Forthcoming Publications

Forthcoming Publications



Page : 1   2   3   


Wie ogen heeft om te zien’Wie ogen heeft om te zien’
Hans Geleijnse

"Hitler's soep zal niet zo heet behoeven gegeten te worden als ze is opgediend" (De Tijd). 
"Wanneer ze eenmaal in de regering zitten, zullen ze wel trachten zich zo behoorlijk mogelijk te gedragen" (Nieuwe Rotterdamsche Courant). 
Zo reageerden belangrijke Nederlandse kranten op de ontwikkelingen in Duitsland vόόr 1933. 
"Wie ogen heeft om te zien' zou echter moeten weten dat het op een moordpartij zal uitdraaien als Hitler aan de macht zal komen (Het Volk). 
Ook over het fascisme in andere landen liepen de meningen in de pers sterk uiteen. Voor sommige kranten was Mussolini "een vredesapostel', volgens andere kranten zou het fascisme onvermijdelijk tot oorlog leiden. 
Hans Geleijnse (1947) analyseert hoe zeven Nederlandse landelijke kranten op de ontwikkeling van het fascisme in Europa in de periode 1919-1933 hebben gereageerd. Werd de Nederlandse lezer goed geinformeerd? Welke aspecten van het fascisme werden geprezen en welke veroordeeld? Werd het fascisme als een gevaar beschouwd voor vrijheid en democratie in Europa? Welke invloed hadden de ontwikkelingen op Nederland zelf?
In dit onderzoek naar de twintiger jaren dringen zich parallellen op met de huidige tijd. Ook nu is sprake van onderschatting van ultra-nationalistische en populistische bewegingen en van het miskennen van de drijfveren van de kiezers. 

"Wie ogen heeft om te zien' geeft een helder beeld van de beoordeling van het fascisme in Italiё, Hongarije, Spanje, Oostenrijk, Duitsland, Roemeniё, Slowakije, Portugal en Finland door De Telegraaf, de liberale Nieuwe Rotterdamsche Courant, het katholieke De Tijd, de antirevolutionaire krant De Standaard, de christelijk-historische De Nederlander, de sociaal-democratische krant Het Volk en de communistische De Tribune. 



€ 24.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel


The Intra Corporate Transferee DirectiveThe Intra Corporate Transferee Directive
Paul Minderhoud & Tesseltje de Lange (eds)

On 29 November 2016 the deadline for the transposition of Directive 2014/66/EU on the conditions of entry and residence of third-country nationals in the framework of an intra-corporate transfer expired. This so called ICT Directive regulates the temporary secondment of managers, specialists or trainee employees who are transferred from a company outside the EU to an entity of the same undertaking or group of undertakings inside the EU, while staying on their home country employment contract, and who reside outside the EU at the time of application. This book highlights the central themes, problem issues and implementation in selected Member States of this ICT Directive.   The contributions to this book are based on lectures presented at a seminar on this Directive, organised in November 2017 by the Centre for Migration Law, Radboud University Nijmegen, together with Tesseltje de Lange of the University of Amsterdam, under the Jean Monnet Centre of Excellence program. These contributions deal with the negotiations and transposition of the Directive, the role employment and social security rights play in the ICT Directive, a comparison with the EU Russia Agreement of 1997 as well as a business perspective and a migrants’ rights perspective. And it discusses the implementation in The Netherlands, Germany, Spain and Sweden.



€ 34.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel


Migration and Religious FreedomMigration and Religious Freedom
Carolus Grütters and Dario Dzananovic (eds.)

On 9 and 10 February 2017, experts from various backgrounds joined in a seminar organized by the Centre for Migration Law, Jean Monnet Centre of Excellence at Radboud University, Nijmegen in the Netherlands. The seminar focused on issues culminating at the intersection of migration, law and religion.   We aimed to identify the arguments that drive the discussion in situations presenting a conflict of state law and religious norms in the context of migration. Or, in biblical terms, is there an inherent conflict between Romans 13 (submission to governing authorities) and Matthew 25 (love the stranger), and if so, how is this conflict addressed?   In this book, we have included the key contributions to the seminar, thematically organized around four topics: (1) Religious Social Thought; (2) Application of religious freedom; (3) Comparative analysis of religious freedom laws; and (4) Practitioners’ views.   We hope this book will crystallize the arguments and drive further discussion on the important issues resulting from the interplay of migration, law and religion.   



€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel


Uitbesteding van wetgevingUitbesteding van wetgeving
S.S. Zoeteman (red.)

De Nederlandse Vereniging voor Wetgeving (www.nvvw.eu) is er voor iedereen die geïnteresseerd is in of op de een of andere manier te maken heeft met wetgevingsvraagstukken. Via jaarvergaderingen en studiemiddagen biedt de vereniging vanuit verschillende perspectieven een forum voor een kritisch debat over wetgeving en wetgevingsbeleid. Tijdens de jaarvergaderingen wordt een wetgevingsonderwerp uitgediept aan de hand van aan de vereniging uitgebrachte preadviezen van deskundigen. Ook wordt jaarlijks een studiemiddag georganiseerd over een actueel wetgevingsonderwerp, zoals constitutionele toetsing en de Algemene Verordening Gegevensbescherming.   Het onderwerp van de Jaarvergadering 2017 was ‘Uitbesteding van wetgeving’. Het opstellen van wetgeving gebeurt traditioneel binnen de wetgevende macht. Niettemin is het altijd zo geweest dat ook personen of instanties buiten de wetgevende organisaties wetteksten concipiëren. Er is een aantal redenen om niet lichtzinnig over te gaan tot het laten opstellen van ontwerpen door externen, of om deze ontwerpen extra kritisch te bezien. In dit licht hebben drie auteurs een bijdrage geschreven over uitbesteding van wetgeving. Mr. Olaf Kwast geeft in zijn preadvies een algemene beschouwing van het onderwerp. Prof. dr. Renée van Schoonhoven (VU) focust in haar preadvies op de wetgeving inzake het lerarenregister, die zij in opdracht van het ministerie van OCW heeft ontworpen. Prof. mr. Willem Konijnenbelt bekijkt het onderwerp vanuit een normatief kader. De preadviseurs presenteerden hun bijdragen tijdens de jaarvergadering. Tezamen met de jaarrede van de voorzitter, het referaat van prof. mr. Frank van Ommeren (VU) en het verslag van de jaarvergadering zijn de preadviezen uitgegeven bij Wolf Publishers.  





Forgiveness in criminal law through incorporating restorative mediationForgiveness in criminal law through incorporating restorative mediation
Jacques Claessen

In this monograph, the author argues for the integration of the concept of forgiveness into criminal law through incorporating restorative justice practices such as victim-offender mediation. Although forgiveness is not a purpose in itself nor can it be enforced, criminal law should provide room for forgiveness. Contrary to retribution, in the sense of channelled revenge, forgiveness has, after all, proven its practical usefulness in conflict resolution and in paving the way for reconciliation. The author contends that it is about time that criminal law is aimed at peace-making. This will inevitably entail significant changes to substantive and procedural criminal law. Ultimately, morality, law and politics should focus on achieving a harmonious, peaceful and, wherever possible, non-violent society. Civilisation is about more than merely substituting unbridled revenge by channelled revenge (retribution). The ideals glimmering on the horizon are repaying evil with goodness, restoration and forgiveness. This monograph discusses the views of several ethicists, philosophers, theologians, psychologists and legal scholars and seeks to provide answers to the following questions: what is forgiveness? How is it brought about? Are retribution and forgiveness each other’s opposites? Why is forgiveness important? Which view of mankind does it reflect? Does forgiveness belong to the public domain? How can it be shaped to fit into the criminal justice system? And what role does restorative justice play in this regard? Dr. Jacques Claessen (Maastricht, 1980) is an Associate Professor of Criminal Law at the Department of Criminal law and Criminology of the Faculty of Law at Maastricht University and serves as a substitute judge at the Limburg District Court in Maastricht, the Netherlands. In 2012, he was awarded with the very first Bianchi Restorative Justice Prize. Forewords by dr. John Blad, former Associate Professor of Criminal Law at the Faculty of Law of Erasmus University Rotterdam, and Nico Tydeman, Zen teacher and spiritual leader of the Amsterdam Zen Centre.





Ethical Realism and the Rule of LawEthical Realism and the Rule of Law
Dennis Paling

On 5th June 1989 an unknown man stopped the leading tank in a column entering Tiananmen Square, Beijing. His ultimate fate is unknown. His courage reflects the dilemma of brave people faced by the force of authority. The rule of law attempts to control excess of authority, but is often ineffective and illusory.   Realist jurisprudence acknowledges that the law is often flawed and unfairly administered and that the rule of law is an illusion. This book discusses the question what then should the individual do? It suggests that ethical realism is a wise approach: acknowledging that in reality the law is flawed, but attempting when possible to do what ethics suggest, applying the classical concept of internal or virtue ethics.   This approach has practical applications – it would be ethical to have a 2 state solution in the Middle East as was resolved by the UN General Assembly in 1947; it would be ethical for the UK to remain in the EEA established by the Treaty of Rome after 48.7% of UK voters wanted to remain and when the 2016 referendumand 2017 legislation referred only to the EU.   In the early 1960s I attended the realist jurisprudence lectures at Oxford and came away with a belief that the rule of law is an ideal rather than a reality but a belief that ethics encourage the individual to do what can be done in practice to alleviate failures of the rule of law.





WTO Law on Export Restrictions on Trade in GoodsWTO Law on Export Restrictions on Trade in Goods
Kelly Kuan Shang

This book examines a theoretical question which has been heavily debated due to its social relevance: is current WTO law sufficient to regulate export restrictions?   This book systematically reviews the law of the World Trade Organization (WTO) concerning export restrictions, guided by the principles of treaty interpretation and the WTO case law. Possibly contrary to the predominant view, this book respectfully submits that current WTO law is sufficient in regulating export restrictions; it is also capable of balancing the general disciplines of export restrictions and the various non-trade values.   A highlight of this book is its use of a range of case studies. These case studies deal with, inter alia, Hong Kong’s export ban of baby milk formula, the European Union’s economic sanctions against Russia, as well as New Zealand’s export quality requirement for wine, single export desk requirement for kiwifruits, and export ban of certain minerals with spiritual values. Analysis of these case studies revealed several underexplored types of export restrictions, and further demonstrated the possible relevance of a number of WTO provisions which have not yet been invoked before the WTO adjudicators.   Kelly Kuan Shang is a PhD Researcher at Maastricht University. She received a JD from the University of Hong Kong (St John’s College). She is admitted to practice law in Australia and New Zealand. Her research interests are international trade law and public international law.





The WTO Dispute Settlement System as a Legal Impediment to Iran’s Accession to the WTOThe WTO Dispute Settlement System as a Legal Impediment to Iran’s Accession to the WTO
Siamak Amoozeidi

While Iran already applied in 1996 for accession to the World Trade Organization, it is not a WTO Member yet. There are several factors which have contributed to the prolongation of Iran’s accession process. They are mostly not related to trade issues. Important among these non-trade related factors is a legal impediment that originates from a conflict between Iran’s Constitution and the WTO Dispute Settlement Understanding. It is this legal impediment, and how it can be overcome by using Iran’s domestic law mechanisms, which is the focus of this book.   Siamak Amoozeidi has been a legal advisor to Iran’s constitutional institutions and European companies. He has conducted research on human rights, crime prevention, controlling illicit drugs, judicial independence and public international law in Iran and, since 2008, on international economic, trade and investment law in the Netherlands.





TerrorismeTerrorisme
A. Fransen, J. Kerkhofs en P.A.M. Verrest

België en Nederland zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met een ernstige dreiging van terrorisme. De aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 hebben op een gruwelijke wijze laten zien wat gebeurt als die dreiging uitmondt in niets ontziende aanslagen op onze samenleving. Het materieel strafrecht is sinds 2001 aangepast om terrorisme beter te kunnen bestrijden. Die aanpassing heeft in Nederland en België plaatsgevonden grotendeels aan de hand van dezelfde EU- en andere internationale instrumenten. In de NVVS-preadviezen wordt die ontwikkeling beschreven en vervolgens uitvoerig ingegaan op de werking van het materiële strafrecht ter bestrijding van terrorisme in België en Nederland. Het uitgebreide overzicht van wetgeving en haar toepassing in concrete strafzaken is voor de rechtspraktijk in beide landen instructief. Het specifieke belang van de preadviezen is voorts dat zij een vergelijking mogelijk maken van het Belgische en Nederlandse recht. Want hoewel er sprake is van veel overeenkomsten, bestaan er ook verschillen in de werking van het materieel strafrecht gericht op de bestrijding van terrorisme. De preadviezen monden uit in een op België en Nederland gezamenlijk en op de landen individueel betrekking hebbende conclusie, alsmede enkele stellingen voor discussie.  





Deskundigenbewijs in het strafprocesDeskundigenbewijs in het strafproces
Rolf Hoving

In het Nederlandse strafproces wordt regelmatig gebruik gemaakt van deskundigenbewijs. De inzet van deskundigen in strafzaken is echter niet vanzelfsprekend. Gerechtelijke dwalingen, bijvoorbeeld in de Schiedammer Parkmoordzaak, roepen de vraag op of in het strafproces op de juiste manier met deskundigen wordt omgegaan. De informatie van deskundigen behoort er immers aan bij te dragen dat in het strafproces de juiste beslissingen worden genomen. Met de Wet deskundige in strafzaken heeft de wetgever gereageerd op de discussie over de omgang met deskundigenbewijs. Is de wetgever er in geslaagd het strafproces zo in richten dat deskundigenbewijs een zo groot mogelijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de be-slissingen die in het strafproces worden genomen? Of kan de omgang met deskundigen-bewijs nog worden verbeterd?   In dit onderzoek worden enkele knelpunten geconstateerd bij de omgang met deskundigenbewijs in het Nederlandse strafproces. Daarom worden aanbevelingen voor verbeteringen gedaan, gebaseerd op de omgang met deskundigenbewijs in het Engelse strafproces en door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en op inzichten over de omgang met deskundigenbewijs uit de filosofie, sociologie en argumentatieleer.   Rolf Hoving is docent en onderzoeker strafrecht bij de Rijksuniversiteit Groningen.







PAge : 1   2   3