingen becommentarieerd. Voorts heeft hij meerdere uitspraken geannoteerd. Sinds 2007 is hij senior beleidsmedewerker/wetgevingsjurist bij de Directie Fiscale Zaken van het Ministerie van Financiën van de Nederlandse Antillen.





Bewijsrecht:het bewijs geregeld?Bewijsrecht:het bewijs geregeld?
W.D.H. Asser, J.F. Nijboer, Y.E. Schuurmans

De laatste decennia is in Nederlandse juridische kring de belangstelling voor bewijs en bewijsrecht merkbaar toegenomen.

Bij initiatieven om het burgerlijke procesrecht te herzien, gaat het mede om het bewijsrecht. In het bestuursrecht wordt een heus debatgevoerd over de vraag in hoeverre het bewijsrecht een wettelijke regeling behoeft. In het strafprocesrecht komt bij wijzigingen van de wet vaak het bewijsrecht indirect, over de band van onderwerpen die vaak ook of juist het vooronderzoek in strafzaken betreffen,aan de orde, terwijl ook in de gepubliceerde rechtspraak en de vakliteratuur veel aandacht wordt besteed aan bewijsrechtelijke kwesties. In de ons omringende landen is dat niet anders. Eveneens is er sprake van een groeiende algemene maatschappelijke belangstelling.

Dit preadvies voor de Nederlandse Vereniging voor Rechtsvergelijking verscheen in december 2009.

Inhoud:

Woord vooraf
Inleiding en verantwoording
Burgerlijk (proces)recht: bewijs in het spanningsveld tussen rechters en partijen (Daan Asser)
Legitimatie van machtsuitoefening: een rechtsvergelijkende analyse van het bestuursrechtelijke bewijsrecht (Ymre Schuurmans)
Straf(proces)recht: het tijdvak van de (forensische) expertise (Hans Nijboer)
Slotbeschouwingen
Bijlage

In deze serie verschenen eerder bij Wolf Legal Publishers.

nr. 68 - Een meer definitieve geschilbeslechting in het bestuursrecht in rechtsvergelijkend perspectief,  Willemsen, 2008

nr. 67 - Naar een wetboek van internationale samenwerking in strafzaken? - Van Kempen & Kristen, 2008



€ 30.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De franchise in pensioenregelingenDe franchise in pensioenregelingen
E. M. F. Schols-van Oppen

Over de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd is uitgebreid gedebatteerd. Maar volgens pensioenjuriste Emilie Schols, is het hele stelsel toe aan een grondige revisie. De huidige inrichting van het Nederlandse pensioen-stelsel werkt in het nadeel van sociaal zwakkeren en is zelfs in strijd met de Europese wetgeving rond gelijke behandeling.Ons pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers: het pensioen van de overheid (de AOW), het werk-nemerspensioen en alles wat iedereen privé kan regelen voor zijn oudedag. Het is de gewoonte om bij de berekening van het werknemers-pensioen rekening te houden met de AOW. Daarom bouwt een werknemer niet over het hele inkomen pensioen op, maar wordt er een bedrag afgetrokken: de franchise. Toepassing van die franchise heeft onder andere tot gevolg dat werknemers met een laag salaris ten opzichte van hun inkomen minder (soms zelfs veel minder) pensioen krijgen dan werknemers met een hoog salaris.

In die groep mensen met lage salarissen zijn migranten, vrouwen, jongeren, gehandicapten en werknemers met een dienstverband voor bepaalde tijd oververtegenwoordigd. Ons omringende landen doen het op dit punt veel beter. Vanwege het denivellerende effect oordeelt Schols dat de toepassing van een franchise in strijd is met de wetgeving over gelijke handeling.Het feit dat de werknemer met een laag salaris niet alleen in euro’s maar ook in procenten minder pensioen krijgt dan een werknemer die meer verdient, is moeilijk te rijmen met het principe van solidariteit. Er is integendeel sprake van ‘omgekeerde’ solidariteit. Daarom kan worden betwijfeld of een bedrijfstakpensioen-fonds dat een dergelijke pensioenregeling uitvoert, wel voldoet aan de vraag vanuit de markt.AOW gerelateerd aan arbeid?Schols concludeert dat de meest eenvoudige oplossing is de franchise zonder meer weg te laten. Dan is er gelijke behandeling en geen omgekeerde solidariteit meer. Het kost ook niet meer.

Het betrekken van de AOW bij de berekening van het werknemerspensioen op solidaire wijze is alleen mogelijk bij een andere inrichting van de AOW: de omvorming van de AOW tot een pensioen dat gerelateerd is aan arbeid. Bij alle huidige discussies rond de AOW is het jammer dat die optie niet is overwogen. Dan zouden werknemers die vroeg aan het werk gaan (vaak met een lager salaris) eerder AOW opbouwen dan werknemers die later aan het werk gaan (vaak met een hoger salaris). Op die manier is er meer solidariteit in de AOW en hebben werknemers met een laag salaris ook beter de mogelijkheid om wat eerder te stoppen dan de werknemer die minder lang gewerkt heeft.

Emilie Schols-van Oppen promoveerde op dinsdag 1 december 2009 bij de Universiteit van Tilburg.



€ 35.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Intellectual property and developing countriesIntellectual property and developing countries
Fleur Claessens

At the multilateral, regional and local level we can identify, in relation to intellectual property rights (IPRs), a trend toward: broadening of the scope of substantive rules; extending of the term duration and removing the limitations and expectations to rules. As a result, the remaining flexibilities left to the individual countries in how they follow and develop their own IPR strategies, in line with their socio-economic developments needs, diminish, and the public domain shrinks. Do these pursued negotiation strategies do justice to creating a good equilibrium between incentives for creativity and innovation and public policy interests?

This book aims to identity available flexibilities in the TRIPS Agreement which could be of use to developing country members and provide recommendations for the pursuit of policies tailor-made to development needs. The introduction of IPRs within the framework of the WTO has aroused much controversy, especially amongst developing country members – which is the focus of this research. One of the main reasons for this controversy is the lack of cumulative empirical evidence that IPR protection is essential for innovation and economic growth.

This book analyses the suitability of traditional knowledge concepts and geographical indications to further the interests of developing countries. In addition, it scrutinises the role IPR protection plays in facilitating international technology transfer. Efforts to support the interests of developing countries and to bring back the public interest balance in the international legal framework for intellectual property protection have resulted in Public Health, the UN Declaration of Indigenous Peoples, the TRIPS Amendment in relation to Compulsory Licensing and the large support for a disclosure of origin requirement. However , translating the theory in to practice – concrete actions – continues to be a challenge.





WelberadenWelberaden
M.J.A. Duker, L.J.A. Pieterse, A.J.P. Schild (red.)

De bundel is samengesteld ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden. Dit bureau bestaat net als de Hoge Raad zelf uit drie sectoren: de civiele sector, de strafsector en de belastingsector. De medewerkers ervan ondersteunen sinds 1978 het parket bij de Hoge Raad en de Hoge Raad bij met name het voorbereiden van conclusies en beslissingen. Het wetenschappelijke karakter van dit werk trekt vele medewerkers aan met belangstelling voor het denken en schrijven over het recht.

De in deze bundel opgenomen beschouwingen vormen een duidelijk bewijs van die belangstelling. Het voorbereiden van conclusies en van beslissingen vergt een doordachte werkwijze die het beraad over zaken inhoud geeft en aldus een bijdrage levert aan weloverwogen beslissingen van de Hoge Raad. De titel ‘WelBeraden’ drukt deze ambitie volgens de redactie goed uit.

De redactie heeft de auteurs in belangrijke mate vrij gelaten in de keuze van te behandelen juridische thema`s. Wel is aan de auteurs als richtsnoer meegegeven hun licht te laten schijnen over ontwikkelingen die zich in de laatste vijf jaar hebben voorgedaan in de rechtspraak van de Hoge Raad. Het resultaat is onderverdeeld naar de drie sectoren zoals hierboven vermeld.



€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Geschilbeslechting door de OPTA Geschilbeslechting door de OPTA
Alexandra Danopoulos

Wat zijn de gevolgen voor het algemene bestuursrecht (de Awb) van de toekenning door de (Europese) wetgever van geschilbeslechtende bevoegdheden aan bestuursorganen?

De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) is de toezichthouder op de telecommunicatiemarkt. Eén van haar taken is erop toezien dat de prijzen van mobiel bellen niet te hoog worden doorberekend aan de consument. Het kan voorkomen dat telecommunicatieondernemingen het onderling niet eens worden over de prijs die zij voor het verlenen van toegang tot elkaars netwerken inrekening brengen of over andere voorwaarden die met deze toegang samenhangen. Het is dan belangrijk voor de bellers dat deze telecombedrijven samen snel tot een oplossing komen. De bevoegdheid tot beslechting van geschillen is in verschillende wettelijke regelingen toegekend aan bestuursorganen.

In dit onderzoek staat geschilbeslechting door de OPTA op basis van de Telecommunicatiewet centraal. Geschilbeslechting is een atypische zaak voor een toezichthoudend bestuursorgaan. Geschilbeslechting tussen private partijen is een taak die in de regel aan de rechterlijke macht toekomt, en niet aan bestuursorganen. De geschilbeslechtende bevoegdheid past niet bij ons ‘normale’ bestuursrecht. Publiekrechten privaatrecht lopen bij deze bevoegdheid door elkaar. In dit proefschrift is onderzocht wat de motieven van de (Europese) wetgever waren om de keuze te maken voor deze constructie en wat het rechtskarakter van deze bevoegdheid is. Bovendien worden de bijzondere kenmerken van de bevoegdheid nader belicht. Het onderzoek bevat tevens rechtsvergelijkende elementen met Griekenland.



€ 25.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Combi-zitting: meer recht doen aan jeugdigenCombi-zitting: meer recht doen aan jeugdigen
Reyer Baas en Miek Laemers

Bij de rechtbank Arnhem loopt sinds eind 2007 een experiment met het combineren van straf- en civiele zittingen voor jeugdigen. De zogenoemde ‘combi-zitting’ maakt een integrale behandeling van de zaken van één jeugdige (bijvoorbeeld een winkeldiefstal, een leerplichtkwestie en een ondertoezichtstelling) mogelijk en beoogt aldus méér recht te doen aan de jeugdige. Heeft zo’n zitting inderdaad meerwaarde (en zo ja, waarom dan) of moet ze nog eens goed onder de loep genomen worden voordat ook andere rechtbanken de combi-zitting binnen hun jeugdrechtspraak introduceren? Is de uitgangssituatie bij andere rechtbanken van belang voor invoering? Welke resultaten en problemen zijn te verwachten wanneer een familiesector in overleg met partners als Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, leerplichtambtenaren en advocaten combi-zittingen gaat organiseren? Deze vragen staan in het voorliggende rapport centraal.

Het boek is uitgebracht op verzoek van de Raad voor de rechtspraak en betreft een vooronderzoek naar het als pilot in Arnhem gestarte combi-project, om te kunnen bepalen welke aspecten en vragen aan bod moeten komen bij een diepgaande evaluatie.





Insurance Market IntegrationInsurance Market Integration
J.M.F. Spierings

The purpose of this study is to determine what elements of the institutional structure and grants of authority facilitate law either regulations or case law, which results in insurance market integration that takes the interests on the insurance markets into consideration.

The institutional structure and grants of authority of the United States of America (USA) and of the European Community (EC) are being compared. The objective of the cooperation in the EC and the USA was similar, the economic integration of the states’ markets by eliminating the intentional barriers and minimizing the obstacles to free and fair interstate trade. However, the means, the institutional structure and the grants of authority to accomplish this objective differ, as does the resulting legal development of market integration.Where in this study the EC and the USA and their markets are used as examples, the same question and the answers are of interest for any transboundary market within a federal context or a transnational authority context.





Hoe troebel is transparantie?Hoe troebel is transparantie?
Fabian David

In dit boekwerk wordt inzicht verschaft in de kernoorzaak die ten grondslag ligt aan de kwaliteits- en integriteitsproblematiek in de financiële markt en de wijze waarop de wetgever de financiële markt door middel van de Wft tracht te reguleren. Vervolgens wordt verklaard waarom de Wft - in zijn huidige vorm - de verkeerde accenten legt en derhalve niet de beoogde effecten zal sorteren. Er wordt niet alleen een oplossing aangedragen voor de kernoorzaak van voornoemde problematiek, er zal tevens een toekomstscenario worden geschetst van de juridische consequenties (lees: “aansprakelijkheidsclaims”), die aan het voortbestaan van deze kernoorzaak onlosmakelijk verbonden zullen zijn.





E 100 en de naoorlogse rechtspraak met betrekking tot onroerend goed E 100 en de naoorlogse rechtspraak met betrekking tot onroerend goed
K. Meijer

Tijdens de Bezetting hadden de bezetter en zijn handlangers stelselmatig de eigendommen van voornamelijk joodse Nederlanders geroofd. De Nederlandse regering in ballingschap achtte het daarom nodig bijzondere maatregelen te nemen op het gebied van het rechtsverkeer. Zij regelde dat in het Koninklijk Besluit E 100, het Besluit Herstel Rechtsverkeer. E 100 voorzag ook in het oprichten van een Raad voor het Rechtsherstel, die in augustus 1945 werd geïnstalleerd. De Raad had tot taak de vermogensrechtelijke betrekkingen na de bezetting te saneren. De Raad voor het Rechtsherstel en het rechtsherstel van onroerende goederen staan centraal in dit boek. De Raad voor het Rechtsherstel bestond uit een Dagelijks Bestuur en zes afdelingen. Alleen de Afdeling Rechtspraak maakte deel uit van de rechterlijke macht, de andere afdelingen van de uitvoerende macht. De Afdeling Onroerende Goederen deed uit praktische overwegingen een sterk beroep op de beroepsgroep van de notarissen.

Het notariaat had de transporten van onroerende goederen tijdens de bezetting niet actief tegengewerkt en was dan ook niet ongeschonden uit de oorlog gekomen. De zuivering van deze beroepsgroep stelde niet veel voor. Het onderzoek stelt vast, dat de risico’s die hieraan verbonden waren niet geleid hebben tot misstanden. Het herstelrecht had een voorbeeldfunctie voor het reguliere burgerlijke recht met betrekking tot de brede toepassing van de redelijkheid en billijkheid. De ontwikkelingen binnen de leerstukken van de rechtsverwerking en de beperkende werking van de goede trouw zijn mede geïnspireerd door het voorbeeld van het herstelrecht.

Inhoud:
Afkortingen
Woord vooraf
Plan van behandeling
Hoofdstuk I Inleiding
Hoofdstuk II De organisatie van de roof
Hoofdstuk III De Raad voor het Rechtsherstel en de machtenscheiding
Hoofdstuk IV Herstelrecht in materiële en procedurele zin
Hoofdstuk V Jurisprudentie Raad voor het Rechtsherstel
Hoofdstuk VI Het reguliere woonrecht
Hoofdstuk VII De Raad voor het Rechtsherstel en de redelijkheid en billijkheid Samenvatting
Summary
Literatuurlijst
Trefwoordenregister
Register van aangehaalde jurisprudentie





Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de positie van consumenten  op de Nederlandse en Belgische woningbouwmarkt Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de positie van consumenten op de Nederlandse en Belgische woningbouwmarkt
M. Dierikx

De zoektocht naar een nieuwe woning is een spannende aangelegenheid voor een consument. Er dienen immers de nodige keuzes te worden gemaakt. Wordt het bijvoorbeeld bestaande bouw of nieuwbouw? Een consument die een nieuwbouwwoning verkiest, zal op tijd en tegen de afgesproken prijs een deugdelijke woning willen verkrijgen. Er zijn aan de bouw van een woning echter talrijke risico’s verbonden. Een consument op de bouwmarkt kan risico’s vaak moeilijk inschatten en beheersen, terwijl het verwerven van een woning veelal één van de duurste en belangrijkste investeringen in zijn leven is. Een toereikende rechtsbescherming van de consument is dan ook wenselijk.

Het doel van deze studie is het beantwoorden van een aantal vragen die met de bescherming van de consument op de bouwmarkt verband houden. De belangrijkste vraag luidt: welke uitgangspunten zouden ten grondslag moeten liggen aan regels waarmee een zo ideaal mogelijke bescherming van de consument op de bouwmarkt kan worden bewerkstelligd?

In Deel I wordt ingegaan op de vraag of een Europees juridisch beschermingskader wenselijk is en in Deel II wordt de vraag onderzocht: voldoen de huidige regels in België en Nederlandl? En hoe zou een eventueel ontoereikend beschermingsniveau in deze landen kunnen worden verbeterd?





Koekoekskinderen en het recht op afstammingsinformatieKoekoekskinderen en het recht op afstammingsinformatie
J.A.E. van Raak

Het belang om te weten wie je biologische ouders zijn wordt steeds meer ingezien. Behalve in de Wet Donorgegevens is daarvoor in Nederland echter maar weinig bij wet geregeld.

Jeannette van Raak-Kuiper onderzocht hoe die situatie kan worden verbeterd. Hoewel het voor de meeste mensen duidelijk is wie hun ouders zijn, zijn er situaties waarbij dat niet vanzelfsprekend is. Zo valt te denken aan adoptiekinderen of vondelingen. En veel kinderen die via een kunstmatige voortplantingstechniek zijn geboren, weten niet dat de man door wie zij worden opgevoed niet hun biologische vader is. Daarnaast zijn er kinderen die niet weten dat ze in overspel zijn verwekt. Met de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting uit 2004 hebben donorkinderen wel de mogelijkheid in handen gekregen om gegevens over hun biologische ouder te verkrijgen. Maar verder heeft de Nederlandse wetgever nog maar weinig geregeld. 

De auteur onderzocht waarom en op welke wijze het recht op afstammingsinformatie beter kan worden vormgegeven in het Nederlandse recht. In haar proefschrift doet ze een vijftiental aanbevelingen, waaronder wijzigingen in het afstammings- en adoptierecht. Zo stelt ze voor in de wet vast te leggen dat het ouderlijk gezag mede omvat dat de ouder zijn kind dient in te lichten over zijn afkomst. Een andere aanbeveling is om de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting op verzoek van het kind een verklaring af te laten afgeven dat het kind op kunstmatige wijze is verwekt.

Inhoud
1 Inleiding: Het koekoekskind in het vreemde nest 
2 Afstammingsinformatie en statusvoorlichting, gunst of recht?
3 Adoptie: van geheimhouding naar openheid
4 Kunstmatige voortplantingstechnieken: van anonimiteit naar de Wet donorgegevens 
5 Koekoekskinderen en andere afstammingskwesties, niets dan de waarheid in het Nederlandse afstammingsrecht? 
6 Het belang van status- en afstammingsinformatie nader belicht 
7Naar een versterking van het recht op status- en afstammingsinformatie

Jeannette van Raak-Kuiper (1960, Tilburg), studeerde rechten aan de Universiteit van Tilburg. Ze voerde haar promotieonderzoek uit bij het departement Privaatrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan dezelfde universiteit.





Hij stond erbij en keek ernaar?Hij stond erbij en keek ernaar?
Cindy Kortlever

Sjoerd Kooistra, Adam Curry, Rene van den Berg....Namen waar iedereen van gehoord heeft, en waar je in de media niet omheen kan. Er wordt veel aandacht besteedt aan faillissementsfraude.De spraakmakende uitzending van Zembla ruim een jaar geleden (VARA, 21 november 2005) gaf een goed inzicht in deze duistere praktijken. Hopelijk wordt ook bij het wijzigen van de faillissementswet voldoende aandacht aan dit onderwerp besteedt. De vraag is echter wel of men ondanks alle media-aandacht de faillissementsfraude ook goed aanpakt?

Dit boek gaat over de strafrechtelijke aanpak van faillissementsfraude. Centraal hierbij zal de rol van de curator staan. Gekeken zal worden of het noodzakelijk is dat de curator meer invloed in het strafrechtelijk onderzoek krijgt en zo ja, op welke manier? Of zijn de acties die de curator op dit moment op civielrechtelijk gebied kan ondernemen toereikend genoeg om een goede aanpak van faillissementsfraude te bewerkstelligen?





Scheiden zonder vrijheidScheiden zonder vrijheid
c. van rooijen

Dit boek handelt over gezamenlijk ouderlijk gezag na de echtscheiding. De centrale vraagstelling hierin is, of het in het belang van het kind is dat beide ouders na de echtscheiding evenveel zeggenschap over de kinderen blijven behouden. Is het wel een goed idee van de wetgever in 1998 geweest om twee gewezen echtgenoten met kinderen na de echtscheiding evenveel beslisbevoegdheid te geven over deze kinderen, met alle risico’s op ruzie en onenigheid van dien? Dit in vergelijking met de regeling van 1995, waarbij beide ouders gezamenlijk de keuze maken om beiden met het ouderlijk gezag belast te blijven. Het boek bevat een uitgebreid en diepgaand onderzoek naar de wetsgeschiedenis over de ouderlijke macht/gezag en rechtsvergelijking o.a. met de situatie in de Verenigde Staten van Amerika.“Is gezamenlijk gezag na echtscheiding in het belang van het kind?” In het algemeen gesproken kan die vraag bevestigend worden beantwoord. Om die bereidheid en capaciteit goed te kunnen beoordelen, is een aantal specifieke voorzieningen nodig.

De volgende criteria moeten in de wet worden vastgelegd rond de beslissing rond het gezamenlijk gezag
a. De relatie tussen de ouders en kind;
b. Het vermogen van de ouders om met elkaar te communiceren;
c. De bereidheid van de ouders om met elkaar beslissingen omtrent het kind te nemen en een voortgezette relatie tussen het kind en de andere ouder te faciliteren;
d. De gehechtheid van het kind aan zijn omgeving (huis, school, gemeenschap);
e. De fysieke en geestelijke gesteldheid van alle betrokkenen;
f. De voorkeur van het kind;
g. De wens van de ouders





Emeritaal Werk SchoordijkEmeritaal Werk Schoordijk
H.C.F. Schoordijk

Na zijn emeritaat 15 jaar geleden is Herman Schoordijk blijven onderzoeken, schrijven en publiceren.

58 Artikelen zijn gebundeld in deze uitgave. Met een ten geleide van prof J.B.M. Vranken
Uit het Ten geleide (verkort)

“In een NJB-artikel* ter gelegenheid van het afscheid van Herman Schoordijk in 1991 als hoogleraar in Tilburg en Amsterdam schreef ik dat op Herman Schoordijk van toepassing was het ex libris van de schrijver Stijn Streuvels, Nulla dies sine linea.Wij zijn nu vijftien jaar verder en het bewijs dat Herman Schoordijk na zijn emeritaat gewoon is doorgegaan met schrijven, iedere dag, heeft u met deze bundel in uw hand.

De bundel bevat een selectie uit zijn werk na 1991, alsmede zijn bibliografie tot heden. De selectie heeft hij zelf gemaakt. Mij heeft hij gevraagd in te gaan op zijn methode van denken. Ik heb dat al gedaan in een bijdrage die verschijnt (is verschenen) in het eerste nummer van het WPNR in 2007. Zonder pretentie van volledigheid heb ik vier karakteristieke elementen van zijn manier van omgaan met het privaatrecht onderscheiden. Het nu volgende bevat een korte weergave hiervan.” (J.B.M. Vranken)

Eerste kenmerk: het recht kan nooit onbillijk zijn
Tweede kenmerk: niet scheidend, maar associatief denken.
Derde kenmerk: inductief denken en policiesVierde kenmerk: de kunst om met casus om te gaan

Een kleine selectie van titels uit de bundel:
De normen van maatschappelijke betamelijkheid in sport en spel; Het(privaatrechtelijk) dogmatisch tekort;Ongerechtvaardigde verrijking in een drie-partijen-verhouding; Dwaling, ongerechtvaardigde verrijking, redelijkheid en billijkheid en vermogensverschuivingen om niet; De positie van schuldeisers en aandeelhouders in geval van faillissement bij het verhaal op derden; De verwezenlijking van het materiële recht in het civiele proces; De Goudstikker-zaak; De huidige generatie juristen zou geen goeroes meer kennen





Het Eigen InitiatiefHet Eigen Initiatief
M.M. Fimerius

In het weekblad Elsevier pleit G. Hoefsloot, bestuursvoorzitter van bouwconcern Heijmans, voor stimulering van innovatie in de bouwsector via Unsolicited proposal`. Het is in het veranderende klimaat in de bouwwereld nodig dat bouwers zich pro-actiever opstellen. Zij moeten al bij de klant aan tafel zitten nog voordat hij een vraag heeft en met innovatieve voorstellen komen. De huidige aanbestedingsregels nodigen echter niet uit tot zo`n benadering, stelt Hoefsloot. Hij noemt het `uiterst frustrerend` dat potentiele opdrachtgevers nu zeggen: Stikgoed idee, wilt u uw idee met zes andere delen, dan mag degene met de laagste prijs het doen.

Het `eigen initatief` is een onderzoek naar de vorm en inhoud van beleid betreffende de omgang met eigen initiatieven in de bouw.





De inkeerregeling in het fiscale strafrechtDe inkeerregeling in het fiscale strafrecht
M.M.M. Kooij

Welke argumenten liggen ten grondslag aan de bijzondere status van de fiscale fraudeur in het strafrecht? Waarom worden fiscale wetsovertreders anders behandeld dan andere wetsovertreders? Is een rechtvaardiging aanwezig voor de afwijkende bepaling in het fiscale strafrecht? Een antwoord op deze vraag wordt gezocht door de socialezekerheidsfraude en diefstal te vergelijken met fiscale fraude. Aangezien het stelsel van sociale zekerheid een complex geheel van regelingen is, wordt alleen het element de bijstand(sfraude) behandeld.

Inhoud:

1. Inleiding
2. De inkeerregeling, poging & vrijwillige terugtred 
3. Interne rechtsvergelijking
4. Slotbeschouwing: conclusies & aanbevelingen



€ 17.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Grensoverschrijdende sfeercumulatieGrensoverschrijdende sfeercumulatie
Michiel Luchtman

De EU-samenwerking bij de bestrijding van fiscale en financiële criminaliteit verloopt problematisch. Het huidige systeem van samenwerking vertoont tekortkomingen, zowel vanuit het oogpunt van rechtshandhaving, als vanuit het oogpunt van rechtsbescherming. In de situaties waarin er, ondanks nationale verschillen, wél wordt samengewerkt, laat de rechtspositie van de betrokken banken en hun cliënten te wensen over; het gevolg van de grote vrijheid die lidstaten bij de invulling van hun samenwerkingsplicht hebben. Een gezamenlijke Europese aanpak van de problematiek is nodig. Deze zal onvermijdelijk een beperkte harmonisatie van de regels inzake transnationale samenwerking omvatten en supranationale controle door de Europese Commissie en het Hof van Justitie. 

Inhoud
1 Inleiding
2 Inter- en supranationale normering
3 Nederland
4 Duitsland
5 Zwitserland
6 Transnationaal gegevensverkeer in vergelijkend perspectief
7 Beantwoording van de probleemstelling en aanbevelingen

Michiel Luchtman promoveerde in april 2007 cum laude op dit onderwerp. Hij is sinds 2006 verbonden aan het Willem Pompe Insituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.







PAge : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10