Constitutional & Administrative Law

Constitutional & Administrative Law



Page : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   


Corruption and Human RightsCorruption and Human Rights
André T. D. Figueiredo

Some scholars and even human rights monitoring bodies have started to make the connection between corruption and human rights violations. When asked about this connection, most people easily picture a country ruled by a dictator who steals public money to support his luxury life while the population suffers from the lack of essential public services, such as healthcare and education. The connection in itself is appealing. Nonetheless, sometimes this connection is made without the proper concern for fully developing the argument and its consequences. The purpose of this study is to go beyond this appealing link and to clarify the argument that making an explicit link with human rights has indeed added value. Framing corruption as a human rights violation cannot be an end in itself, a pure exercise of relabeling the problem. This study aims to give a practical significance to the connection by addressing, in a non-exhaustive way, the practical value of framing corruption as a human rights violation and the possibilities in which international human rights law can be used to strengthen the fight against corruption. By doing so, this book also presents how UN human rights bodies are referring to corruption, and how they could contribute more to fighting this global problem. This book is an adapted version of the author's LL.M. thesis presented at Radboud University in June 2016,where he graduated cum laude after being the recipient of a scholarship.





The World’s StatelessThe World’s Stateless
Institute on Statelessness and Inclusion

International law protects the right of every child to acquire a nationality. Yet, childhood statelessness pervades all regions of the world. At least a third of the 15 million people who face life without a nationality today, are children. And, every ten minutes, another child is born stateless. The disconnect between the recognition of nationality as a fundamental child right and the reality of childhood statelessness presents a massive challenge, but also opens up a wealth of opportunities. Childhood statelessness is entirely preventable. It is never in a child’s best interests to be stateless, nor is it ever a child’s “fault” if they are left without nationality. We are proud to devote this edition of our flagship report, The World’s Stateless 2017, to exploring the urgency of and opportunities for addressing childhood statelessness. Over 50 experts and organisations have contributed material – essays, interviews, photographs and more. Collectively, they deal with a multitude of different dimensions of childhood statelessness, with chapters exploring the right to a nationality, challenges in the context of migration and displacement, the significance of the Sustainable Development Agenda, the mechanics of safeguards against statelessness for children, and litigation, legal assistance and other forms of moblisation as strategies to tackle childhood statelessness. As with every edition of The World’s Stateless, this publication also offers a more general overview of the state of statelessness globally in 2017. The Institute on Statelessness and Inclusion is an independent non-profit organisation, committed to ending statelessness and disenfranchisement through the promotion of human rights, participation and inclusion. For more information about our work, please visit www.institutesi.org.





Gestoorde slaapGestoorde slaap
Marieke Lancel, Frans Koenraadt & Karel ‘t Lam (red.)

Mensen brengen ongeveer eenderde van hun leven slapend door. In onderzoek wordt veel aandacht besteed aan de activiteiten die wij in wakkere conditie ontplooien. In hoeverre is slaap een thema dat serieus onze aandacht verdient en krijgt in het werken met (forensisch) psychiatrische patiënten? Een groot deel van de patiënten in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg kampt met slaapproblemen. Deze slaapproblemen beïnvloeden de ernst van de psychiatrische symptomatologie, de behandelrespons, de kwaliteit van leven, en de kans op suïcide. Slaapklachten kunnen daarnaast invloed hebben op impuls- en agressiecontrole en daardoor mogelijk leiden tot agressief gedrag en zelfs tot het plegen van delicten. Desondanks bestaat er nog weinig aandacht voor slaapproblemen in de (forensisch) psychiatrische behandeling. Dreigt slaapproblematiek het kind van de rekening te worden in een tijd waarin veel nadruk ligt op efficiëntie en een bij voorkeur kortdurend, liefst protocollair behandelaanbod? De jachtigheid van het dagelijks bestaan gaat immers ook ten koste van de zo noodzakelijke nachtrust. In dit Nederlandstalige boek geven toonaangevende nationale en internationale auteurs op het brede terrein van slaap antwoord op de vele uiteenlopende vragen omtrent slaap en de problemen die zich daarbij kunnen voordoen. Zij putten daarvoor uit research en klinische praktijk. Een aanrader voor iedereen werkzaam in de (forensische) geestelijke gezondheidszorg.





Onderwijs in Nederlands-IndiëOnderwijs in Nederlands-Indië
N.S. Efthymiou

Dit boek is een studie over een aspect van het constitutionele recht voor Nederlands-Indië, en wel over het onderwijs in Nederlands-Indië in de periode 1602-1942. Het boek geeft een beschrijving van dit aspect en beoogt het aspect te typeren. Om de beschrijving en de typering begrijpelijk te maken gaat aan de studie over onderwijs in Nederlands-Indië een korte behandeling vooraf van algemene kenmerken van constitutioneel recht voor Nederlands-Indië. N.S. Efthymiou is universitair docent staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.





Onze manier van straffenOnze manier van straffen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries, Niels den Toom (red.)

Elke samenleving kent de praktijk van het straffen, beginnend bij de straf als een voorzichtige pedagogische koestering om je kind iets bij te brengen tot aan de meest draconische straffen en de defi nitieve straf: de doodstraf. Maar er bestaat ook zoiets als een – altijd voorlopige – gedeelde manier van straffen. Geestelijk verzorgers in gevangenissen en andere inrichtingen van justitie staan vanwege hun werk dichtbij gedetineerde mensen. Zij maken ‘onze manier van straffen’ dus van nabij mee. Wat valt je dan op aan de wijze van straffen die wij als samenleving normaal of minstens acceptabel vinden? Onze manier van straffen bevat zes essays van geestelijk verzorgers werkzaam bij justitie, essays die voortkomen uit een learning community van geestelijk verzorgers. Onder begeleiding van prof. dr. Theo de Wit, stafl id van het Centrum voor Justitiepastoraat, daag den zij elkaar uit om scherp onder woorden te brengen wat onze strafmethoden inhouden, wat zij met mensen doet, en welke rol zij zelf spelen als onderdeel van dit strafsysteem. Wie de essays overziet, constateert dat hier zes auteurs aan het woord zijn, die vanuit een intiem en vaak langdurig contact met de detentiewerkelijkheid evenzovele dimensies van de gevangenisstraf als geleefde ervaring beschrijven. Ze gaan over het isolement waarin je als gedetineerde terecht komt, over vernedering als onlosmakelijk onderdeel van straf, over afhankelijkheid, over het jargon van de tbs, over levenslang, en over een vorm van vrijheid die je als gedetineerde toch houdt. De essays zijn geschreven vanuit een attitude die je nog het best kunt omschrijven als een combinatie van empathie, mededogen en realisme. De geestelijk verzorgers beschouwen zich als deel van het collectief waarnaar wordt gewezen in de uitdrukking ‘onze manier van straffen’. Tegelijkertijd achten zij het hun plicht en eisen zij ook het recht op, kritisch na te denken over ons strafsysteem, de evidenties die daarin worden meegenomen en die dag na dag worden gereproduceerd en overgedragen, alsmede hun eigen rol daarbij. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Het centrum verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt onderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.





Twee eeuwen dienstplicht, discipline, dienstweigering en desertieTwee eeuwen dienstplicht, discipline, dienstweigering en desertie
S. Meuwese

Deze studie waarop Stan Meuwese in maart 2017 in Tilburg promoveerde, is opmerkelijk genoeg de eerste en enige wetenschappelijke juridische studie over de dienstplicht. De ontwikkeling van de wetgeving en de rechtspraak vanaf de invoering van de dienstplicht in Nederland in februari 1811 door Napoleon tot aan de opkomst van de laatste dienstplichtigen in januari 1996 komt aan de orde. Tien chronologische hoofdstukken bevatten ieder bevat vier paragrafen: de dienstplicht (hoe komt men in de krijgsmacht terecht), de discipline (hoe houdt men met behulp van het militair straf- en tuchtrecht de dienstplichtigen vast in de kazernes), de dienstweigering (hoe bleef men uit het leger) en desertie (hoe ontvluchtte men aan de krijgsmacht). De juridische legitimatie van de dienstplicht heeft in de loop van twee eeuwen steeds ontbroken. Arm of rijk, jongen of meisje, uit een groot gezin of uit een klein gezin, leek of priester: de rechtsgeschiedenis van de dienstplicht toont geen beeld van gelijke behandeling. De dienstplicht is in 1996 niet afgeschaft, maar opgeschort. Toch zal de formele dienstplicht ook op meisjes van toepassing verklaard worden. De rechtsgeschiedenis van de dienstplicht is ook het verhaal van mensen: Dirk Donker Curtius die in 1813 werd opgeroepen voor de Garde d’Honneur van Napoleon, J.K. van der Veer, die in Middelburg in 1896 de schutterijplicht weigerde gebaseerd op antimilitaristische motieven in de lijn van Tolstoi, Herman Groenendaal die in 1921 als dienstweigeraar in hongerstaking ging, sergeant Meijer die op 12 mei 1940 werd geëxecuteerd wegens verlaten van zijn post op de Grebbeberg, Poncke Princen, die in Indië in 1948 kant van de nationalisten koos, Rinus Wehrmann die in 1971 weigerde zijn lange haren te laten knippen, Hans Dona en Wim Schul die in 1971 op grond van een artikel in een VVDM-blad drie maanden tuchtklasse in Nieuwersluis kregen, Kees Vellekoop die in 1973 op grond van politieke bezwaren tegen de krijgsmacht in gevangenis kwam. De toekomst van de dienstplicht ligt achter ons: het is mooi geweest met de dienstplicht. prof. mr. drs. Ben Vermeulen, lid van de Raad van State en hoogleraar staatsrecht: Dit is ongetwijfeld het best geschreven proefschrift dat ik ooit heb mogen begeleiden. Het leest als een trein, is buitengewoon soepel geschreven, bevat veel woordspelingen en -rijmen, talloze petites histoires en is vaak buitengewoon humoristisch.  





Alternatieve Gassen en AansprakelijkheidAlternatieve Gassen en Aansprakelijkheid
D.G. Tempelman

Dit proefschrift behandelt de vraag wie aansprakelijk gesteld kan worden voor schade die ontstaat door groen-gasinvoeding en waterstofbijmenging. Allereerst worden de Europese en Nederlandse ontwikkelingen besproken in de gassector, in het bijzonder het proces van Europese marktintegratie en-liberalisatie waarbij de aandacht voornamelijk uitgaat naar het Nederlandse liberaliseringsproces. Als gevolg van het proces van marktliberalisatie is het aantal actoren toegenomen en heeft er een verschuiving van verantwoordelijkheden plaatsgevonden. Deze verantwoordelijkheden liggen deels in de wet verankerd en zitten deels in contracten besloten. Om deze reden worden de wettelijke taken en bevoegdheden en de contractuele relaties besproken. De contracten worden voor zover mogelijk privaatrechtelijk gekwalificeerd en kort inhoudelijk behandeld waarbij de aandacht uitgaat naar de afspraken omtrent aansprakelijkheid. De grondslagen voor de wettelijke aansprakelijkheid worden ook besproken, in het bijzonder de aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken, gebrekkige opstallen, gevaarlijke stoffen en gebrekkige producten. Tevens wordt de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad behandeld. Om de centrale vraag te beantwoorden is gekozen voor een casusgerichte aanpak en worden twee scenario’s geschetst die antwoord geven op de hoofdvraag.





Voorstel van Wet strekkende tot de invoering van een herstelgerichte afdoening via bemiddeling in strafzaken in het Wetboek van Strafvordering, inclusief Memorie van ToelichtingVoorstel van Wet strekkende tot de invoering van een herstelgerichte afdoening via bemiddeling in strafzaken in het Wetboek van Strafvordering, inclusief Memorie van Toelichting
John Blad, Jacques Claessen, Gert Jan Slump, Anneke van Hoek, Theo de Roos

In deze publicatie treft u een proeve van wetgeving aan, opgesteld op inititatief van en door burgers. Het is een wetsvoorstel, inclusief Memorie van Toelichting, waartoe wij het initiatief hebben genomen in het kader van de aanstaande invoering van een nieuw Wetboek van Strafvordering. Het voorstel van wet is geschreven door een initiatiefgroep (Universiteit Maastricht en Restorative Justice Nederland) in samenwerking met een denktank van ruim tachtig strafrecht- en herstelrechtprofessionals. Het wetsvoorstel is op 21 feburari 2017 overhandigd aan de leden van de vaste kamercommissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer. Met dit voorstel van wet kan het formele wetgevingproces wat ons betreft echt van start. De mogelijkeheid om zaken in het strafrecht op een herstelgerichte manier af te doen is immers geen luxe, maar noodzaak.





FRONTEX and the EBCGAFRONTEX and the EBCGA
Amélie Poméon

With this book, Amélie Poméon won the Hanneke Steenbergen Scriptie Prijs 2016 (prize for the best master thesis in the field of migration law in the Netherlands for the year 2015/2016). Hanneke Steenbergen taught migration law at the University of Leiden and was highly dedicated to the promotion of migration law education. After her death, a commemorative foundation was established, the primary purpose of which is to award a yearly prize stimulating research and interest in migration law issues. This book discusses the question to what extent Frontex (and, to a more limited degree, its successor, the European Border and Coast Guard Agency) can be held accountable for breaches of EU law acting both inside and outside EU territory. The issues covered include a detailed discussion of Frontex’ tasks and competences, the legal position and status of EU agencies, agency accountability and the distinction between the notions of accountability and responsibility as well as the extraterritorial applicability of EU law. It also addresses the question whether an individual complaint mechanism can and should be introduced within the Agency’s setup. “Amélie provides with her thesis an almost encyclopedic document about Frontex, the European Agency for management of operational cooperation at the external borders of the European Union. Frontex plays an important role in protecting external borders and therefore has a direct impact on many people’s lives. […] Worth mentioning is that she took an interesting approach by incorporating interviews with various experts on the ground. […] So, a very thorough piece of work on a problem that maintains to be in the forefront of every ones attention.” Jury report Hanneke Steenbergen scriptieprijs 2016





Medische aansprakelijkheidMedische aansprakelijkheid
S. Heirman, E.C. Huijsmans & R. van den Munckhof (red.)

Het kenniscentrum Milieu en Gezondheid is een initiatief van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant. Doel van het kenniscentrum is om bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de rechterlijke oordeelsvorming op het vlak van milieu en gezondheid. Door het verzamelen, beheren en delen van kennis over de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten hiervan, ondersteunt het kenniscentrum rechters en juridisch medewerkers in het hele land op dit vlak. Eén van de werkzaamheden van het kenniscentrum is het organiseren van themadagen voor de leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten. Op deze themadagen wordt steeds een onderwerp op het gebied van milieu en gezondheid nader belicht. Op vrijdag 8 april 2016 organiseerde het kenniscentrum een themadag over het onderwerp medische aansprakelijkheid, in samenwerking met het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). In dit kennisdocument zijn bijdragen van een aantal sprekers en deelnemers van die themadag gebundeld. De auteurs in deze bundel:                  Prof. dr. R.J. van der Gaag Prof. mr. A.C. Hendriks Prof. mr. dr. A.R. Mackor Prof. mr J. Legemaate Mr. dr. R.P. Wijne Mr. P.M.J. Eken-de Vos Mr. P.J. van Eekeren Mr. drs. E.C. Huijsmans Mr. R. van den Munckhof





Recht en armoedeRecht en armoede
Sarah van Kampen & Michael Milo (eds.)

Recht en armoede – in een zestal bijdragen wordt de verhouding tussen beide vanuit verschillende juridische disciplines geadresseerd. Armoede als blijvend actueel maatschappelijk onderwerp raakt allen, die het recht beoefenen in praktijk en in theorie, in wetgeving, rechtspraak en in het rechtsgeleerd onderzoek. Law and poverty - relations between both domains are explored in six contributions (two English), from various legal perspectives in the Dutch and South African jurisdiction. The theme is of continuing importance and calls upon lawyers - judges, legislators and professors alike.





KoorddansenKoorddansen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries & Niels den Toom (eds.)

In deze bundel ‘Koorddansen’ is er aandacht voor de spannende en complexe opgave om het evenwicht te bewaren in centrale kwesties van morele aard, de thematisering en agendering ervan en de omgang ermee binnen justitiële inrichtingen. Deze artikelen zijn tot stand gekomen rondom en naar aanleiding van de studiedagen in 2016 van de protestantse en rooms-katholieke geestelijk verzorgers bij justitie. De protestantse studiedagen hadden als thema ‘Goed spreken over het kwaad’. De rooms-katholieke studiedagen waren georganiseerd rondom ‘ethiek en ethische dilemma’s in justitiële inrichtingen’. Omdat geestelijk verzorgers bij justitie veel met kwaad te maken krijgen, is de vraag hoe je daar nu goed over spreekt. Smedema biedt hierin een systematisch theologische bijdrage, waarbij hij begint vanuit een goed spreken over God. Psychoanalyticus en predikant Bodisco Massink verbindt het spreken over kwaad met inzichten vanuit de psychotherapie. Ethiek speelt op verschillende manieren binnen justitiële inrichtingen. Ethicus Paul van Tongeren heeft een twintigtal casus bestudeerd van geestelijk verzorgers bij justitie en refl ecteert hierop. Hij biedt tevens een vier verschillende typen ethische theorie die de geestelijk verzorger verrijkt in zijn perspectieven op het goede. Den Toom maakt vervolgens een structurele vergelijking tussen geestelijke verzorging bij de zorg en justitie met het oog op het vervullen van de rol van ethicus. Filosoof Theo de Wit verruimt de blik door een recente Duitse bundel over ethiek bij de straftenuitvoerlegging in de Bondsrepubliek te bespreken. Tot slot is er ook een theologisch spreken over ethiek, zoals Van der Kamp en De Vries laten zien in hun bijdrage over schuld binnen het justitiepastoraat. De bundel bevat verder enkele bijdragen die buiten het thema van de aandacht voor ethiek en ethisch beraad vallen. Van der Korst geeft een aanzet tot een gendertheoretische benadering van het justitiepastoraat, die nu nog ontbreekt. De bundel wordt afgesloten met pastoraal-theologische bijdrage van Reijer de Vries. Hij betoogt dat het herstelgerichte pastoraat met het oog op het doel van maatschappelijk herstel een pastoraal model nodig heeft waarin de diaconaalprofetische dimensie theoretisch is verdisconteerd. Hiertoe biedt Bonhoeffers bipolaire pastorale model een uitdaging. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en deUniversiteit van Tilburg. Ze verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt verderonderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.





Ad FundumAd Fundum
C.L. van Blom & E.J.M.F.C. Broers (eds.)

On 12 and 13 December 2013, the Department of Public Law, Jurisprudence and Legal History at Tilburg Law School convened an international conference on legal history in honour of Dr. Olga Tellegen-Couperus, who in August of that year had formally retired from Tilburg University after 36 years. Colleagues and friends came from the Netherlands and from all over Europe to celebrate their years of professional exchange and comradeship with Olga. During two enthralling days, those who had known Olga for years and had developed long standing friendships with her mingled with other participants, including Olga’s PhD students. The different topics discussed mirrored Olga’s broad interests in proper legal history, Roman law, rhetoric and Common Law. All possible intertwining relations between those legal disciplines were brought forward in sound scholarly presentations, discourses and humorous talks. All participants took pleasure in sharing their academic research, engaging in debate and enjoying each other’s company. At the close of the conference, the plan was devised to capture the good atmosphere of the gathering in a booklet. After some preparation, we are now proud to present Ad Fundum, a liber amicorum for our beloved and highly respected colleague, Olga Tellegen-Couperus. The title of this festschrift is a true reflection of the thorough and enthusiastic way in which Olga committed herself to her academic career.





Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?
M.R. Bruning, T. Liefaard, M.M.C. Limbeek & B.T.M. Bahlmann

Jaarlijks verlaten naar schatting enkele honderden kwetsbare jongvolwassenen de kinderbescherming. In de praktijk bestaan zorgen om deze jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit boek staat centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de kinderbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Tevens verschaft dit boek een antwoord op de vraag of dit juridisch instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke.   Het boek is relevant voor beleidsmakers en professionals werkzaam met jongeren en jongvolwassenen in en rondom de jeugdhulp, alsmede voor wetenschappers en studenten op het terrein van jeugd(gezondheids)recht, jeugdbescherming en jeugdhulp en het ter rein van mensenrechten in relatie tot gedwongen hulp.   Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma’s ‘Coherent Privaatrecht’ en ‘Effective Protection of Fundamental Rights in a Pluralist World’.





 Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection
Salvatore di Cerbo

In a “digital world” like ours, vast Information and Communication Technology (ICT)
infrastructures are highways where run extensive flows of information, dictating the
rhythm of our day-to-day lives. Such a deep influence, close to be an addiction for us, turns
ICT an unquestioned feature of modern life. These premises well portrait the landscape in which the diverse spectrum of actors
committed to promote, defend and restore the human rights operate. Therefore, the risk is
to mistake the means with the ends; but, even if the subject of this work, Digital Evidence,
is technology-related, the purpose of the study is the goal to which it tends: human rights
and their protection. Moreover, the wide diffusion of “capturing devices” that allow the documentation of human
rights abuses throughout massive streams of data from diverse sources will raise new
needs: in primis a careful collection and interpretation of the most relevant ones, and then
the establishment of mechanisms to ensure the validity and reliability of newly acquired
information. The whole chain that connects all the required steps in order to turn digital data into
“digital legal evidence” relevant for the protection of human rights, represents a challenge
for human rights practitioners, as individual activists, as well as organizations. Every single
step is fundamental: collection, management, preservation, analysis and security of data,
along with an effective communication and strategic use of evidence. Twitter tweets, Facebook and Blogs posts, Instagram photos and Youtube videos, even
when considered too weak for a conviction to be founded on, can play an important
role outside of a courtroom, establishing the grounds for prosecution indictments or, in
general, creating awareness of human rights abuses. Consequently, new forms of human rights activism, like the so-called “hashtag activism”,
pass through social media and have the power to generate a real change at both legal and
awareness level. The risk to be avoided is to mortify this power using social media as a
shortcut to be politically active or socially trendy making a mere “clictivism”. Hence, the core of this work revolves around the pivotal question of legal sufficiency of
the digital means employed in recording human rights abuses and the consolidation of
standards and procedures regulating the admissibility of collected evidence in the court of
law. The purpose is to provide an answer from a tri-folded point of view. The U.S. legal system leads in the regulation of the requirements for digital evidence to be
admitted at trial; nonetheless, also International courts like ICC, ICTY and ICTR follow
rules and procedure for that purpose, based on authenticity, protection of privacy, chain
of possession and reliability of the electronic evidence. At the European level, instead, the
lack of a common legislation relevant to the admissibility of d-evidence at trial required a
comparative study of the respective provisions contained in many Europeans countries’
procedural law. For these three levels a special attention is reserved to the analysis
of the lifecycle of digital evidence, from the creation and use of digital digital human
rights documentation for immediate purpose to its later admission as evidence in legal
proceedings, as well as to the authentication issue. At the last stage a collection of the most relevant case law form the principal U.S. courts
and International courts is provided.





Background to the crisis in Syria and perspectives on human rights & humanitarian law violationsBackground to the crisis in Syria and perspectives on human rights & humanitarian law violations
Yana Ballod

Since the beginning of the crisis in Syria, in mid-March 2011, the context in which it is regarded has been constantly changing. Four years later, the escalating violent armed conflict, fired from the “Arab Spring” movement has led to the rise of terrorist groups and a huge wave of refugees fleeing from the country. The present publication addresses the developments before 2011, as well as between mid-March 2011 and July 2015. It provides the factual background to the crisis and its analysis within the scope of humanitarian and human rights law. This volume is useful for understanding the roots of the crisis and its circumstances before summer 2015. A detailed research on what has happened and is happening in Syria brings up numerous unsolved issues within the international community. International law provides several possibilities for conflict resolution and stabilising crises: timely and effective response of international community represented by United Nations and its agencies, in particular United Nations Security Council; enforcement of the responsibility to protect; imposing sanctions; bringing to international justice and internationally addressing elements of the crisis, e. g. terrorism. However, with the involvement of different international actors, the implementation of international law depends on the particular behaviour of each of them. This way even erga omnes norms become voluntary. In the case of Syria, the application of international law instruments has been accompanied by hesitation. Cross-regional, regional and internal tensions prevented international community from shaping a coherent and decisive response to mass atrocities taking place in Syria. Thus, this research questions the existing system of leverages and sets an ambitious goal of finding out how to change it.





Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015
S.L. Peters, M. van Gammeren-Zoeteweij & L. Combrink-Kuiters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.





Solving StatelessnessSolving Statelessness
Laura Van Waas & Melanie Khanna (eds)

Interest in statelessness has been steadily increasing since the late 1990s – within academia, among governments, at the UN and among civil society organisations. Research projects, mapping studies and doctrinal discussions have helped to clarify the challenges faced and our understanding of what is at stake. This has led to a fresh sense of purpose in addressing the issue and there is now a growing international movement engaged in finding solutions, spurred on by the UNHCR-led #IBelong Campaign to End Statelessness by 2024. Making meaningful progress towards this goal demands a new and more ambitious approach, one that moves beyond stocktaking to inspire solutions. As Volker Türk outlines in his introduction to this ground-breaking publication: “The global debates have moved beyond the need to explain the problem and its causes and consequences. The time has come to accelerate the momentum to implement durable solutions effectively.” The essays which have been collected in this edited volume all approach statelessness from a solutions perspective, looking at what is being done, and what more can be done, to address the issue. The first part of the book has a thematic focus, exploring perspectives, tools and techniques for solving statelessness which are relevant across different countries and regions. Chapters in the second part each have a regional focus, exploring region-specific challenges, developments and innovations set against the backdrop of the broader context of a global campaign to solve statelessness. With contributions from both scholars and practitioners, the book is likely to be of interest to anyone engaged in studying or implementing solutions for statelessness, including researchers, government policy-makers, staff of international or regional inter-governmental bodies and UN agencies, grass-roots and international civil society organisations, legal practitioners and advanced-level students.





Civis europaeus sum?Civis europaeus sum?
Guayasén Marrero González

Civis europaeus sum? Am I a citizen of the Union? This question, which is the cornerstone of this thesis, is also the question that people affected by an eventual State succession within an EU Member State need an answer to. The link between the nationality of an EU Member State and citizenship of the Union is, as it stands now, unbreakable. One cannot claim the enjoyment of the latter without holding the nationality of an EU Member State. Thus, those who, due to the operation of the State succession and the rules enacted in that context regarding nationality, lose the nationality of the predecessor-EU Member State cannot invoke “civis europaeus sum”. From the outset, individuals who lose the nationality of an EU Member State would lose EU citizenship and the rights attached to it. However, whilst EU citizenship is still not autonomous from Member State nationality, certain rights associated to the residence in both the potential newly independent States and the EU Member States can be frozen as an interim solution until such times as the former has completed the EU accession process.





Stelselherzieningen Stelselherzieningen
mr. S.S. Zoeteman

Met preadviezen van: mr. J.H. Meijer, mr. H.A. Oldenziel en mr. H.W. de Vos (allen ministerie van Infrastructuur en Milieu), mr. M.M. den Boer, mr. J.A. Janssen, mr. Y.L. Lont, mr. R. Buitenhuis, mr. M.J.P.C. Zeegers, mr. E. van Schooneveld en mr. M.T. Veldhuizen (allen ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en mr. R. Bekker







PAge : 1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20