Education Law

General information : Education Law

Highlights

BookCover

De lange weg naar een wet op het onderwijstoezicht
Ferdinand JH Mertens


Het toezicht op het onderwijs wordt sinds 2002 uitgevoerd op basis van de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT). Dat is een voor het toezicht, zoals dat door de overheid via inspecties wordt uitgevoerd, bijzondere situatie. Toezicht door inspecties vindt plaats op basis van wetgeving die een bepaald domein of activiteit reguleert en daar binnen is het toezicht opgenomen. Zo was dat voor onderwijs tot 2002 ook geregeld. In dit artikel laat ik zien hoe het onderwijstoezicht zich in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkelde en welke argumenten voor een specifieke wettelijke regeling in de loop van de tijd aan de orde zijn geweest.

Het verhaal over de wet op het onderwijstoezicht kent in de hier gepresenteerde versie een ‘rechte lijn’ van ontwikkeling alsof zo’n wet een natuurnoodzakelijke ontwikkeling is. Zo is het natuurlijk niet. Wanneer we nauwkeuriger kijken naar wat met ‘wetgeving van het toezicht’ in verschillende fasen van ontwikkeling beoogd werd, dan is dat nogal verschillend. Toen 1981 gedacht werd over zoiets als een wet op het onderwijstoezicht stonden vooral bedrijfsmatige en organisatorische doelen voor op. Het ging er toen om de organisatie te disciplineren en de omslag te maken van individueel uitgevoerd toezicht in ambtsgebieden naar toezicht door een organisatie. Dat was niet van buitenaf gewenst maar werd van binnenuit gezien als een noodzakelijke verandering om in het ‘nieuwe onderwijs’ toen betekenisvol te zijn. Wanneer rond 1990 een voorstel komt voor de wettelijke regeling van het toezicht op het onderwijs, was het motief politiek van aard. Het paste in de decompositie van de overheidsorganisatie naar beleid, uitvoering en toezicht en had als zodanig niet met de inhoud van het toezicht te maken. Het ging om positionering. Als in 2000 de Wet op het Onderwijstoezicht in behandeling komt, was de noodzaak van die wet uitdrukkelijk ingegeven door de inhoudelijke gewenste veranderingen in het toezicht en de noodzakelijke juridische legitimering daarvoor. Het hier gepresenteerde verhaal wordt afgesloten met enkele aanduidingen van de actuele stand van het onderwijstoezicht.

Recent Publications

image1

Trust on the line
Esther Keymolen

Governments, companies, and citizens all think trust is important. Especially today, in the networked era, where we make use of all sorts of e-services and increasingly interact and buy online, trust has become a necessary condition for society to thrive. But what do we mean when we talk about trust and how does the rise of the Internet transform the functioning of trust? This books starts off with a thorough conceptual analysis of trust, drawing on insights from -amongst othersphilosophy and sociology to sharpen our understanding of the topic. The book explains how the arrival of large systems – such as the internet- has changed the character of trust which today is no longer based on interpersonal interactions but has become completely mediated by technologies. Based on the layered building plan of the Internet itself, a new conceptual lens called 4 Cs is developed to analyse and understand trust in the networked era. The 4Cs refer to the 4 layers which all have to be taken into account to assess trust online, namely: context,code, codification, and curation. The 4cs bring together the firsthand experiences of the user (context), the sort of technology that is being used (code), the legal implication (codification) and business interests (curation) in order to get a clear picture of the trust issues that may arise. In the final part of the book some real-life cases are discussed (digital hotel keys, Airbnb, online personalization) to illustrate how trust –analysed through the 4 Cs lens- might flourish or be challenged in our current networked era.

image1

Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015
S.L. Peters, M. van Gammeren-Zoeteweij & L. Combrink-Kuiters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.

image1

Sociale Markteconomie
R. Slegers

Het begrip sociale markteconomie is in 1946 door Alfred Müller-Armack geïntroduceerd en heeft zijn beslag gekregen in artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat in 2009 in werking is getreden. Op grond van het artikel dient een sociale markteconomie mede de basis te vormen voor de duurzame ontwikkeling van Europa.  Dit onderzoek beantwoordt de vraag in hoeverre het concept sociale markteconomie als ordeningsprincipe (nog) een toekomst heeft in de Europese praktijk. Om tot de beantwoording van deze vraag te kunnen komen wordt allereerst uitgebreid stilgestaan bij het begrip socialemarkteconomie zelf en wordt het daaronder liggende concept  verduidelijkt. Vervolgens wordt bekeken op welke wijze het begrip zijn beslag in het Verdrag heeft gekregen, hoe het aldaar is ingebed en in hoeverre het vanuit en door de diverse Europese instellingen wordt gebezigd. Daarnaast is op exploratieve wijze geïnventariseerd hoe binnen het Europese discours over het begrip, het onderliggende concept sociale markteconomie en haar mogelijkheden in de Europese praktijk wordt gedacht.  Ria Slegers is sinds 2002 verbonden aan de Open Universiteit en vanaf 2010 werkzaam als docent/onderzoeker bij de vakgroep Strafrecht, Internationaal en Europees Recht van de faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen.

image1

The recast Reception Conditions Directive
P. Minderhoud & T. Strik (eds)

On 20 July 2015 the deadline expired for the transposition of the recast Reception Conditions Directive (Directive 2013/33/EU of 26 June 2013 laying down standards for the reception of applicants for international protection (recast), OJEU 2013 L180/96).   The presentations on which this book is based, were originally given during a seminar on the Recast Reception Conditions Directive. This seminar took place at the Centre for Migration Law (Jean Monnet Centre of Excellence), Faculty of Law of the Radboud University Nijmegen, on Tuesday 8 December 2015.   In light of the very substantial level of interest, we publish a book on the results of this seminar in order to enable those who were not able to attend to benefit from the wealth of knowledge and information which was shared. The book is divided in two sections. The first section deals with the central themes and the problem issues of the recast Reception Conditions Directive. The second part of the book focuses on the implementation of the recast Reception Conditions Directive in a selected number of Member States.   This book offers insight in all the different aspects of the recast Reception Conditions Directive.

image1

INTERNATIONAL STANDARDS ON NATIONALITY LAW
G. R. de Groot & O.W. Vonk

While nationality law has traditionally been part of the nation-state’s ‘reserved domain’, recent decades have witnessed a growing body of international standards and guidelines in this area. This book provides the first comprehensive collection of multilateral international treaties, other international documents and case law of international tribunals regarding nationality law. Together these materials reflect the currently existing status of nationality under international law.
In addition, from being a stable field of law, nationality law has been subject to growing instrumentalization and change. International Standards on Nationality Law thus examines topical issues relating to nationality such as discriminatory practices in relation to gender, ethnicity and race, the status of surrogate-born children, diplomatic protection, the revocation of nationality of convicted terrorists, and ‘citizenship-for-sale’ programmes. Extensive bibliographical references have been included throughout, enabling the reader to identify relevant publications for further reading. Gerard-René de Groot is Professor of Comparative Law and Private International Law at Maastricht University and the University of Aruba (the Netherlands), and co-director of the Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE). He is the author of more than 500 publications in the areas of comparative law, nationality law and legal translation, and has acted on numerous occasions as expert-consultant to both national and international bodies dealing with matters of nationality law.
Olivier Willem Vonk holds a PhD from the European University Institute (Italy) and is currently a Marie Curie COFUND Fellow at the University of Liège (Belgium). Previously, he was a Marie Curie Outgoing Fellow at Maastricht University and a visiting researcher at Georgetown University (US). His publications include Dual Nationality in the European Union and Nationality Law in the Western Hemisphere (Martinus Nijhoff Publishers).
The authors are Consortium Members of the EUDO CITIZENSHIP Observatory and have collaborated with different organisations and institutions on issues of nationality law, including the Council of Europe, UNHCR, and the European Parliament.

image1

Sturen zonder Schuren
B. Bröcking

In 2015 heeft de Jeugdwet het stelsel van de jeugdhulp ingrijpende veranderd. Gemeenten hebben de verantwoording gekregen voor alle hulp aan kinderen en gezinnen met opvoed- en opgroeiproblemen. Het doel van de Jeugdwet is door middel van onder andere preventie, eigen kracht en meer ruimte voor de hulpverleners een systeem te krijgen van toegankelijke, betaalbare jeugdhulp van goede kwaliteit. Dit proefschrift behandelt de positie van de cliënt in de jeugdhulp. Staat de cliënt centraal, dat wil zeggen heeft hij keuzen in de aangeboden hulp en is deze van goede kwaliteit? Daartoe worden de relaties tussen cliënt, hulpverlener en overheid onderzocht. Deze relaties kunnen schuren. Cliënten kunnen hulp vragen die niet past bij hun probleem, hulpverleners kunnen niet effectieve behandelingen toepassen en de overheid kan te veel bezuinigen. Dit leidt ertoe dat de cliënt niet de gewenste hulp van goede kwaliteit krijgt. Geconstateerd is dat cliënten moeilijk keuzen kunnen maken in hun zorgverlening. De enige partij die de cliënt daarbij kan helpen is de hulpverlener vanwege zijn professionele kennis en ervaring. Gemeenten hebben als doel de kosten van de jeugdhulp te beheersen. Zij hebben echter weinig zicht op de oorzaken van de vraag naar jeugdhulp. Ook hebben gemeenten geen greep op de plaats waar de kosten gemaakt worden: de behandelrelatie. Als oplossing wordt overleg tussen gemeenten, cliënten en zorgverleners voorgesteld. Dit veronderstelt dat partijen elkaar vertrouwen en verbinding zoeken om tot overleg over een toegankelijk en betaalbare zorg van goede kwaliteit te komen.

image1

Language and Education
Gracienne Lauwers & Jan de Groof (eds.)

This collection of essays results from a series of workshops and a conference held in 2013-2015, organized to draw attention to the legal framework underpinning policy making in the area of language and linguistic diversity in education.

Contributors include internationally-renowned experts on education law as well as a number of lawyers actively engaged in education policy making. In doing so, light is shed on the legal framework adopted by Governments to find the right balance to meet linguistic demands in education.

Readership: Academic lawyers, practising lawyers, students and scholars of education law and education policy, government officials.

image1

Religion and Education
Jan de Groof & Gracienne Lauwers (eds.)

This collection of essays results from a series of conference held in 2012 and 2013, organized to draw attention to legal problems arising out of religious diversity in education. Contributors include internationally renowned judges and experts on education law as well as a number of lawyers actively engaged in education policy making. Concern over the accommodation of various religious groups in education is strong, and this book makes an important contribution to the legal literature on the situation in Europe.

Readership: Academic lawyers; practising lawyers, students and scholars of education law and education policy; government officials.

Other interesting publications: