Human Rights & Humanitarian law

General information : Human Rights & Humanitarian law

Highlights

BookCover

Voor wie niet in wonderen gelooft
Mama Lambert & Hans Dekkers


Oog in oog met de dood, ontkomt Beata op het allerlaatste moment aan zijn fatale greep.Deze huiveringwekkende ontsnapping alleen al rechtvaardigt de titel van het boek ‘Voor wie niet in wonderen gelooft’, een biografie over het leven van Beata Mukarubuga. Een bijna ongelooflijk verhaal over de gruwelen van de genocide die in 1994 in Rwanda uitbreekt en waar ook Beata, een Tutsi-vrouw, slachtoffer van wordt. Drie maanden is ze op de vlucht met haar eenjarige zoon Lambert op de rug. Ze overleeft de verschrikkelijke slachtingen, maar verliest alles wat haar lief is.Voor haar ligt nu de schier onmogelijke opgave om in haar eentje aan een nieuwe toekomst te bouwen. Beata toont echter op bewonderenswaardige wijze haar veerkracht, laat de naam Beata achter in het verleden en gaat voortaan als Mama Lambert door het leven.Als lezer volgen we haar moeizame weg naar boven, waarbij vergeving en verzoening, en een sterk geloof de helende krachten zijn die de basis vormen voor haar hernieuwd bestaan en waardoor het boek terecht de titel meekreeg ‘Voor wie niet in wonderen gelooft’.

Mama Lambert (1952) is sinds 2002 hoofd counseling van Solace Ministries in Rwanda waar ze genocide-overlevenden ondersteunt bij de verwerking van de genocide. Ze bracht de moed op om weer te gaan studeren en rondde in 2015 haar universitaire studie theologie aan het ‘Rwanda Institute of Evangelical Theology’ met succes af. De Nederlander Hans Dekkers (1946) tekende haar verhaal op.

Recent Publications

image1

Onze manier van straffen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries, Niels den Toom (red.)

Elke samenleving kent de praktijk van het straffen, beginnend bij de straf als een voorzichtige pedagogische koestering om je kind iets bij te brengen tot aan de meest draconische straffen en de defi nitieve straf: de doodstraf. Maar er bestaat ook zoiets als een – altijd voorlopige – gedeelde manier van straffen. Geestelijk verzorgers in gevangenissen en andere inrichtingen van justitie staan vanwege hun werk dichtbij gedetineerde mensen. Zij maken ‘onze manier van straffen’ dus van nabij mee. Wat valt je dan op aan de wijze van straffen die wij als samenleving normaal of minstens acceptabel vinden? Onze manier van straffen bevat zes essays van geestelijk verzorgers werkzaam bij justitie, essays die voortkomen uit een learning community van geestelijk verzorgers. Onder begeleiding van prof. dr. Theo de Wit, stafl id van het Centrum voor Justitiepastoraat, daag den zij elkaar uit om scherp onder woorden te brengen wat onze strafmethoden inhouden, wat zij met mensen doet, en welke rol zij zelf spelen als onderdeel van dit strafsysteem. Wie de essays overziet, constateert dat hier zes auteurs aan het woord zijn, die vanuit een intiem en vaak langdurig contact met de detentiewerkelijkheid evenzovele dimensies van de gevangenisstraf als geleefde ervaring beschrijven. Ze gaan over het isolement waarin je als gedetineerde terecht komt, over vernedering als onlosmakelijk onderdeel van straf, over afhankelijkheid, over het jargon van de tbs, over levenslang, en over een vorm van vrijheid die je als gedetineerde toch houdt. De essays zijn geschreven vanuit een attitude die je nog het best kunt omschrijven als een combinatie van empathie, mededogen en realisme. De geestelijk verzorgers beschouwen zich als deel van het collectief waarnaar wordt gewezen in de uitdrukking ‘onze manier van straffen’. Tegelijkertijd achten zij het hun plicht en eisen zij ook het recht op, kritisch na te denken over ons strafsysteem, de evidenties die daarin worden meegenomen en die dag na dag worden gereproduceerd en overgedragen, alsmede hun eigen rol daarbij. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Het centrum verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt onderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.

image1

Onderwijs in Nederlands-IndiŽ
N.S. Efthymiou

Dit boek is een studie over een aspect van het constitutionele recht voor Nederlands-Indië, en wel over het onderwijs in Nederlands-Indië in de periode 1602-1942. Het boek geeft een beschrijving van dit aspect en beoogt het aspect te typeren. Om de beschrijving en de typering begrijpelijk te maken gaat aan de studie over onderwijs in Nederlands-Indië een korte behandeling vooraf van algemene kenmerken van constitutioneel recht voor Nederlands-Indië. N.S. Efthymiou is universitair docent staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

image1

Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection
Salvatore di Cerbo

In a “digital world” like ours, vast Information and Communication Technology (ICT)
infrastructures are highways where run extensive flows of information, dictating the
rhythm of our day-to-day lives. Such a deep influence, close to be an addiction for us, turns
ICT an unquestioned feature of modern life. These premises well portrait the landscape in which the diverse spectrum of actors
committed to promote, defend and restore the human rights operate. Therefore, the risk is
to mistake the means with the ends; but, even if the subject of this work, Digital Evidence,
is technology-related, the purpose of the study is the goal to which it tends: human rights
and their protection. Moreover, the wide diffusion of “capturing devices” that allow the documentation of human
rights abuses throughout massive streams of data from diverse sources will raise new
needs: in primis a careful collection and interpretation of the most relevant ones, and then
the establishment of mechanisms to ensure the validity and reliability of newly acquired
information. The whole chain that connects all the required steps in order to turn digital data into
“digital legal evidence” relevant for the protection of human rights, represents a challenge
for human rights practitioners, as individual activists, as well as organizations. Every single
step is fundamental: collection, management, preservation, analysis and security of data,
along with an effective communication and strategic use of evidence. Twitter tweets, Facebook and Blogs posts, Instagram photos and Youtube videos, even
when considered too weak for a conviction to be founded on, can play an important
role outside of a courtroom, establishing the grounds for prosecution indictments or, in
general, creating awareness of human rights abuses. Consequently, new forms of human rights activism, like the so-called “hashtag activism”,
pass through social media and have the power to generate a real change at both legal and
awareness level. The risk to be avoided is to mortify this power using social media as a
shortcut to be politically active or socially trendy making a mere “clictivism”. Hence, the core of this work revolves around the pivotal question of legal sufficiency of
the digital means employed in recording human rights abuses and the consolidation of
standards and procedures regulating the admissibility of collected evidence in the court of
law. The purpose is to provide an answer from a tri-folded point of view. The U.S. legal system leads in the regulation of the requirements for digital evidence to be
admitted at trial; nonetheless, also International courts like ICC, ICTY and ICTR follow
rules and procedure for that purpose, based on authenticity, protection of privacy, chain
of possession and reliability of the electronic evidence. At the European level, instead, the
lack of a common legislation relevant to the admissibility of d-evidence at trial required a
comparative study of the respective provisions contained in many Europeans countries’
procedural law. For these three levels a special attention is reserved to the analysis
of the lifecycle of digital evidence, from the creation and use of digital digital human
rights documentation for immediate purpose to its later admission as evidence in legal
proceedings, as well as to the authentication issue. At the last stage a collection of the most relevant case law form the principal U.S. courts
and International courts is provided.

image1

Childrenís Rights in a Digital Environment and European Union Law
J. Auer

Being online has become part of the daily routine for the most of us, particularly for young people. Children are growing up in a fast-paced technological environment, in which the new Information and Communications Technologies (ICTs) such as smartphones or tablets provide limitless internet access and with that a limitless communication. The internet changes the way children interact, communicate, play and learn and in this context, it offers a broad range of opportunities. However, given that the dissemination of personal data as well as of violent or illegal content has been facilitated, the online environment also entails new risks to which children are exposed. With the increasing children’s internet use, the anxiety that children are particularly vulnerable to those risks grows and raises questions about how policy makers, the public and parents may effectively protect children online by balancing opportunities and risks. The aim of this book is to analyse the current legal framework with regard to the protection of the children’s rights in a digital environment. It examines which legal provisions apply to the risks a child may encounter when using the internet and in particular, which instruments have been implemented to prevent child pornography, grooming and the violations of personal data protection rights. It is intended to give an overview of the existing legal instruments on an international and a European Union level, with focus on the European Union legislation and the recent developments in the case law of the European Court of Justice.

image1

Solving Statelessness
Laura Van Waas & Melanie Khanna (eds)

Interest in statelessness has been steadily increasing since the late 1990s – within academia, among governments, at the UN and among civil society organisations. Research projects, mapping studies and doctrinal discussions have helped to clarify the challenges faced and our understanding of what is at stake. This has led to a fresh sense of purpose in addressing the issue and there is now a growing international movement engaged in finding solutions, spurred on by the UNHCR-led #IBelong Campaign to End Statelessness by 2024. Making meaningful progress towards this goal demands a new and more ambitious approach, one that moves beyond stocktaking to inspire solutions. As Volker Türk outlines in his introduction to this ground-breaking publication: “The global debates have moved beyond the need to explain the problem and its causes and consequences. The time has come to accelerate the momentum to implement durable solutions effectively.” The essays which have been collected in this edited volume all approach statelessness from a solutions perspective, looking at what is being done, and what more can be done, to address the issue. The first part of the book has a thematic focus, exploring perspectives, tools and techniques for solving statelessness which are relevant across different countries and regions. Chapters in the second part each have a regional focus, exploring region-specific challenges, developments and innovations set against the backdrop of the broader context of a global campaign to solve statelessness. With contributions from both scholars and practitioners, the book is likely to be of interest to anyone engaged in studying or implementing solutions for statelessness, including researchers, government policy-makers, staff of international or regional inter-governmental bodies and UN agencies, grass-roots and international civil society organisations, legal practitioners and advanced-level students.

image1

ZOEKEN IN COMPUTERS NAAR NEDERLANDS EN BELGISCH RECHT
Bert-Jaap Koops, Charlotte Conings, Frank Verbruggen

Op het vlak van strafvorderlijk onderzoek in computers is veel in beweging. Het ICT-landschap is ingrijpend aan het veranderen, met mobiele computers en smartphones, en de cloud als opslagplaats van computergegevens. In Nederland is er het wetsvoorstel Computercriminaliteit III en de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. In België is een wetsontwerp aangekondigd om enkele IT-zoekingen concreter vorm te geven en van enkele ‘zware’ procedures een ‘lichtere versie’ te scheppen voor een Internetcontext. Er is eveneens een initiatief voor een nieuw Wetboek van Strafvordering dat geschikt zal moeten zijn voor de digitale, gemondialiseerde informatiemaatschappij.

image1

For Justice and Mercy
Ryan van Eijk, Gerard Loman, Theo W.A. de Wit (Eds.)

Publications on an international level and addressing prison chaplaincy from different (continental and disciplinary) angles are rare. Most publications regarding prison chaplaincy are monographies by theologians or prison chaplains, or books from (ex-)inmates witnessing their personal conversion. For Justice and Mercy offers international texts on the positioning of prison chaplaincy and examples from the praxis, as well as from several contexts and concepts. However, the focus is not exclusively on global perspectives. But the publication is certainly international for its contributors are academics or experienced prison chaplains from all continents who are offering their research and reflections from different scientific disciplines on aspects which are of interest for prison chaplaincy in general. Most articles are written from the catholic point of view. The reason is that the initiative for this publication was taken by the executive board of the International Commission of Catholic Pastoral Care (ICCPPC) to pay extra attention to its 65 years existence, and to the Year of Mercy.

image1

Crimmigration law in the European Union (Part 2)
A. Pahladsingh

In the European Union the Return Directive aims at establishing common standards and procedures to be applied in Member States for returning illegally staying third-country nationals (Article 1).  In part 2 of the serie on crimmigration in the EU this research is focusing on 2 other instruments of the Return Directive: the return decision and the detention.
As defined in Article 3 (4) a return decision “means an administrative or judicial decision or act, stating or declaring the stay of a thirdcountry national to be illegal and imposing or stating an obligation to return.” According to Article 6 of the Return Directive Member States are obliged to issue a return decision to any third-country national staying illegally in their territory, unless an express derogation is foreseen by Union Law.
As studies have showed in some countries of nationality there is for the illegal third-country national, who is expelled by EU Member States, a risk of criminalization in the form of criminal sanctions such as fines and detention. This is the situation when these countries of nationality criminalize emigration. Forced to return immediately to their countries of departure or nationality, these “inadmissibles” never fully become immigrants. I label this as double crimmigrations. These failed migrants become at least suspect citizens and they risk a form of double crimmigration in their countries of departure or nationality as they risk to be penalized twice: firstly by their involuntary return and secondly by the instigation of ciminal proceedings against them in the country of nationality. Double crimmigration should become a topic in EU return policy and security policy in which the EU should also formulate solutions.

Other interesting publications: