Caribbean law

Caribbean law



Page : 1   2   3   4   


Wetboek van Strafrecht CuraçaoWetboek van Strafrecht Curaçao
Prof. mr. H. de Doelder, mr. S.R. Bakker, mr. B.A. Salverda en mr. J.H.J. Verbaan (red.)

Nadat op 7 juli 2011 de Staten van Curaçao het Wetboek van Strafrecht hebben aangenomen, is het op 15 november 2011 in werking getreden. Dit boek bevat de integrale tekst van het Wetboek van Strafrecht. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de teksten voor het wetboek en de daarbij behorende Memorie
van Toelichting. Om de praktische toepassing van dit boek te vergroten en het duiden van de wetteksten te vereenvoudigen, wordt de lezer voorzien van een ruime uitleg van de opgenomen
bepalingen doordat in dit boek een bewerkte en vernummerde versie van de Memorie van Toelichting is opgenomen. Voorts heeft de redactie, waar nodig, enig commentaar toegevoegd aan de
officiële teksten. Op deze wijze is het boek zowel voor de praktijk als het onderwijs een belangrijke kenbron en naslagwerk. In de bijna vijf jaar na het verschijnen van de eerste druk, is de strafwetgeving op bepaalde punten aangepast. Door middel van een zogenoemde (eerste) ‘Bezemwet’ zijn deze wijzigingen eind 2015 in Curaçao doorgevoerd. Deze tweede druk voorziet in de nieuwe tekst van het Wetboek van Strafrecht en geeft daar waar nodig een nadere toelichting over de wetswijzigingen. Tevens zijn in deze tweede druk de omissies uit de eerste druk, voor zover van toepassing, verbeterd.
Dit boek is de tweede druk van het derde deel van deze reeks.
Hiervoor verschenen bij dezelfde uitgever ‘Caribisch Wetboek van
Strafrecht’ (2008), ‘Strafrecht in de Antillen na 10-10-’10’ (2010),
‘Wetboek van Strafrecht Curaçao’ (2012), ‘BOB-wetgeving Curaçao,
Sint Maarten en Aruba’ (2012), ‘Wetboek van Strafrecht Aruba’
(2014) en ‘Wetboek van Strafrecht Sint Maarten’ (2015).





Leven tussen de wieg en het graf in Leven tussen de wieg en het graf in
M. A. Veira

In deze derde publicatie van de schrijver worden juridische aandachtspunten in het Surinaams familierecht aan de orde gesteld. Het betreft in deze aan de tijd aangepaste publicaties die tussen 2010 en 2015 in verschillende uitgaven van het oudste Surinaams juridisch tijdschrift, “Surinaams Juristenblad”, verschenen. De onderwerpen lijken op het eerste oog nogal uiteenlopend, maar zijn stuk voor stuk wezenlijke – uit het leven gegrepen – zowel juridisch als maatschappelijk interessante kwesties die nader onderzoek rechtvaardigen. Uit de drie gepubliceerde werken, kan opgemaakt worden dat Monique Veira een diepgang en helderheid van begrip van de samenleving in relatie tot wet en regelgeving in de Surinaamse context demonstreert. De subtiele manier waarop zij redelijkheid en billijkheid binnen het rechtsbestel door bespreking inhoud geeft, indiceert haar cognitieve en gevoelsmatige diepe beleving van rechtvaardigheid. “Dit boek ademt de intentie uit zowel leek als ingewijde naar een ander begrips- en belevingsniveau te willen brengen.”- Ir. Dennis C. Wip Monique Veira promoveerde in 2006 aan de Universiteit van Amsterdam en bracht het proefschrift getiteld: “de langstlevende echtgenoot. Een vergelijking van de positie van de langstlevende echtgenoot in het Marron-erfrecht met de positie van de langstlevende echtgenoot in het Caraïbisch en het Surinaams erfrecht” als boek uit. In 2009 publiceerde zij haar tweede boek: “Onderweg naar een nieuw Burgerlijk Wetboek. Verzamelde artikelen over het Surinaamse familierecht 1997 -2008”.





De verhoudingen in het Koninkrijk der NederlandenDe verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden
Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert Mr. drs. T.E.J.H. van Gennip S.P. Poppelaars LLM, BSc Mr. drs. J.J.J. Sillen (red)

Op 18 december 2015 vond de jaarlijkse staatsrechtconferentie plaats. De organisatie ervan was in handen van de vaksectie staatsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen. De conferentie was gewijd aan de verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden.
Op 10 oktober 2010 onderging het Koninkrijk een ingrijpende staatsrechtelijke en staatkundige hervorming. Krachtens artikel 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden omvat het Koninkrijk sindsdien de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Caribische eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken sindsdien elk deel uit van het staatsbestel van Nederland. Daarnaast zijn in het kader van artikel 38 Statuut enige zogeheten consensusrijkswetten tot stand gekomen op onder meer de terreinen van rechtspleging, rechtshandhaving en het financieel toezicht. Sinds 2010 legt artikel 12a Statuut vast dat bij rijkswet voorzieningen worden getroffen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen. De conferentie volgde kort na de in 2015 gehouden evaluaties van de nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk.
Deskundigen hebben tijdens de conferentie vanuit verschillende invalshoeken aandacht besteed aan deze nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk. Deze bundel bevat de tekst van de voordrachten van de plenaire presentaties en de papers van deskundigen op het gebied van deze nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk. Deze bijdragen gaan over (1) constitutionele toetsing en geschilbeslechting in het Koninkrijk, (2) vraagstukken van vertegenwoordiging, samenwerking en toezicht in autonome en Koninkrijksaangelegenheden, en (3) het vraagstuk van differentiatie of gelijkheid in het kader van de positie van de BES-eilanden in de Nederlandse rechtsorde.





Nederlands Caribisch ErfrechtNederlands Caribisch Erfrecht
prof. mr. Gregor van der Burght

Dit werk bevat een beschrijving van het Nederlands Caribisch erfrecht zoals dat sinds 2012 in Curaçao en vanaf 1 april 2014 in Sint Maarten vigerend is.
In Aruba en Suriname is invoering van dit Caribisch erfrecht in behandeling. Prof. mr. Gregor van der Burght is adviseur voor (o.m.) de rechtspraktijk en ADR-registermediator.
Van 1978 tot 2009 was hij hoogleraar privaat- en notarieel recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en van 1982 tot 2013 parttime  aan de University of Curaçao (voorheen Universiteit van de Nederlandse Antillen). Hij doceerde als visiting professor aan McGill University te Montreal en aan de Katholieke Universiteit Leuven; en voorts aan universiteiten in Indonesië, Zuid-Afrika, China en Canada; tot april 2014 was hij raadsheer plv. in het Gerechtshof te ’s-Gravenhage. Zie nl.linkedin.com/in/vanderburght.





Wetboek van Strafrecht Sint MaartenWetboek van Strafrecht Sint Maarten
Prof. mr. H. de Doelder, mr. S.R. Bakker, mr. B.A. Salverda en mr. J.H.J. Verbaan

Op 1 juni 2015 is het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten in werking getreden, nadat het op 25 mei 2012 door de Staten van Sint Maarten was aangenomen. Dit boek bevat de integrale tekst van het Wetboek van Strafrecht. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de teksten voor het wetboek en de daarbij behorende Memorie van Toelichting. Om de praktische toepassing van dit boek te vergroten en het duiden van de wetteksten te vereenvoudigen, wordt de lezer voorzien van een ruime uitleg van de opgenomen bepalingen, doordat in dit boek een bewerkte en vernummerde versie van de Memorie van Toelichting is opgenomen. Ook de relevante wetswijzigingen zijn toegevoegd. Voorts heeft de redactie, waar nodig, enig commentaar toegevoegd aan de officiële teksten. Op deze wijze is het boek voor zowel de praktijk als het onderwijs een belangrijke kenbron en naslagwerk. Dit boek vormt het zesde deel van deze reeks. Hiervoor verschenen bij dezelfde uitgever ‘Caribisch Wetboek van Strafrecht’ (2008), ‘Strafrecht in de Antillen na 10-10-’10’ (2010), ‘Wetboek van Strafrecht Curaçao’ (2012), ‘BOB-wetgeving Curaçao, Sint Maarten en Aruba’ (2012) en ‘Wetboek van Strafrecht Aruba’ (2014).



€ 41.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



De jongste ontwikkelingen van het kiesrecht in het Koninkrijk der Nederlanden in historisch perspectief De jongste ontwikkelingen van het kiesrecht in het Koninkrijk der Nederlanden in historisch perspectief
Mariëtte D.C. van der Tol

De recente herstructurering van het Koninkrijk der Nederlanden is wellicht een constitutioneel wapenfeit, niettemin blijven er indringende vragen bestaan rondom kiesrecht en burgerschap. Zowel de constructie van autonome landen als van bijzonder openbare lichamen laat toe dat onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlanders binnen het Koninkrijk en tussen niet-Nederlandse ingezetenen van het Koninkrijk.

Dit boek schetst de constitutionele tegenstellingen die schuil gaan achter de discussie rondom het kiesrecht in het Koninkrijk. Tevens zoekt het verdieping in de historische ontwikkeling van burgerschap en kiesrecht sinds de afschaffing van de slavernij. Schrijnend is met name, dat inwoners van de West tot nog toe geen volledig kiesrecht hebben gekregen zoals dat past bij burgerschap in het Koninkrijk. In de loop van de twintigste eeuw zijn allerlei ingewikkelde juridische constructies in het leven geroepen die dit beeld – bedoeld of onbedoeld – bevestigen. Er wordt aandacht besteed aan de huidige stand van zaken, waarna op grond van een aantal constitutionele uitgangspunten suggesties volgen hoe (meer) recht kan worden gedaan aan alle staatsburgers en inwoners van het Koninkrijk en hun democratische rechten.



€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Having a SayHaving a Say
Bas Rombouts

The adoption of the UN Declaration on the Rights of Indigenous Peoples in 2007 reinvigorated discussions about participation by indigenous peoples in decision-making processes that affect them. In particular, the debate revolves around interpretations of the concept of “free, prior and informed consent” (FPIC), which is becoming one of the central mechanisms in international law and policy for resolving conflicts about lands and natural resources. In this study, the legal status of FPIC and conditions for its successful implementation are examined. Firstly, the principle is contextualized by examining the underlying concept of self-determination and derivative rights to lands and resources. Secondly, FPIC is explored from within the framework of the right to effective participation. Thirdly, the existing international platforms and institutions in which FPIC norms are present are surveyed. Fourthly, a detailed analysis of recent regional case law clarifies the legal application of FPIC in the context of land and resource rights. Finally, a number of recent guidelines for the implementation of FPIC processes in the framework of specific voluntary sustainability initiatives are compared and analyzed. This study provides both a theoretical and a practical starting point for scholars, lawyers, policy makers, or others interested in FPIC processes and indigenous peoples.





Suriname Compleet?Suriname Compleet?
Lachman Soedamah

Het grensgeschil tussen Suriname en zijn buurlanden is al meer dan een eeuw een telkens terugkerend probleem voor de regio. In dit boek wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke bijdrage van het volkenrecht aan de oplossing van de grensgeschillen die Suriname heeft met zijn buurlanden. Deze grenskwesties zijn een erfenis uit het koloniale verleden. Het onderzoek richt zich op de oorzaken en problemen die ten grondslag liggen aan het nog niet definitief vaststellen van de Surinaamse grenzen. Om een volledig beeld te krijgen omtrent de grensproblematiek van Suriname, zijn naast de bespreking van het grensconflict tussen Suriname en Guyana ook de land- en maritieme grensgeschillen tussen Suriname en Frans-Guyana behandeld. De grensregeling van 1891 tussen Suriname en Frans-Guyana en de grensregeling van 1906 tussen Suriname en Brazilië komen eveneens aan de orde. Ingegaan wordt op de beslechting van grensconflicten in het regionaal volkenrecht, meer in het bijzonder in Latijns-Amerika. Met het behandelen van de verschillende grensgeschillen in Latijns-Amerika is nagegaan op welke wijze de landen hun problemen hebben aangepakt om tot een oplossing te komen. Hierbij zijn verschillende invalshoeken en perspectieven aan de orde gekomen die ook bij de mogelijke oplossing van de Surinaamse grensgeschillen een rol zouden kunnen spelen.

Lachman Soedamah is advocaat bij Soedamah Advocaten te Amsterdam. Vanaf begin 2009 heeft hij de advocatuur gecombineerd met het promotieonderzoek over de Surinaamse grensgeschillen dat hij als buitenpromovendus heeft verricht aan de Open Universiteit.

Het boek is leverbaar vanaf 14 februari 2014.





Onbegrensd Strafecht - liber amicorum Hans de DoelderOnbegrensd Strafecht - liber amicorum Hans de Doelder
Onder redactie van Edwin Bleichrodt, Arthur Hartmann, Paul Mevis, Lodewijk Rogier en Barbara Salverda

De breedte van het terrein van de wetenschap waarop Hans de Doelder zich in zijnacademische carrière heeft begeven en de vele verbindingen met onderwerpen,mensen en instituties die daaruit voortvloeiden, vindt zijn weerslag in de inhoud van deze bundel. In de categorisering van de verschillende bijdragen keren de belangrijkste thema`s in het werk van Hans terug, in het bijzonder het Openbaar Ministerie, de rechtshandhaving, de strafrechtspleging en het tuchtrecht.Het boek is in verschillende onderwerpen verdeeld; strafrecht over de grens, voorarrest, tuchtrecht, handhaving binnen en buiten het strafrecht, openbaar ministerie, en facetten van de strafrechtspleging:

Inhoud:
Het bestuur dankt Hans de Doelder - Suzan Stoter en Fabian Amtenbrink

STRAFRECHT OVER DE GRENS

Het nieuwe strafrechtelijk sanctiestelsel van Curaçao - Edwin Bleichrodt
Strafrechtelijke handhaving van meisjesbesnijdenis in rechtsvergelijkend perspectief - Renée Kool
Rechtshulp in het Koninkrijk - Ad Machielse
Jeugdigen en vrijheidsbeneming in de West - Annemarie Marchena-Slot
De tbs-regelingen van Nederland en de Antillen: zoek de verschillen - Hjalmar van Marle en Michiel van der Wolf
The Death Penalty`s Survival and Application for the Crime of Fraudulent Fundraising in China - Wei Pei en Qianyun Wang
International cooperation against organized crime: lessons learned from combating maritime piracy in Somalia - Ernesto Savona
Levenslang in de Cariben - Rick Smid en Gerben Smid
De wettelijke sanctionering van recidive binnen het Koninkrijk - Sanne Struijk
Corporate criminal liability: Proposals for future EU legislation - Klaus Tiedemann
Union Law and harmonisation of national economic and financial criminal law - John Vervaele

VOORARREST

Van Brogan naar Salduz: alsnog een praktische en principiële regeling van de inverzekeringstelling? - Jolande uit Beijerse
Een nieuwe regeling van het voorarrest - Jan Reijntjes

TUCHTRECHT

Tuchtrecht en het nemo tenetur-beginsel. Ontwikkelingen in de betekenis van het nemo tenetur-beginsel voor het wettelijk geregeld tuchtprocesrecht - Tineke Cleiren en Jan Watse Fokkens
Advocatuurlijk tuchtrecht - Jan Lintz en Paul Verloop

HANDHAVING BINNEN EN BUITEN HET STRAFRECHT

(Hoog)geleerde les: tijd voor financiële strafrechtpreventie 2.0? - Rutger de Doelder
Toedeling van handhaving - Peter van Russen Groen en Melis van der Wulp
Oratio pro domo. Revival van het abolitionisme? - Cees Schaap

OPENBAAR MINISTERIE

Een herstelgericht openbaar ministerie - John Blad
De ontwikkeling van het gedoogbeleid, coffeeshop Checkpoint en het recht om te vervolgen - Tom Blom
De `gruwel` van De Doelder. Enkele overpeinzingen over de positie van het Openbaar Ministerie ten opzichte van zijn minister - Henk van de Bunt en Joep Beckers
Nodig of overbodig? Een verkenning van de gedragsaanwijzing van de officier van justitie (artikel 509hh Sv) - Beatrijs Jue-Volker en Eelco Moerman
Een strategische terugtocht van het Openbaar Ministerie. Een opstel over de positie van het Openbaar Ministerie en andere partijen in het strafproces - Ton de Lange
De ministeriële aanwijzingsbevoegdheid jegens de Nationale Politie en het OM nader beschouwd in het kader van de strafrechtelijke rechtshandhaving - Miranda de Meijer
Het OM als bestuursorgaan - Lodewijk RogierHet opportuniteitsbeginsel en bijzondere opsporing: de opportuniteitsvraag vervroegd? - Barbara Salverda, Joost Verbaan en Ronald Verbeek
Het opportuniteitsbeginsel revisited - Floriaan Went

FACETTEN VAN DE STRAFRECHTSPLEGING

De werking van de strafrechtspleging en de inrichting van het nationale politiekorps: een mismatch? - Cyrille Fijnaut
Juristen en schuld - Krijn Haak
De strafuitsluitingsgronden anders opgeschreven: een revisie - Arthur Hartmann
Roekeloosheid in het verkeer - Jaap van der Hulst
Het ambtsmisdrijf van art. 2:360 NASr; navolgenswaardig? - Paul Mevis
Bovenmenselijke rechters-commissarissen? - Vincent Mul
Een nostalgisch verweer breekt toch nog door - Theo de Roos
Een onaardig arrest over vormverweren - Tom Schalken
Enige rechtshistorische opmerkingen in vogelvlucht over de indeling van strafbare feiten - Laurens Winkel

Publicatielijst
Lijst van promoti en promotae



€ 49.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



BOB-wetgeving CuraçaoBOB-wetgeving Curaçao
Prof. mr H. de Doelder, mr J.H.J. Verbaan en mr R.J. Verbeek (red.)

In de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten is de Landsverordening bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen in 2012 in werking getreden. Dit boek bevat de tekst van deze Landsverordening. Voor Curaçao en Sint Maarten geldt dat de bepalingen gelijkluidend zijn. Dat geldt ook voor Aruba, zij het dat op enkele ondergeschikte punten wordt afgeweken. De afwijkende bepalingen worden vermeld. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de Landsverordening en de bijbehorende Memorie van toelichting. Die Memorie van toelichting is ook opgenomen in dit boek en bevat tevens de toelichting op de
wijzigingen die bij Nota van wijziging zijn gemaakt. De redactie geeft, waar nodig, nadere aanvulling of toelichting op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de wetgevingstrajecten. Gelet op het feit dat de bijzondere opsporingsbevoegdheden tot nu toe geen onderdeel uitmaakten van het Wetboek van Strafvordering heeft de redactie gemeend deze voor de praktijk belangrijke wetgeving in dit boek te vervatten. Dit boek vormt het vierde deel van deze reeks. Hiervoor verschenen bij dezelfde
uitgever Caribisch Wetboek van Strafrecht (2008), Strafrecht in de Antillen na
‘10-10-10’ (2010) en Wetboek van Strafrecht Curaçao (2011).






Curaçao op de drempel van de autonomieCuraçao op de drempel van de autonomie
J.M. Reijntjes

De mijnstaking van 1955 was een van de eerste krachtproeven voor de pas autonoom geworden Antillen. Toen het personeel van de maatschappij, die de fosfaatlagen in de Tafelberg ontgon, het werk neerlegde bleek al snel dat regering, gouverneur en justitiële autoriteiten heel verschillend dachten over hun onderlinge verhouding en, vooral, over de vraag wie in een democratie uiteindelijk de baas is. Het conflict bij de mijn werd door de werknemers gewonnen; hun bond werd erkend en hun arbeidsvoorwaarden sterk verbeterd. De PG en de gouverneur daarentegen zagen zich genoodzaakt het veld te ruimen en Curaçao te verlaten. Inmiddels zijn de Antillen uiteengevallen en nieuwe landen ontstaan. Opnieuw rijst de vraag hoe binnen het machtsapparaat de verhoudingen liggen. Nu gaat het vooral om de positie van de procureur-generaal, die Curaçao met Sint Maarten en de BES-eilanden gemeen heeft, tegenover de minister van justitie. Kunnen uit de mijnstaking van 1955 voldoende lessen worden getrokken voor de dag van vandaag?





De constitutionele orde van het Koninkrijk der Nederlanden Editie 2015-2016De constitutionele orde van het Koninkrijk der Nederlanden Editie 2015-2016
Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Op 10 oktober 2010 is een ingrijpende wijziging van het op 15 december 1954 ondertekende Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden. Het meest opvallende kenmerk daarvan is dat Curaçao en Sint Maarten de status van land in het Koninkrijk hebben verkregen, naast het al in 1986 verzelfstandigde Aruba. Dit betekende het einde van het land de Nederlandse Antillen en dus ook van de opmerkelijke deels constitutionele, deels organieke wet die als Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) al sinds 1951 van kracht was en sindsdien vele malen herzien. De drie eilanden die geen land werden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba, afgekort BES – gingen vanaf datzelfde moment als openbare lichamen deel uitmaken van het Nederlandse staatsbestel. 10 oktober 2010 is niet alleen de einddatum van een langdurig herzieningsproces, maar ook het beginpunt van verdere ontwikkelingen. De constitutionele verankering van de in 2010 tot stand gekomen veranderingen wordt pas goed zichtbaar als men verder kijkt dan de tekst van het Statuut (wat trouwens altijd al gold voor het staatsrecht van het Koninkrijk). Wie het constitutionele bestel van het Koninkrijk wil doorgronden, moet het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de vier grondwetten, de wet die de status van Bonaire, Sint Eustatius en Saba regelt, een reeks organieke rijkswetten en de relevante bepalingen van de Europese Unie in onderlinge samenhang kunnen raadplegen. Al deze documenten zijn te vinden in de voorliggende bundel, die daarmee op dezelfde manier van nut wil zijn als de tientallen jaren lang gebruikte tekstuitgave van de basisregelingen, getiteld "De Rechtsorde in het Koninkrijk der Nederlanden". Na 1986 was deze bundel niet meer herzien.  



€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Detentie van jeugdigen in CuraçaoDetentie van jeugdigen in Curaçao
Annemarie Marchena - Slot

Jeugdigen die in Curaçao veroordeeld worden plegen veelal  ernstige (gewelddadige) strafbare feiten, waarop detentie volgt. Voor hen gelden bijzondere bepalingen in het strafrecht, waaronder eigen sanctievoorschriften. In november 2011 werd na bijna negentig jaar het (Antilliaanse) jeugdstrafrecht ingrijpend gewijzigd bij de invoering van een nieuw Wetboek van Strafrecht in Curaçao. Volgens het IVRK, dat sinds 1998 op het jeugdrecht in Curaçao van toepassing is, hoort het belang van het kind bij alle zaken hem betreffende voorop te staan; zo ook in het jeugdstrafrecht. Detentie van jeugdigen dient het ultimum remedium te zijn en slechts voor de kortst mogelijke duur te worden toegepast, terwijl ook op de detentie-executie aparte jeugdnormen van toepassing zijn.

Dit proefschrift stelt de vraag centraal welke plaats de vrijheidsbenemende sancties in het oude en het nieuwe jeugdsanctiestelsel van Curaçao innemen en in hoeverre de wetgeving terzake (en in het bijzonder de detentievoorschriften) voldoet aan de internationale normen.

Deze publicatie is bedoeld voor eenieder die zich bezig houdt met jeugdstrafrecht in Curaçao, maar kan zeker ook daarbuiten waardevol zijn, met name in de Caribische buurlanden van het Koninkrijk.




€ 29.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



Wetboek van Strafrecht - CuraçaoWetboek van Strafrecht - Curaçao
Prof. H. de Doelder, mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek (red.)

Nadat op 7 juli 2011 de Staten van Curaçao het Wetboek van Strafrecht hebben aangenomen, is het op 15 november 2011 in werking getreden. Dit boek bevat de integrale tekst van het Wetboek van Strafrecht. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de teksten voor het wetboek en de daarbij behorende Memorie van Toelichting. Om de praktische toepassing van dit boek te vergroten en het duiden van de wetteksten te vereenvoudigen, wordt de lezer voorzien van een ruime
uitleg van de opgenomen bepalingen doordat in dit boek een bewerkte en vernummerde versie van de Memorie van Toelichting is opgenomen. Voorts heeft de redactie, waar nodig, enig commentaar toegevoegd aan de o ciële teksten. Op deze wijze is het boek zowel voor de praktijk als het onderwijs een belangrijke kenbron en naslagwerk.

Dit boek vormt het derde deel van deze reeks. Het eerste boek, ‘Caribisch Wetboek van Strafrecht’, verscheen eind 2008 bij dezelfde uitgever en had meer gedetailleerd de voorgestelde wijzigingen in het nieuwe Wetboek van Strafrecht als onderwerp. Het tweede boek, ‘Strafrecht in de Antillen na ‘10-10-10’’, bevat een schriftelijke weerslag van het congres met de gelijknamige titel, dat op 27 mei 2010 is gehouden op de Erasmus Universiteit Rotterdam. De op dat congres verwoorde inleidingen zijn voor dat boek in de vorm van een artikel gegoten.





50 jaar Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden; Staatsrechtelijke- en constitutionele ontwikkelingen in de Caribische delen van het Koninkrijk één jaar na de opheffing van de Nederlandse Antillen.50 jaar Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden; Staatsrechtelijke- en constitutionele ontwikkelingen in de Caribische delen van het Koninkrijk één jaar na de opheffing van de Nederlandse Antillen.
J.M. Saleh

Prof. mr. Jaime M. Saleh (1941, Bonaire) aanvaardde op 28 april 2006 zijn ambt van bijzonder hoogleraar in het Constitutioneel Koninkrijksrecht aan de Universiteit Utrecht. Deze leerstoel is ingesteld door de Curaçaose Stichting Sociale Cohesie en Multiculturaliteit en richt zich op de multiculturele aspecten en sociale cohesie binnen het Koninkrijk.

Het eerste deel van dit boek behelst de rede die hij bij de aanvaarding van zijn ambt uitsprak. In deze rede, getiteld “50 jaar Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden: in vrijheid en verscheidenheid verbonden of tot elkaar veroordeeld,” bespreekt hij de kansen die het Koninkrijk biedt.

Het tweede deel van het boek betreft zijn afscheidsrede getiteld “Staatsrechtelijke- en constitutionele ontwikkelingen in de Caribische delen van het Koninkrijk één jaar na de opheffing
van de Nederlandse Antillen.” Deze rede is in verkorte vorm uitgesproken op 13 oktober 2011 en behandelt vraagstukken als het zelfbeschikkingsrecht, autonomie, gelijkwaardigheid en de beginselen van behoorlijk bestuur. Daarbij gaat Saleh ondermeer in op de verantwoordelijkheden die deze zaken voor de onderscheidenlijke overheden met zich brengen. Beide redes zijn in het bijzonder vanuit Caribisch perspectief geschreven.



€ 7.00 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel



The right to self-determination and the dissolution of the Netherlands AntillesThe right to self-determination and the dissolution of the Netherlands Antilles
Charlotte M.A.M. Duijf, Alfred H.A. Soons

On 10 October 2010, the Netherlands Antilles, an autonomous country within the Kingdom of the Netherlands consisting of five islands in the Caribbean, was dissolved. Two of the islands, Curaçao and Sint Maarten, became autonomous countries within the Kingdom. The other three islands (Bonaire, Saba and Sint Eustatius) were integrated into the country The Netherlands as special “public bodies”. The status of Aruba, the other Caribbean country within the Kingdom, remained the same.

This study examines the process that lead to the dissolution of the Netherlands Antilles, and the current status of the islands, from the viewpoint of the right to self-determination of peoples under international law. In particular, it examines how the individual islands of the former Netherlands Antilles became separate units of self-determination and how the choices that lead to their current status were made. Especially, the integration of the islands of Bonaire, Saba and Sint Eustatius into the country The Netherlands raises complicated questions about the conformity with international law of their current status and the continued relevance of the right to self-determination.


ABOUT THE AUTHORS: 
Charlotte M.A.M. Duijf read law at Utrecht University, and subsequently obtained a Master of Laws-degree there in Public International Law. Currently she is a postgraduate student in Theory and History of International Relations at the London School of Economics and Political Science.

Alfred H.A. Soons is Professor of Public International Law at Utrecht University and at the University of Curaçao. He was, inter alia, President of the Netherlands Society of International Law, Director of Studies of the International Law Association and member and chairman of the Standing Advisory Committee on Public International Law of the Netherlands Ministry of Foreign Affairs. Currently he serves as chairman of the Scientific Advisory Council of the Netherlands Defense Academy.





Twee Curacaose MeestersTwee Curacaose Meesters
Karel Frielink, Mirto F. Murray

Twee Curaçaose Meesters bevat beschouwingen over uiteenlopende onderwerpen van het recht. Tot de Varia Juridica die aan bod komen behoren de geschiedenis en enkele aspecten van de advocatuur, de advocaat als financiële dienstverlener, corporate governance, Blackberryitis en deugdzaam leiderschap.

Karel Frielink en Mirto F. Murray zijn beiden advocaat op Curaçao. Vanuit de gedachte dat het recht van iedereen en voor iedereen is, en dat opvattingen en inzichten nu eenmaal tijd-en plaatsgebonden zijn, nemen zij deel aan de discussie over het recht.

Het doel van die discussie is niet om wat oud en vertrouwd in het recht is teniet te doen, maar om het recht en de toepassing daarvan telkens ter discussie te stellen, om aldus uiteindelijk (ook) een bijdrage aan de ontwikkeling daarvan te leveren.






Strafrecht in de Antillen na 10-10-10Strafrecht in de Antillen na 10-10-10
Prof. mr H. de Doelder

Een schriftelijke weerslag van het congres “Strafrecht in de Antillen na 10-10-10”, op 27 mei 2010 gehouden op de Erasmus Universiteit Rotterdam. Verschillende sprekers hebben daar hun visie gegeven in het licht van de te verwachten situatie na het uiteenvallen van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010. De op het congres verwoorde inleidingen zijn voor dit boek in de vorm van een artikel gegoten.

Dit boek is het tweede deel in deze reeks. Het eerste boek, het ‘Caribisch Wetboek van Strafrecht’, verscheen eind 2008 bij dezelfde uitgever en had meer gedetailleerd de voorgestelde wijzigingen van het toekomstige Wetboek van Strafrecht als onderwerp. Wij zijn er van overtuigd, dat deze uitgaven zullen bijdragen aan de doorzichtigheid van het strafrecht in het Caribisch deel van ons Koninkrijk. Onze dank gaat uit naar de verschillende sprekers voor het aanleveren van hun teksten.





Indigenous Rights, Women and Empowerment in SurinameIndigenous Rights, Women and Empowerment in Suriname
Ellen-Rose Kambel

The report is in the first place intended for indigenous (women`s) organisations who might draw inspiration from our approach and proposed strategies. Also, we included some basic information about the internationally recognised rights of indigenous peoples and women, which may not be always readily available to these organisations, they might find this information usefull for this reason. Further, the report may be of interest to policy makers, both at the governmental and non-governmental levels who work with indigenous communities and women`s groups.





De Algemene landsverordening Landsbelastingen in de Nederlandse Antillen De Algemene landsverordening Landsbelastingen in de Nederlandse Antillen
Jeroen Adeler & Jacques Gankema

Het Nederlands-Antilliaanse formele belastingrecht bevat de regels die ervoor zorgen dat de belasting die volgens de wet verschuldigd is, ook daadwerkelijk betaald wordt. De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor deze formele aspecten, vooral door de invoering van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) in 2001.

In dit boek geven de auteurs een artikelsgewijze toelichting op alle bepalingen van de ALL en de belangrijkste bepalingen van de Landsverordening administratieve rechtspraak (LAR), alsmede een nadere toelichting op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel in de Nederlands-Antilliaanse fiscale rechtspraak.

Inhoud:

1. Algemene inleiding
2. Algemene bepalingen (Artt. 1 t/m 5 ALL)
3. De heffing van belasting (Artt. 6 t/m 17 ALL)
4. Administratieve boeten (Artt. 18 t/m 28 ALL )
5. Bezwaar en beroep (Artt. 29 t/m 32A ALL)
6. Bijzondere bepalingen (Artt. 33 t/m 39 ALL)
7. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing(Artt. 40 t/m 48 ALL)
8. Bepalingen van strafrecht en strafvordering (Artt. 49 t/m 57 ALL)
9. Bepalingen van internationaal recht (Artt. 58 t/m 65 ALL)
10. Overgangs- en slotbepalingen (Artt. 66 t/m 79 ALL)
11. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Lijst van gebruikte afkortingen
Literatuurlijst
Lijst van aangehaalde rechtspraak
Tekst van de Algemene landsverordening Landsbelastingen
Register

Jeroen Adeler (1974) studeerde fiscaal recht aan de Universiteit van Tilburg en werkte na zijn studie onder andere bij PricewaterhouseCoopers in zowel Nederland als de Nederlandse Antillen en vanaf 2003 bij Deloitte in eveneens Nederland en de Nederlandse Antillen. Hij heeft in de loop van de jaren eveneens een aantal artikelen geschreven over Nederlands-Antilliaans fiscaal recht. Sinds 2008 is hij werkzaam als belastingadviseur bij Deloitte in Londen (Verenigd Koninkrijk).

Jacques Gankema (1971) studeerde fiscaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en behaalde vervolgens de aantekening advocatuur in Nijmegen. Hij begon zijn loopbaan als belastingadviseur bij BDO Accountants & Belastingadviseurs. Van 2002 tot en met 2006 was hij werkzaam bij de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem en het belastingteam van de Rechtbank Arnhem. Voor de Nederlandse Documentatie Fiscaal Recht (NDFR) heeft hij enkele artikelen inzake de Algemene wet inzake rijksbelastingen becommentarieerd. Voorts heeft hij meerdere uitspraken geannoteerd. Sinds 2007 is hij senior beleidsmedewerker/wetgevingsjurist bij de Directie Fiscale Zaken van het Ministerie van Financiën van de Nederlandse Antillen.







PAge : 1   2   3   4