Private Law

Private Law



Page : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   


De GeschäftsgrundlageDe Geschäftsgrundlage
P. Abas

De Geschäftsgrundlage is in de meest rudimentaire vorm onder de naam van de Voraussetzung in 1850 ontworpen in Duitsland. Zij heeft daarna in een oervorm (te weten een subjectieve) een gedaante gekregen in een boek van 1921. De hieraan ten grondslag liggende gedachte is razendsnel overgenomen door het Reichsgericht en gerecipieerd naar de rechtspraak in Italië (1932). In Portugal is deze rechtspraak opgenomen in het burgerlijk wetboek van 1966 om vandaar terug te keren naar de vernieuwde wetgeving in het land van herkomst, Duitsland (2002). Vandaag de dag leven ongeveer 150 miljoen Europeanen onder de gelding van de Geschäftsgrundlage. Van dat verschijnsel hebben wij in Nederland nagenoeg geen weet.
Omdat de opstellers van een Draft Common Frame of Reference (DCFR) een regeling hebben opgenomen voor de beëindiging van een overeenkomst in geval van het intreden van onvoorzienbare omstandigheden, is het zicht komen te ontbreken op het feit dat die voorziening deel uitmaakt van een groter geheel dat als Geschäftsgrundlage kan worden aangeduid.

Dit boek is geschreven om het genoemde begrip te introduceren. Bovendien heeft de schrijver nog een verder doel voor ogen: het houden van een pleidooi voor aanvaarding van de Geschäftsgrundlage in ons recht.



€ 21.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Wsnp 2013Monitor Wsnp 2013
S.L. Peters & L. Combrink-Kuiters (RvR) en M. Vlemmings (CBS)

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een aantal wettelijke taken in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het Bureau Wsnp in ’s-Hertogenbosch is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken.

In augustus 2005 verscheen de eerste Wsnp-monitor. Dit jaarlijks uit te brengen instrument heeft als doel de effectiviteit van de Wsnp te monitoren.

Aan deze tiende meting van de Wsnp-monitor hebben zowel de Raad voor Rechtsbijstand als het Centraal Bureau voor de Statistiek een bijdrage geleverd. Deze meting vormt een actualisering van en een aanvulling op de in 2013 verschenen negende meting.

De Monitor Wsnp 2013 geeft een update van een vaste set gegevens over aanvraag, afwijzing, instroom, aanbod, doorstroom en uitkomsten en over de aantallen verzoeken dwangakkoord, moratorium en voorlopige voorziening en de uitspraken hierop. Daarnaast bevat deze meting een quick scan naar de oorzaken van de dalende instroom in de Wsnp.



€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De invloed van de media op het confrontatievereiste De invloed van de media op het confrontatievereiste
Reinout Berend Schiphuis

Het bereik van media is toegenomen en eenmaal gepubliceerde berichtgeving laat zich niet zonder meer verwijderen of herroepen. De kans dat iemand via media met een calamiteit wordt geconfronteerd neemt derhalve toe. Deze confrontatie zou als schokkend kunnen worden ervaren en mogelijk leiden tot psychisch letsel. Slachtoffers zouden in een dergelijk geval een beroep willen doen op het aansprakelijkheidsrecht.

Welke mogelijkheden biedt het recht hen? In dit boek wordt aan de hand van rechtsvergelijkend onderzoek antwoord gegeven op deze vraag. Dit boek is daarmee geschikt voor de direct betrokkenen bij het aansprakelijkheidsrecht – slachtoffers, advocaten en rechters – en voor studenten en wetenschappers die geïnteresseerd zijn in hoe het aansprakelijkheidsrecht omgaat met een veranderende wereld.



€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Realistische en pragmatische rechtsvindingRealistische en pragmatische rechtsvinding
H.C.F. Schoordijk

In dit boek vergelijkt de auteur, emeritus-hoogleraar burgerlijk recht en Anglo-Amerikaans recht, de wijze van rechtsvinding in vijf landen van de westerse wereld, te weten de Verenigde Staten, Nederland, Duitsland, Engeland en Frankrijk, en bepleit de noodzaak van een meer pragmatische rechtsvinding.

Pragmatisme houdt in dat gestreefd moet worden naar beslissingen met een aanvaardbare uitkomst. De realisten predikten in de jaren dertig hun rule and fact scepticism en voorzagen het pragmatisme van een theoretisch kader. Na de oorlog is het pragmatisme vanuit de VS overgewaaid naar Duitsland. Sinds 1970 oordeelt de Nederlandse rechter meer en meer pragmatisch, waarmee een einde lijkt te zijn gekomen aan een tijdperk waarin Scholtens “Algemeen Deel” min of meer als maatstaf gold. Langzaam werd ingezien dat taal, geschiedenis en systeem van de wet teveel een barrière vormden voor de rechter om te komen tot een bevredigende beslissing. Het denken vanuit beginselen is steeds belangrijker geworden, mede onder invloed van het publiekrecht, het Europees recht en de mensenrechten.

Op basis van zijn onderzoek, waarbij ook aandacht voor de rechtsfilosofie en Wittgensteins taalfilosofie is voor de auteur maar één conclusie mogelijk: het recht moet dienstbaar zijn aan een maatschappij die altijd in beweging is en niet angstvallig vasthouden aan de wettekst!



€ 27.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mater semper certa est?Mater semper certa est?
Ilse Ultee

In deze scriptie onderzocht de auteur de rechtspositie van de meemoeder. Een relatie die ingrijpend zal veranderen indien het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap in werking treedt. De directe aanleiding is de vraag van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, afdeling Familie- en Jeugdrecht, naar meer informatie over deze toekomstige wijziging van het afstammingsrecht. In het rapport staat de volgende vraag centraal: In hoeverre verandert de rechtspositie van de meemoeder op grond van het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap en wat zijn de rechtsgevolgen hiervan voor het afstammingsrecht en de daaraan gerelateerde rechten en beginselen, de praktische gevolgen voor het verkrijgen van juridisch ouderschap door de meemoeder en de concrete gevolgen voor de werklast van de rechtbank?

Naar aanleiding van de bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap wordt geconcludeerd dat de wetgever het wenselijk vindt dat het juridisch ouderschap van de meemoeder zonder rechterlijke tussenkomst tot stand kan komen. Geconcludeerd wordt dat de gevolgen van het wetsvoorstel voor het afstammingsrecht ingrijpend zijn, omdat naast de biologische grondslag de sociale grondslag wordt geïntroduceerd. Gebleken is dat ook de praktische gevolgen van het wetsvoorstel groot zijn, aangezien de meemoeder naar nieuw recht veel tijd en geld zal besparen om juridisch ouderschap te verkrijgen.

Door critici worden enige kanttekeningen bij het wetsvoorstel geplaatst die de verbetering van de rechtspositie van de meemoeder nuanceren. Hieruit blijkt ook dat de wetgever het belang van het kind niet in alle gevallen laat prevaleren en dat de wetswijziging zorgt voor een onwenselijke werklastverzwaring voor de rechtbanken. Dit laatste, omdat de wetgever zijn standpunt over de afweging van belangen van alle betrokken partijen niet uitputtend heeft uitgekristalliseerd in de MvT en de rechter de wet verder zal moeten invullen. Aan de rechtbank wordt aanbevolen om het wetsvoorstel te bespreken in landelijke overleggen en vakgroepoverleggen. Op deze manier kunnen de criteria waaraan rechters moeten toetsen worden afgestemd, zodat de rechtseenheid en rechtszekerheid worden gewaarborgd. Tot slot
worden aanbevelingen gedaan aan de wetgever en homo-wensouders, aangezien de inhoud van het rapport ook deze twee doelgroepen raakt. Aan de wetgever wordt geadviseerd om nader onderzoek in te stellen en de aanbevelingen van de critici nogmaals in overweging te nemen. Aan de homo-wensouders wordt aanbevolen om altijd een donorintentieverklaring op te stellen.


De JHS-Scriptieprijs wordt jaarlijks door de Juridische Hogeschool Avans-Fontys uitgereikt aan de schrijver van de scriptie die door een deskundige jury als beste van de genomineerde scripties in het voorafgaande kalenderjaar wordt beoordeeld. De JHS wil met de uitreiking van deze prijs een stimulans geven aan studenten van de JHS om te kunnen excelleren op het terrein van het recht. De tweede scriptieprijs werd uitgereikt op 14 maart 2013 aan Ilse Ultee.


 



€ 13.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en NederlandInvloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland
K. Heinze-Briesemeister, B. Reinhartz

De praktische invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland wordt in dit preadvies met name bezien op het gebied van het (familie-)vermogensrecht. De behandelde onderwerpen (de halal-hypotheek, de bruidsgave, de echtscheiding en het erfrecht) worden door de auteurs voorzien van een IPR-inleiding waardoor de toepassing van het Duitse, respectievelijk Nederlandse recht in een internationaal kader wordt geplaatst.



€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The impact of Business Process Outsourcing on privacy and data protection - a thorough risk analysisThe impact of Business Process Outsourcing on privacy and data protection - a thorough risk analysis
Kalin Cvetkov

At present, a company, either small/medium enterprise or huge corporation, develops its activities within a competitive environment where solely the perspicacious one could gain a profit and hold or improve its positions on the market. Therefore, “firms increasingly buy all or at least parts of selected services they need from external service providers. This is especially true for services which rely to a great extent on new information and communication technologies and they carry out that task by means of outsourcing. The aim of the present research is to examine how a premature termination of a business process outsourcing project (hereafter BPO) might infringe upon several major provisions of the current EU data protection framework. Such a question is relevant because of the technological means inherent in a BPO through which personal data are being processed, and of the great possibility for unlawful data processing after a premature termination of the project. Therefore, a BPO falls under the scope of regulation by Directive 95/46/EC of the European Parliament and of the Council of 24 October 1995 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data. Ultimately, as the research will show, the DPD 95/46/EC as a legal instrument devoted to protect the right to personal data protection turns to be unable to provide sufficient protection on the data subjects’ rights in the context of prematurely terminated BPO contract. Therefore, the Proposed Data Protection Regulation represents an instrument that could deal properly with the said issue, especially if some proposals for amendments made within the present paper be taken into account.  





Wie is de Mol?Wie is de Mol?
A.M. Boot, F.G.K. Overkleeft en F.E. Vermeulen (red.)

Op 1 januari 2014 nam Harmen de Mol van Otterloo afscheid als partner bij  NautaDutilh. Een carrière in de advocatuur bracht hem vele vriendschappen. Om zijn afscheid niet onopgemerkt voorbij te laten gaan is deze bundel met bijdragen van enkele van zijn vrienden samengesteld.

Deze bundel bevat bijdragen op het terrein van het vennootschapsrecht, het enquêterecht, het burgerlijk procesrecht, het internationaal privaatrecht en het faillissementsrecht. De inhoudelijke verscheidenheid van de in de bijdragen behandelde onderwerpen weerspiegelen Harmen’s veelzijdigheid als advocaat.

Inhoud:

De bevoegdheid tot vaststelling van bestuurdersbezoldiging door bestuurders van N.V.’s en B.V.’s in een monistisch of dualistisch bestuursmodel – Een pleidooi voor restrictie
Bastiaan Assink

Grote kantoren en het gedragsrecht
Floris Bannier

Staking van stemmen
Barbara Bier

Spoedarbitrages
Willem Calkoen en Richard Hansen

Een apologie
Gerard Carrière

Geschiedenis van de al dan niet toezichthoudende taak van commissarissen
Peter Dortmond

De statutaire exitregeling en de statutaire eigen geschillenregeling in arbitrage
Gerco van Eck

Collectief verhaal en mededingingsrecht: kansen en keuzes voor benadeelden
Chris Fonteijn

Flexibilisering en digitalisering van het burgerlijk proces
Robert van Galen

De Van der Moolen-enquête: onafhankelijkheid en onpartijdigheid van onderzoekers in het licht van artikel 6 lid 1 EVRM
René van de Klift

Terugkomen van een in een tussenuitspraak neergelegde eindbeslissing: Audiatur et altera pars?
Erik Minderhoud

Synthetische belangen en het enquêterecht
Gosse Oosterhoff

Inhoud, vorm en stijl
Frans Overkleeft

Corporate mediation in de praktijk
Geert Raaijmakers en Paul Olden

De Mol in het aangeharkte tuintje van Groenselect
Floor Rost Onnes

Een lange lijdensweg
Barbara Rumora-Scheltema en Frans van Koppen

Incidentele vorderingen: beslissen eerst en vooraf?
Bjarni Schim

Enkelvoudig appel in kantonzaken: niet doen
Stefan Schütz

Klachtplicht bij onbehoorlijke taakvervulling en wanbeleid
Gerard van Solinge

Dankzij Harmen de Mol en mijns ondanks toch weer a day in court
Tirtsa Sternfeld

Forum conveniens en internationale joint ventures
Jaap Jan Trommel

Vreemd recht in cassatie
Freerk Vermeulen



€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Een vernieuwd burgerlijk procesrechtEen vernieuwd burgerlijk procesrecht
Fred Hammerstein

"Het recht levert niet alleen de ordening op die noodzakelijk is voor goed onderling verkeer, maar waarborgt ook de structuur en de zekerheid voor de toekomst die bedrijven nodig hebben om te kunnen investeren."

In de Maaskantlezing van 2014 hield Fred Hammerstein een pleidooi ter vernieuwing van het burgerlijk procesrecht. Hij ging daarbij in op het project KEI (Kwaliteit En Innovatie) met als uitgangspunten digitalisering, vereenvoudiging en versnelling van de civiele procedure.

Alfred Hammerstein (1946) heeft vanaf 1971 gewerkt aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. In 1977 promoveerde hij bij prof. mr. W.C.L. van der Grinten op het onderwerp Zaaksvervanging. Prof. mr. Hammerstein is daarna werkzaam geweest in de rechtbank Arnhem, in het gerechtshof te Arnhem, waarvan hij van 2004 tot 2006 president was, en in de Hoge Raad. Hij is thans raadsheer in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, staatsraad in buitengewone dienst en houder van de wisselleerstoel van het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) met als leeropdracht Geschillenbeslechting.



€ 7.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Wsnp 2012Monitor Wsnp 2012
S.L. Peters & L. Combrink-Kuiters (RvR) en M. Vlemmings (CBS)

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een aantal wettelijke taken in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het Bureau Wsnp in ’s-Hertogenbosch is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken.  In augustus 2005 verscheen de eerste Wsnp-monitor. Dit jaarlijks  uit te brengen instrument heeft als doel de effectiviteit van de Wsnp te monitoren.Aan deze negende meting van de Wsnp-monitor hebben zowel het Bureau Wsnp als het Centraal Bureau voor de Statistiek een bijdrage geleverd. Deze meting vormt een actualisering van en een aanvulling op de in 2012 verschenen achtste meting. De Monitor Wsnp 2012 geeft een update van een vaste set gegevens over aanvraag, afwijzing, instroom, aanbod, doorstroom en uitkomsten en over de aantallen verzoeken dwangakkoord, moratorium en voorlopige voorziening en de uitspraken hierop. Daarnaast bevat deze meting aanvullende onderzoeksgegevens  over afwijzingen en niet-ontvankelijk verklaringen van verzoeken  tot toelating tot de Wsnp en over de afdoening in hoger beroep.



€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2012Monitor Gesubsidieerde rechtsbijstand 2012
L. Combrink-Kuiters, M. van Gammeren-Zoeteweij & S.L. Peters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.



€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Laverend langs grenzenLaverend langs grenzen
Friso Kulk

Leden van transnationale gezinnen krijgen te maken met de rechtssystemen van twee (of
meer) verschillende landen. Als bijvoorbeeld in Egypte een kind van Egyptisch-Nederlandse
ouders wordt geboren, dan dient de Egyptische geboorteakte als bewijs van het bezit van
de Nederlandse nationaliteit. Daarmee zijn niet alleen de regels van het Nederlandse,
maar ook die van het Egyptische islamitische recht van belang voor de juridische positie
van dit kind. De beide rechtssystemen zijn op deze en tal van andere manieren in interactie
met elkaar.

Dit boek gaat over de ervaringen van ouders in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-
Nederlandse gezinnen met familie-, nationaliteits- en internationaal privaatrecht.
Ouders in transnationale gezinnen dragen met hun handelen bij aan de vorming van de
juridische positie van hun kinderen in twee landen. Op basis van interviews met ouders in
Nederland, Egypte en Marokko wordt antwoord gegeven op de vraag hoe het handelen van
ouders bijdraagt aan die juridische positie en welke verklaringen er zijn te geven voor dat
handelen. Hoe gaan ouders om met de verschillen tussen het Nederlandse familierecht en
het op islamitische normen gebaseerde familierecht van Egypte en Marokko? Ervaren zij
conflicten of zoeken ze naar pragmatische oplossingen? Welke rol spelen sociale, religieuze
en politieke factoren daarin? Daarnaast vormt dit boek een praktijkgerichte beschrijving
van de juridische kwesties waar transnationale gezinnen mee te maken krijgen.



€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Inleiding tot de express private trustInleiding tot de express private trust
Gerard Gilissen

Regelmatig verschijnen er in de (financiële) pers publicaties over de trust en over internationale bedrijven en (zeer) vermogende particulieren die door middel van deze enigmatische Anglo-Amerikaanse rechtsfiguur jaarlijks vele miljarden aan belastingheffing weten te besparen. Het in trusts e.d. ondergebrachte vermogen waarbij Nederlandse belastingplichtigen zijn betrokken, bedraagt naar schatting ruim € 9 miljard. Echter op basis van extrapolatie van de beschikbare informatie wordt verondersteld dat het totaal in de Nederlandse heffing te betrekken vermogen zelfs ca. € 30 miljard bedraagt. Een in tijden van internationale financiële crisis significant bedrag.

Tot deze vermogens, welke zijn ondergebracht in ca. 2500 trusts, 2500 "special purpose funds" en 400 overige doelvermogens (Stiftungen, Foundations, Anstalts en stichtingen), behoren enkele afgezonderde particuliere vermogens die méér dan €  1 miljard bedragen. Schattingen - in rapporten uitgebracht door o.a. OESO, het IMF, Boston Consulting Group - over vermogen in belastingparadijzen en gemiste belastingopbrengsten doen echter vermoeden, dat de gemiste Nederlandse opbrengsten een veelvoud bedragen van hetgeen wordt geschat (Bron: M.v.T., Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 3, onderdeel "Budgettaire effecten, verdelingseffecten en nalevingseffecten"). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de trust vanwege het in omvangrijke mate ontgaan van belastingheffing doorgaans negatieve associaties oproept.

Echter, aan de vraag "Wat is een trust ?" wordt in publicaties geen of nauwelijks aandacht besteed. Dit boek tracht deze vraag te beantwoorden en daarmee recht te doen aan een rechtsfiguur die in het Anglo-Amerikaanse rechtsgebied reeds eeuwenlang bestaat en aldaar een wezenlijke functie in het financieel/economisch verkeer vervult. Opdat het verschijnsel "trust" beter in zijn volle omvang wordt begrepen, wordt in dit boek de rechtsfiguur in een zodanig breed kader geplaatst dat daardoor een beeld ontstaat van de diverse aspecten die de trust als Anglo-Amerikaanse echtsfiguur kenmerken. Hopelijk wordt daardoor bereikt dat de trust wordt ontdaan van het imago per definitie "dubieus" te zijn.

Allereerst wordt de historische ontwikkeling van de rechtsfiguur beschreven, waarna aandacht wordt besteed aan hetgeen de trust naar Engels recht inhoudt. Daarbij komen aan de orde de doeleinden die een trust kan hebben; de verschillende omschrijvingen van de trust en de kenmerken van de trust. Het begrip trust wordt mede bepaald door de trust te kwalificeren naar de wijze waarop deze ontstaat; naar de obligatoire aspecten van de trustverhouding; naar de aard van het trustfund en de bij de trust betrokken belangen.

Voorts wordt enige aandacht besteed aan international trusts in off shore financial centres. Vervolgens komt de kwalificatie van de trust naar Nederlands privaatrecht aan de orde, waarbij wordt ingegaan op de betekenis van het Haags trustverdrag. Ten slotte wordt onderzocht hoe een verdragstrust in het Nederlands privaatrecht kan worden ingepast en of de verdragstrust als een juridisch zelfstandige entiteit naar Nederlands privaatrecht is te kwalificeren.

De auteur (1948) studeerde fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit te Leiden (1966-1972). Hij was vervolgens (adjunct-)inspecteur van ’s Rijksbelastingen (1972-1981) en partner van PWC (1981-2003). In 2012 promoveerde hij aan de Tilburg University op het proefschrift "De express private trust. Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen". Hij is gehuwd en heeft twee (klein)kinderen.



€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



HerverpandingHerverpanding
Kasper Krzeminski

Herverpanding is een opmerkelijke figuur in het Nederlandse zekerhedenrecht.

De in artikel 3:242 BW geregelde vorm van verpanding houdt in dat een pandhouder een door hem in pand verkregen goed verpandt aan een derde. De pandhouder vestigt dus tot zekerheid van een eigen schuld een nieuw pandrecht – het ‘herpandrecht’ – op een goed dat aan de pandgever toebehoort. Een pandhouder is slechts tot herverpanding bevoegd indien de pandgever hem ondubbelzinnig de herverpandingsbevoegdheid heeft toegekend.

Mede door een summiere parlementaire toelichting op het in 1992 ingevoerde artikel 3:242 BW en het ontbreken van enige jurisprudentie over deze rechtsfiguur, bestaat de nodige onduidelijkheid over de vereisten, kenmerken en rechtsgevolgen van herverpanding. Bovendien staat herverpanding op gespannen voet met een aantal fundamentele beginselen van het Nederlandse goederenrecht, waaronder het vereiste van beschikkingsbevoegdheid, het prioriteitsbeginsel en het karakter van pandrecht als beperkt zekerheidsrecht. Deze en andere vragen vormen het onderwerp van dit boek.

Achtereenvolgens worden de historische ontwikkeling en de kenmerken van herverpanding onder de huidige wettelijke regeling uiteengezet. Daarbij wordt ingegaan op mogelijke praktische toepassingen van de rechtsfiguur en de uiteenlopende complicaties die zich bij herverpanding kunnen voordoen. Het sluitstuk van het boek wordt gevormd door een bespreking van herverpanding in het goederenrechtelijk systeem. In dat verband wordt de figuur van herverpanding vergeleken met andere rechtsfiguren en wordt tevens haar verhouding met goederenrechtelijke beginselen besproken.

Door de systematische wijze van behandeling van het onderwerp ontstaat een helder beeld van de rechtsfiguur herverpanding.

Kasper Krzeminski promoveerde cum laude op dit onderwerp op 7 juni 2013.



€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



European Traditions: integration or disintegrationEuropean Traditions: integration or disintegration
Pim Oosterhuis, Emanuel van Dongen (eds.)

European legal traditions can be characterised as a continuous balancing act of two seemingly contradictory forces: centralisation and de-centralisation. On the one hand, Justinian`s Corpus iuris, the medieval ius commune of Roman and Canon law, the usus modernus pandectarum, and the current European harmonisation efforts all have a centralizing or rather an integrative quality about them. While the ius proprium, including the English Common law, and particularly the national codifications of the 19th century, as well as the study of these laws, exhibit more diverse, de-centralizing forces within European legal traditions.   This volume shows how comparative legal history can be used as a tool to analyse similarities and differences between legal systems. It aims to provide a deeper understanding of common strands in law shared by European countries, in particular those (i) at a substantive level, through shared legal ideas and principles such as clausula rebus sic stantibus, unjustified enrichment, cessio bonorum, subsidiarity or popular sovereignty; (ii) at a formal level, through a common legal language; and created (iii) by scholarly networks and (iv) appellate courts.  





Statistische controlemiddelen van de belastingdienst Statistische controlemiddelen van de belastingdienst
Charlotte Bastings

Statistische methoden zijn niet meer weg te denken uit de fiscale controlepraktijk. Het gebruik van statistische middelen zorgt voor een efficiënte uitvoering van de controlewerkzaamheden van de fiscus. Daarom leveren deze technieken een aanzienlijke kostenbesparing op. Uit de literatuur en de jurisprudentie is gebleken dat de chi-kwadraattoets en de guldensteekproefmethode die de Belastingdienst hanteert, voor veel fiscalisten lastige methoden zijn. Ook uit verschillende uitspraken van de Hoge Raad wordt niet geheel duidelijk in welke gevallen de resultaten uit deze methoden gebruikt kunnen worden bij het vaststellen van een belastingaanslag.

In dit boek worden eerst de methoden van de chi-kwadraattoets en de guldensteekproefmethode uitgelegd. Hierbij worden ook de voorwaarden voor een juiste uitvoering van de methoden behandeld. Vervolgens komt de jurisprudentie waarin deze technieken centraal staan, aan bod. Ten slotte volgt een beoordeling in welke gevallen de resultaten uit de controletechnieken kunnen dienen ter onderbouwing van de aanslag.



€ 19.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Wsnp 2011Monitor Wsnp 2011
L. Combrink-Kuiters & S.L. Peters (RvR) en M. Vlemmings (CBS)

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een aantal wettelijke taken in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het Bureau Wsnp in `s-Hertogenbosch is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken. In augustus 2005 verscheen de eerste Wsnp-monitor. Dit jaarlijks uit te brengen instrument heeft als doel de effectiviteit van de Wsnp te monitoren. Aan deze achtste meting van de Wsnp-monitor hebben zowel het Bureau Wsnp als het Centraal Bureau voor de Statistiek een bijdrage geleverd. Deze meting vormt een actualisering van en een aanvulling op de in 2011 verschenen zevende meting. De Monitor Wsnp 2011 geeft een update van een vaste set gegevens over aanvraag, afwijzing, instroom, aanbod, doorstroom en uitkomsten en over de aantallen verzoeken dwangakkoord, moratorium en voorlopige voorziening en de uitspraken hierop. Daarnaast bevat deze meting aanvullende onderzoeksgegevens over ondermeer uitdelingen bij beëindigde schuldsaneringen en over gerechtelijke akkoorden.



€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De afschrikking voorbijDe afschrikking voorbij
Karin van Wingerde

  Ieder incident leidt tot een roep om meer en strengere regels, intensievere controles en afschrikwekkender sancties voor ondernemingen en hun bestuurders. Maar voorkomt de dreiging van sancties dat ondernemingen regels overtreden? Schrikken sancties af? Doen strengere sancties dat meer dan minder zware sancties en schrikken strafrechtelijke sancties sterker af dan administratieve sancties? Over deze vragen gaat dit boek. Het onderzoek waarvan in dit proefschrift verslag is gedaan, is gebaseerd op een empirische studie onder veertig bedrijven uit de Nederlandse afvalbranche. Daarbij is niet alleen onderzocht in hoeverre en op welke wijze sancties afschrikken, maar is ook gekeken naar het belang van sancties in vergelijking met repercussies vanuit de maatschappelijke omgeving alsmede naar de wisselwerking tussen afschrikking, maatschappelijke controle en de aandacht die binnen bedrijven zelf wordt gegeven aan de naleving van wet- en regelgeving. Karin van Wingerde studeerde criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij is thans onderzoeker bij de Rekenkamer Rotterdam.



€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The Jurisdiction of the Pontiff in the Roman Republic: A Third DimensionThe Jurisdiction of the Pontiff in the Roman Republic: A Third Dimension
Jan Hendrik Valgaeren

In academic research, the pontiff (pontifex) of the Roman Republic has largely been a twodimensional figure, created by Historians and Romanists. In this book, the author - a graduate in both law and history - adds a fascinating third dimension. Taking the pontiff’s jurisdiction (i.e., the supervision of civil litigation) as his starting point, he demonstrates that most Romanists evidence a highly dogmatic approach and only pay attention to the institutional aspects of Roman law, while Historians are primarily interested in the big picture and are mostly unaware of the pontiff’s legal duties. What binds these perspectives is that the scholarly thinking of adherents of either discipline is rooted in the Enlightenment idea that Roman society was a secular one. This biased idea obscures the fact that in the Roman Republic law and religion were intimately connected and remained so well into the Empire. The author argues that it was only around 200 BC - and not earlier - that, as part of the radical reforms following the Second Punic war, jurisdiction was transferred from the pontiff to the praetor.

Jan Hendrik Valgaeren (1980) studied Ancient History, Law, and International Relations in Belgium (Leuven Catholic University), the Netherlands (Tilburg University), and Spain (Deusto University). Greatly inspired by the Renaissance notion of homo universalis, he has taught courses on Legal History, Politics, Culture, and International Relations and is currently working as a lawyer at Vandenheuvel – Du Mongh, Antwerp. He is intrigued by the world of art.





De Express Private Trust: Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgenDe Express Private Trust: Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen
Gerard Gilissen

De fiscale kwalificatie en gevolgen van het ontstaan en bestaan van de Anglo-Amerikaanse trust vormen reeds decennia-lang een punt van discussie in de fiscale wetenschap en praktijk. Dit boek beoogt niet alleen een bijdrage aan deze discussie te leveren, maar ook een spoedige wijziging te bevorderen van de per 1 januari 2010 tot stand gekomen wettelijke regeling betreffende het afgezonderd particulier vermogen (apv), waartoe ook discretionary express private trusts behoren. De als anti-misbruikwetgeving bedoelde wettelijke regelingen betreffende het apv zijn namelijk op onderdelen onaanvaardbaar onevenwichtig vanwege een onjuiste afweging van het rechtszekerheidsbeginsel enerzijds en het rechtvaardigheidsbeginsel en het doel van het recht anderzijds. Voorts geven de wettelijke bepalingen niet de reeds jaren zo gewenste duidelijkheid omtrent de fiscale kwalificatie van de fixed express private trust.Teneinde de fiscale problematiek van het verschijnsel express private trust goed te kunnen begrijpen, is een meer dan vluchtige kennis van de ontstaansgeschiedenis van de trust; de trust naar Engels recht en de Engelse belastingheffing van de trust van wezenlijk belang.Vandaar dat daaraan in dit boek allereerst ruim aandacht wordt besteed.Omdat begrippen die aan het civiele recht worden ontleend in beginsel ook fiscaalrechtelijk hun civielrechtelijke betekenis behouden, tenzij enige factor van rechtsvinding een afwijkende betekenis vereist (leer der rechtseenheid), wordt tevens onderzocht hoe de trust privaatrechtelijk kan worden gekwalificeerd. Het Haags trustverdrag vormt daarbij het uitgangspunt.In het onderzoek naar de fiscale kwalificatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de discretionary en de fixed trust. Daarbij gelden als onderzoekshypothesen dat de discretionary trust wél een fiscale entiteit vormt doch de fixed trust niet. Voorts wordt onderzocht wat de fiscale gevolgen van de kwalificatie voor de heffing van de schenk-, erf-, inkomsten- en vennootschapsbelasting zijn.Ten slotte wordt wenselijk fiscaal recht beschreven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan regelingen betreffende de trust in een aantal landen die deze lastig te kwalificeren rechtsfiguur wél resp. niet kennen.Gerard (D.L.M.) Gilissen werd geboren op 7 juni 1948 te Tilburg. Gedurende de periode 1960-1966 volgde hij middelbaar onderwijs aan hetVan der Puttlyceum te Eindhoven. Aansluitend studeerde hij fiscaal recht aan de R.U. Leiden. In 1972 studeerde hij af en trad vervolgens in dienst bij de Rijksbelastindienst.Vanaf 1972 liep hij gedurende drie jaar stage in de Directie Limburg. In 1975 werd hij benoemd tot inspecteur van ’s Rijksbelastingen te Eindhoven (inspectie der vennootschapsbelasting).In 1981 trad hij in dienst bij de maatschap van Dien+co/Kammer Luhrman+co.In 1983 werd hij lid van de maatschap.In 2003 werd het partnership met Pricewaterhouse- Coopers (PwC) op zijn verzoek beëindigd. Sindsdien hield hij zich deels bezig met een promotieonderzoek.Hij is sinds 1970 getrouwd, heeft twee kinderen en twee kleinzonen.



€ 42.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel





PAge : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10