Private Law

Private Law



Page : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   


Alternatieve Gassen en AansprakelijkheidAlternatieve Gassen en Aansprakelijkheid
D.G. Tempelman

Dit proefschrift behandelt de vraag wie aansprakelijk gesteld kan worden voor schade die ontstaat door groen-gasinvoeding en waterstofbijmenging. Allereerst worden de Europese en Nederlandse ontwikkelingen besproken in de gassector, in het bijzonder het proces van Europese marktintegratie en-liberalisatie waarbij de aandacht voornamelijk uitgaat naar het Nederlandse liberaliseringsproces. Als gevolg van het proces van marktliberalisatie is het aantal actoren toegenomen en heeft er een verschuiving van verantwoordelijkheden plaatsgevonden. Deze verantwoordelijkheden liggen deels in de wet verankerd en zitten deels in contracten besloten. Om deze reden worden de wettelijke taken en bevoegdheden en de contractuele relaties besproken. De contracten worden voor zover mogelijk privaatrechtelijk gekwalificeerd en kort inhoudelijk behandeld waarbij de aandacht uitgaat naar de afspraken omtrent aansprakelijkheid. De grondslagen voor de wettelijke aansprakelijkheid worden ook besproken, in het bijzonder de aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken, gebrekkige opstallen, gevaarlijke stoffen en gebrekkige producten. Tevens wordt de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad behandeld. Om de centrale vraag te beantwoorden is gekozen voor een casusgerichte aanpak en worden twee scenario’s geschetst die antwoord geven op de hoofdvraag.





Medische aansprakelijkheidMedische aansprakelijkheid
S. Heirman, E.C. Huijsmans & R. van den Munckhof (red.)

Het kenniscentrum Milieu en Gezondheid is een initiatief van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant. Doel van het kenniscentrum is om bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de rechterlijke oordeelsvorming op het vlak van milieu en gezondheid. Door het verzamelen, beheren en delen van kennis over de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten hiervan, ondersteunt het kenniscentrum rechters en juridisch medewerkers in het hele land op dit vlak. Eén van de werkzaamheden van het kenniscentrum is het organiseren van themadagen voor de leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten. Op deze themadagen wordt steeds een onderwerp op het gebied van milieu en gezondheid nader belicht. Op vrijdag 8 april 2016 organiseerde het kenniscentrum een themadag over het onderwerp medische aansprakelijkheid, in samenwerking met het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). In dit kennisdocument zijn bijdragen van een aantal sprekers en deelnemers van die themadag gebundeld. De auteurs in deze bundel:                  Prof. dr. R.J. van der Gaag Prof. mr. A.C. Hendriks Prof. mr. dr. A.R. Mackor Prof. mr J. Legemaate Mr. dr. R.P. Wijne Mr. P.M.J. Eken-de Vos Mr. P.J. van Eekeren Mr. drs. E.C. Huijsmans Mr. R. van den Munckhof





Rechtshandelingen en NULLITEITENRechtshandelingen en NULLITEITEN
P.Abas

Het centrale gedeelte van het Nederlands vermogensrecht is neergelegd in titel 3.2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze titel geeft regels voor rechtshandelingen en nulliteiten. Vooral op het laatste deel van deze titel richten zich de bezwaren van de auteur. Het gebouw van de nulliteiten -  met name art. 3:40 BW -  berust op fundamenten uit de Tweede Wereldoorlog, die zijn belichaamd in twee arresten van de Hoge Raad uit 1951. Na ruim 70 jaar is dit bouwsel sleets geraakt en is er behoefte aan vernieuwing. Aan het antwoord op de vraag hoe deze eruit moet zien, is deze monografie gewijd. Dit heeft geleid tot een formulering van een nieuw art. 3:40 BW en verandering van enige daarmee samenhangende voorschriften. Bij het voorgaande moet rekening worden gehouden met een afwijkend stelsel van nulliteiten in de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (1993). Dit verschil doet zich vooral voelen bij de onmogelijkheid tot matiging van een contractuele boete. Aangezien het Nederlandse systeem vrucht is van het pandectisme dat zich heeft verbreid over grote delen van Europa heeft rechtsvergelijking in deze materie geen zin.





Regulating Anti-competitive Practices in Nigeria’s Communications SectorRegulating Anti-competitive Practices in Nigeria’s Communications Sector
C. E. Izuogu

This pioneering book gives a comprehensive review of the work of the Nigerian Communications Commission in regulating anti-competitive practices in Nigeria’s communications,market. To that end, the book among other things,,discusses the concept of a substantial lessening of competition, which is the substantive standard, used for evaluating anti-competitive conducts in Nigeria’s communications sector, and the substantive application of this standard by the Commission in the three broad areas of anti-competitive agreements and practices; abuse of a dominant position; and mergers, acquisitions and takeovers. The book also discusses the various conducts deemed by the Commission to result in a substantial lessening of competition, and the approach adopted by the Commission in regulating communications Licensees with market power and/or in conducting a dominance determination for the purpose of imposing ex ante regulatory obligations. It is intended that this book will serve as a useful research guide for competition and communications law practitioners in Nigeria, and especially offi cials of the Commission investigating anti-competitive practices. Academics, Economists and law students with an interest in the competition regulation of communications services in Nigeria will also find this book useful.





Civis europaeus sum?Civis europaeus sum?
Guayasén Marrero González

Civis europaeus sum? Am I a citizen of the Union? This question, which is the cornerstone of this thesis, is also the question that people affected by an eventual State succession within an EU Member State need an answer to. The link between the nationality of an EU Member State and citizenship of the Union is, as it stands now, unbreakable. One cannot claim the enjoyment of the latter without holding the nationality of an EU Member State. Thus, those who, due to the operation of the State succession and the rules enacted in that context regarding nationality, lose the nationality of the predecessor-EU Member State cannot invoke “civis europaeus sum”. From the outset, individuals who lose the nationality of an EU Member State would lose EU citizenship and the rights attached to it. However, whilst EU citizenship is still not autonomous from Member State nationality, certain rights associated to the residence in both the potential newly independent States and the EU Member States can be frozen as an interim solution until such times as the former has completed the EU accession process.





Potestas AlienandiPotestas Alienandi
Javier E. Rodríguez Diez

The transfer of ownership by a non-owner is a common situation in everyday commercial practice. However, the dogmatic framework surrounding it has often led to controversy when studying both Roman and modern private law. Key to this controversy is the introduction by German scholars, in the course of the 19th century, of the notion of ‘direct representation’ in order to approach the transfer of ownership by a non-owner. Regarding the study of Roman law, this involved assuming the existence of a primitive prohibition to alienate through a non-owner, since ‘direct representation’ was seen as a later innovation. This starting point had a decisive effect on the study of the transfer of ownership by a non-owner in Roman law, particularly concerning the significance of the voluntas domini, the way in which legal guardians alienate, the scope of praetorian innovations, the possibility to transfer ownership through formal acts and the role of the nemo plus rule. Regarding modern private law, this starting point has brought along a radical distinction based on whether the alienation takes place in the context of direct representation or not. This book attempts to offer a fresh view through a source-oriented approach in order to provide an outlook on the evolution of the transfer of ownership by a non-owner in Roman law, as well as the dogmatic and systematic standpoints among the jurists of the ius commune. Special attention is dedicated to the innovations of German scholarship, due to their significance for the study both of Roman law and for the evolution of modern private law.





The Right to Reparations under the Rome Statute of the International Criminal Court (ICC)The Right to Reparations under the Rome Statute of the International Criminal Court (ICC)
S. Kabalira

Rome Statute of the International Criminal Court established and vested the Court with the power to decide on reparations to victims. The concept of reparations to victims remains a controversial topic in international criminal law.   Does the Statute explicitly create victims’ right to reparations? How and why have we to distinguish between reparations under Article 75 and victim assistance or support from the Trust Fund created by Article 79 of the Statute? Does the Statute or international law embody substantive law to be applied to reparations to victims?   From a procedural perspective other questions arise: Has the Statute or the Court developed procedural law that allows to balance the interests of parties to proceedings before a court whose mission is primarily criminal? Where a conflict of jurisdiction arises between the International Criminal Court and national courts, as regards reparations against a convicted person, how can the risk be dispelled? What kind of reparations may redress victims of the most serious international crimes, such as crime of genocide, crimes against humanity and war crimes? Does there exist an effective legal framework to facilitate the implementation of reparations orders issued by the Court?   This book endeavours to discuss the major legal issues arising from the introduction of the concept of reparations to victims in international criminal law. More particularly, the book describes challenges in implementing Article 75 of the Rome Statute and attempts to suggest legal solutions thereto.





The recast Reception Conditions DirectiveThe recast Reception Conditions Directive
P. Minderhoud & T. Strik (eds)

On 20 July 2015 the deadline expired for the transposition of the recast Reception Conditions Directive (Directive 2013/33/EU of 26 June 2013 laying down standards for the reception of applicants for international protection (recast), OJEU 2013 L180/96).   The presentations on which this book is based, were originally given during a seminar on the Recast Reception Conditions Directive. This seminar took place at the Centre for Migration Law (Jean Monnet Centre of Excellence), Faculty of Law of the Radboud University Nijmegen, on Tuesday 8 December 2015.   In light of the very substantial level of interest, we publish a book on the results of this seminar in order to enable those who were not able to attend to benefit from the wealth of knowledge and information which was shared. The book is divided in two sections. The first section deals with the central themes and the problem issues of the recast Reception Conditions Directive. The second part of the book focuses on the implementation of the recast Reception Conditions Directive in a selected number of Member States.   This book offers insight in all the different aspects of the recast Reception Conditions Directive.





Leven tussen de wieg en het graf in Leven tussen de wieg en het graf in
M. A. Veira

In deze derde publicatie van de schrijver worden juridische aandachtspunten in het Surinaams familierecht aan de orde gesteld. Het betreft in deze aan de tijd aangepaste publicaties die tussen 2010 en 2015 in verschillende uitgaven van het oudste Surinaams juridisch tijdschrift, “Surinaams Juristenblad”, verschenen. De onderwerpen lijken op het eerste oog nogal uiteenlopend, maar zijn stuk voor stuk wezenlijke – uit het leven gegrepen – zowel juridisch als maatschappelijk interessante kwesties die nader onderzoek rechtvaardigen. Uit de drie gepubliceerde werken, kan opgemaakt worden dat Monique Veira een diepgang en helderheid van begrip van de samenleving in relatie tot wet en regelgeving in de Surinaamse context demonstreert. De subtiele manier waarop zij redelijkheid en billijkheid binnen het rechtsbestel door bespreking inhoud geeft, indiceert haar cognitieve en gevoelsmatige diepe beleving van rechtvaardigheid. “Dit boek ademt de intentie uit zowel leek als ingewijde naar een ander begrips- en belevingsniveau te willen brengen.”- Ir. Dennis C. Wip Monique Veira promoveerde in 2006 aan de Universiteit van Amsterdam en bracht het proefschrift getiteld: “de langstlevende echtgenoot. Een vergelijking van de positie van de langstlevende echtgenoot in het Marron-erfrecht met de positie van de langstlevende echtgenoot in het Caraïbisch en het Surinaams erfrecht” als boek uit. In 2009 publiceerde zij haar tweede boek: “Onderweg naar een nieuw Burgerlijk Wetboek. Verzamelde artikelen over het Surinaamse familierecht 1997 -2008”.





Wezenlijk Nederlands BelangWezenlijk Nederlands Belang
T. De Lange

Nederland wil een aantrekkelijk vestigingsland zijn voor hooggekwalificeerde kenniswerkers van buiten de EU. Het migratiebeleid biedt die kenniswerkers  de mogelijkheid om als zelfstandig ondernemers een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie.  Toch maken jaarlijks maar een paar honderd buitenlandse ondernemers van die mogelijkheid gebruik en zijn de afwijzingspercentages hoog.   De Universiteit van Amsterdam onderzocht hoe  de toelating voor arbeid als zelfstandig ondernemer naar Nederland is geregeld, hoe de aanvraag om toelating op grond van het gehanteerde puntenstelsel wordt beoordeeld, wat het resultaat was van die beoordeling en hoe dat resultaat valt te verklaren.  Dat veel ondernemers niet in aanmerking komen voor toelating heeft meerdere oorzaken, zowel gelegen aan de kant van de ondernemers als aan de kant van de Nederlands overheid. Met betere informatievoorziening door de overheid, betere voorbereiding door de ondernemers, enkele aanpassingen aan het puntenstelsel en in de uitvoeringspraktijk, zouden meer buitenlandse ondernemers een kans krijgen om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse economie. Daarmee dienen zij een wezenlijk Nederlands belang.   Tesseltje de Lange is juriste en al meer dan twintig jaar expert op het gebied van het migratierecht, in het bijzonder arbeidsmigratie en de arbeidsmarktpositie van migranten. Zij is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Tilburg en lid van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.





Privacy wetgevingPrivacy wetgeving
Simone Fennell, Rudolf Kroes, Frank Koppeljan (red.)

Na een periode van relatieve rust is de privacy wetgeving weer volop in beweging. In Nederland nieuwe meldplichten voor datalekken, een boetebevoegdheid en een nieuwe naam voor de toezichthouder. In Europa een concept Europese Verordening met daarin documentatieplichten, het recht om vergeten te worden, profilering en data portabiliteit. In deze uitgave zijn de tekstvoorstellen alvast opgenomen. Voor nu een eerste editie, die vernieuwd zal worden zodra de nieuwe regels definitief zijn. We hopen dat deze uitgave alvast kan helpen met de voorbereidingen op wat komen gaat.

Deze uitgave bevat de volgende (voorgestelde) wet-en regelgeving:

Grondwet (deels)
Handvest van de grondrechten EU (deels)
EVRM (deels)
Wet bescherming persoonsgegevens
Nieuwe boetebevoegdheid - art. 66 Wbp - Schematisch overzicht
Nieuwe boetebevoegdheid - art. 75 Wbp - Schematisch overzicht
Brede Meldplicht Datalekken - ART. 34a WBP - Schematisch overzicht
Wijziging van de telecomwet (meldplicht)
Wet algemene bepalingen burgerservicenummer
Wijziging van de Telecomwet (cookiewet)
EU Algemene Verordening Gegevensbescherming
Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming - Schematisch overzicht



€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Schade en herstelSchade en herstel
E.C. Huijsmans, M. van der Weij (redactie)

Het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid (hierna: het Kennis-centrum), verbonden aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, houdt zich bezig met de straf-, civiel- en bestuursrechtelijke aspecten van milieu en gezondheid. Het Kenniscentrum werkt samen met de afdeling bestuursrecht van de rechtbank ’s-Hertogenbosch.Eén van de werkzaamheden van het Kenniscentrum is het organiseren van themadagen voor de leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten. Op deze themadagen wordt steeds een onderwerp op het gebied van milieu en gezondheid nader belicht. Op 11 april 2014 heeft de elfde themadag van het Kenniscentrum plaatsgevonden met als thema ‘Schade en herstel’. In dit kennis-document is een aantal bijdragen van sprekers op die themadag gebundeld. Drs. L.J. Wenniger is arts-onderzoeker in het AMC Amsterdam en (medisch) bioloogMr. R. van den Munckhof is stafjurist bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en verbonden aan het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid. Mr. M.J.H.M. Verhoeven is senior rechter bij de rechtbank Oost-Brabant en verbonden aan het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid. Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar privaatrecht aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en programmaleider van UCALL, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law. Mr. C.C.J. de Koning is advocaat bij Slot Letselschade in Zeist. J. Laumen-de Valk is rekenkundige en arbeidsdeskundige, verbonden aan Laumen Expertise in Ede. De tekst van deze uitgave is afgesloten op 26 november 2014





Pakistani Marriages and the Private International Laws of Germany and EnglandPakistani Marriages and the Private International Laws of Germany and England
Kaiser Chaudhary

During the last decades, massive migration from Asia and Africa to European countries took place. Migrants from these continents, entering Europe, brought their language, their culture and habits, but also their legal traditions with them and, in this way, their (legal) values were introduced to European societies.

In private international law, and more precisely in international family law, century-old core values of the receiving States meet with major values of immigrants. The public debates on the application of religious laws and traditions in Europe are often very emotional, e.g. the burka-ban in France, the minaret referendum in Switzerland or the debate in Germany on the circumcision of Muslims and Jews. However, with regard to marriage, one cannot alter the fact that one can be married abroad, and thus one would also like their foreign marriage to be recognized in the new country of domicile.

This book explores Pakistan, a country whose legal system raises many questions with respect to international family law matters, in particular in relation to marriages celebrated in Pakistan. It is known that Pakistan is a country with a huge Muslim population. However, it is not well established which laws are applicable to marriages of Muslims in Pakistan and too little is known about which laws are applicable to other religious groups.

The past and future migration of Pakistanis to Germany and England has inspired the interest in the topic of this book and the ambition to undertake an analysis of how the private international law of England and Germany deals with marriages celebrated in Pakistan. Next to its theoretical and scientific contribution, this book provides an essential resource of information for professionals that deal with Pakistani marriages, like barristers, civil servants and the judiciary.

The author, Kaiser Chaudhary, will defend his thesis on 22 december 2014.



€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De GeschäftsgrundlageDe Geschäftsgrundlage
P. Abas

De Geschäftsgrundlage is in de meest rudimentaire vorm onder de naam van de Voraussetzung in 1850 ontworpen in Duitsland. Zij heeft daarna in een oervorm (te weten een subjectieve) een gedaante gekregen in een boek van 1921. De hieraan ten grondslag liggende gedachte is razendsnel overgenomen door het Reichsgericht en gerecipieerd naar de rechtspraak in Italië (1932). In Portugal is deze rechtspraak opgenomen in het burgerlijk wetboek van 1966 om vandaar terug te keren naar de vernieuwde wetgeving in het land van herkomst, Duitsland (2002). Vandaag de dag leven ongeveer 150 miljoen Europeanen onder de gelding van de Geschäftsgrundlage. Van dat verschijnsel hebben wij in Nederland nagenoeg geen weet.
Omdat de opstellers van een Draft Common Frame of Reference (DCFR) een regeling hebben opgenomen voor de beëindiging van een overeenkomst in geval van het intreden van onvoorzienbare omstandigheden, is het zicht komen te ontbreken op het feit dat die voorziening deel uitmaakt van een groter geheel dat als Geschäftsgrundlage kan worden aangeduid.

Dit boek is geschreven om het genoemde begrip te introduceren. Bovendien heeft de schrijver nog een verder doel voor ogen: het houden van een pleidooi voor aanvaarding van de Geschäftsgrundlage in ons recht.



€ 21.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Monitor Wsnp 2013Monitor Wsnp 2013
S.L. Peters & L. Combrink-Kuiters (RvR) en M. Vlemmings (CBS)

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een aantal wettelijke taken in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het Bureau Wsnp in ’s-Hertogenbosch is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken.

In augustus 2005 verscheen de eerste Wsnp-monitor. Dit jaarlijks uit te brengen instrument heeft als doel de effectiviteit van de Wsnp te monitoren.

Aan deze tiende meting van de Wsnp-monitor hebben zowel de Raad voor Rechtsbijstand als het Centraal Bureau voor de Statistiek een bijdrage geleverd. Deze meting vormt een actualisering van en een aanvulling op de in 2013 verschenen negende meting.

De Monitor Wsnp 2013 geeft een update van een vaste set gegevens over aanvraag, afwijzing, instroom, aanbod, doorstroom en uitkomsten en over de aantallen verzoeken dwangakkoord, moratorium en voorlopige voorziening en de uitspraken hierop. Daarnaast bevat deze meting een quick scan naar de oorzaken van de dalende instroom in de Wsnp.



€ 15.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De invloed van de media op het confrontatievereiste De invloed van de media op het confrontatievereiste
Reinout Berend Schiphuis

Het bereik van media is toegenomen en eenmaal gepubliceerde berichtgeving laat zich niet zonder meer verwijderen of herroepen. De kans dat iemand via media met een calamiteit wordt geconfronteerd neemt derhalve toe. Deze confrontatie zou als schokkend kunnen worden ervaren en mogelijk leiden tot psychisch letsel. Slachtoffers zouden in een dergelijk geval een beroep willen doen op het aansprakelijkheidsrecht.

Welke mogelijkheden biedt het recht hen? In dit boek wordt aan de hand van rechtsvergelijkend onderzoek antwoord gegeven op deze vraag. Dit boek is daarmee geschikt voor de direct betrokkenen bij het aansprakelijkheidsrecht – slachtoffers, advocaten en rechters – en voor studenten en wetenschappers die geïnteresseerd zijn in hoe het aansprakelijkheidsrecht omgaat met een veranderende wereld.



€ 9.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Realistische en pragmatische rechtsvindingRealistische en pragmatische rechtsvinding
H.C.F. Schoordijk

In dit boek vergelijkt de auteur, emeritus-hoogleraar burgerlijk recht en Anglo-Amerikaans recht, de wijze van rechtsvinding in vijf landen van de westerse wereld, te weten de Verenigde Staten, Nederland, Duitsland, Engeland en Frankrijk, en bepleit de noodzaak van een meer pragmatische rechtsvinding.

Pragmatisme houdt in dat gestreefd moet worden naar beslissingen met een aanvaardbare uitkomst. De realisten predikten in de jaren dertig hun rule and fact scepticism en voorzagen het pragmatisme van een theoretisch kader. Na de oorlog is het pragmatisme vanuit de VS overgewaaid naar Duitsland. Sinds 1970 oordeelt de Nederlandse rechter meer en meer pragmatisch, waarmee een einde lijkt te zijn gekomen aan een tijdperk waarin Scholtens “Algemeen Deel” min of meer als maatstaf gold. Langzaam werd ingezien dat taal, geschiedenis en systeem van de wet teveel een barrière vormden voor de rechter om te komen tot een bevredigende beslissing. Het denken vanuit beginselen is steeds belangrijker geworden, mede onder invloed van het publiekrecht, het Europees recht en de mensenrechten.

Op basis van zijn onderzoek, waarbij ook aandacht voor de rechtsfilosofie en Wittgensteins taalfilosofie is voor de auteur maar één conclusie mogelijk: het recht moet dienstbaar zijn aan een maatschappij die altijd in beweging is en niet angstvallig vasthouden aan de wettekst!



€ 27.50 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Mater semper certa est?Mater semper certa est?
Ilse Ultee

In deze scriptie onderzocht de auteur de rechtspositie van de meemoeder. Een relatie die ingrijpend zal veranderen indien het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap in werking treedt. De directe aanleiding is de vraag van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, afdeling Familie- en Jeugdrecht, naar meer informatie over deze toekomstige wijziging van het afstammingsrecht. In het rapport staat de volgende vraag centraal: In hoeverre verandert de rechtspositie van de meemoeder op grond van het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap en wat zijn de rechtsgevolgen hiervan voor het afstammingsrecht en de daaraan gerelateerde rechten en beginselen, de praktische gevolgen voor het verkrijgen van juridisch ouderschap door de meemoeder en de concrete gevolgen voor de werklast van de rechtbank?

Naar aanleiding van de bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap wordt geconcludeerd dat de wetgever het wenselijk vindt dat het juridisch ouderschap van de meemoeder zonder rechterlijke tussenkomst tot stand kan komen. Geconcludeerd wordt dat de gevolgen van het wetsvoorstel voor het afstammingsrecht ingrijpend zijn, omdat naast de biologische grondslag de sociale grondslag wordt geïntroduceerd. Gebleken is dat ook de praktische gevolgen van het wetsvoorstel groot zijn, aangezien de meemoeder naar nieuw recht veel tijd en geld zal besparen om juridisch ouderschap te verkrijgen.

Door critici worden enige kanttekeningen bij het wetsvoorstel geplaatst die de verbetering van de rechtspositie van de meemoeder nuanceren. Hieruit blijkt ook dat de wetgever het belang van het kind niet in alle gevallen laat prevaleren en dat de wetswijziging zorgt voor een onwenselijke werklastverzwaring voor de rechtbanken. Dit laatste, omdat de wetgever zijn standpunt over de afweging van belangen van alle betrokken partijen niet uitputtend heeft uitgekristalliseerd in de MvT en de rechter de wet verder zal moeten invullen. Aan de rechtbank wordt aanbevolen om het wetsvoorstel te bespreken in landelijke overleggen en vakgroepoverleggen. Op deze manier kunnen de criteria waaraan rechters moeten toetsen worden afgestemd, zodat de rechtseenheid en rechtszekerheid worden gewaarborgd. Tot slot
worden aanbevelingen gedaan aan de wetgever en homo-wensouders, aangezien de inhoud van het rapport ook deze twee doelgroepen raakt. Aan de wetgever wordt geadviseerd om nader onderzoek in te stellen en de aanbevelingen van de critici nogmaals in overweging te nemen. Aan de homo-wensouders wordt aanbevolen om altijd een donorintentieverklaring op te stellen.


De JHS-Scriptieprijs wordt jaarlijks door de Juridische Hogeschool Avans-Fontys uitgereikt aan de schrijver van de scriptie die door een deskundige jury als beste van de genomineerde scripties in het voorafgaande kalenderjaar wordt beoordeeld. De JHS wil met de uitreiking van deze prijs een stimulans geven aan studenten van de JHS om te kunnen excelleren op het terrein van het recht. De tweede scriptieprijs werd uitgereikt op 14 maart 2013 aan Ilse Ultee.


 



€ 13.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en NederlandInvloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland
K. Heinze-Briesemeister, B. Reinhartz

De praktische invloed van islamitische rechtsfiguren in het civiele recht in Duitsland en Nederland wordt in dit preadvies met name bezien op het gebied van het (familie-)vermogensrecht. De behandelde onderwerpen (de halal-hypotheek, de bruidsgave, de echtscheiding en het erfrecht) worden door de auteurs voorzien van een IPR-inleiding waardoor de toepassing van het Duitse, respectievelijk Nederlandse recht in een internationaal kader wordt geplaatst.



€ 20.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The impact of Business Process Outsourcing on privacy and data protection - a thorough risk analysisThe impact of Business Process Outsourcing on privacy and data protection - a thorough risk analysis
Kalin Cvetkov

At present, a company, either small/medium enterprise or huge corporation, develops its activities within a competitive environment where solely the perspicacious one could gain a profit and hold or improve its positions on the market. Therefore, “firms increasingly buy all or at least parts of selected services they need from external service providers. This is especially true for services which rely to a great extent on new information and communication technologies and they carry out that task by means of outsourcing. The aim of the present research is to examine how a premature termination of a business process outsourcing project (hereafter BPO) might infringe upon several major provisions of the current EU data protection framework. Such a question is relevant because of the technological means inherent in a BPO through which personal data are being processed, and of the great possibility for unlawful data processing after a premature termination of the project. Therefore, a BPO falls under the scope of regulation by Directive 95/46/EC of the European Parliament and of the Council of 24 October 1995 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data. Ultimately, as the research will show, the DPD 95/46/EC as a legal instrument devoted to protect the right to personal data protection turns to be unable to provide sufficient protection on the data subjects’ rights in the context of prematurely terminated BPO contract. Therefore, the Proposed Data Protection Regulation represents an instrument that could deal properly with the said issue, especially if some proposals for amendments made within the present paper be taken into account.  







PAge : 1   2   3   4   5   6   7   8   9