Health Law

General information : Health Law

Highlights

BookCover

Euthanasia in international and comparative perspective
Marc Groenhuijsen, Floris van Laanen (eds)


From 16-22 July, 2006, the International Academy of Comparative Law held its XVIIth Congress in Utrecht, The Netherlands. Among the many interesting sessions, one was dedicated to the topic of euthanasia.

Euthanasia probably is one of the most natural issues to study in a comparative way. Unlike some of the other ‘classical’ crimes - such as murder, theft and arson – it is a centrepiece of controversy in quite a few countries. This is evidenced by the fact that in most countries there has been heated doctrinal debate on the admissibility of certain kinds and types of euthanasia. Furthermore, in many jurisdictions case law has provided guidance when statutory law was found to be too restrictive to suit the needs of extraordinary situations. A brief glimpse of academic writings and case law in various jurisdictions suffices to confirm that the stakes are high in this area. We are dealing with the right to life on the one hand and the right to die with dignity on the other. Maybe the individual human beings’ right to self-determination should even be included in the equation. It is quite a balancing act which is required from the lawmaker, from law enforcement officials and from the judiciary. Hence it is not surprising, that different jurisdictions have found different solutions to the problem at hand.

No less than 14 national reports were submitted for discussion during the Congress in Utrecht. Together with the general report they are published in this volume.

Contents
Preface Euthanasia and the criminal justice system
General report on the state of the art in 14 jurisdictions, Marc Groenhuijsen
Euthanasia in BELGIUM, Walter De Bondt & Thierry Vansweevelt
Euthanasia in CROATIA, Ksenija Turković
Euthanasia in FINLAND, Raimo Lahti
L’euthanasie en droit français (FRANCE), Christian Byk
Euthanasia in GERMANY, Torsten Verrel
Euthanasia in the domestic legal system of GREECE, Elisavet Symeonidou-Kastanidou
L’Euthanasie en IRAN, Iradj Goldouzian
Euthanasia in ISRAEL, Ruth Kannai & Lea Vizel
Euthanasia in ITALY, Francesco Viganò
Euthanasia in Japanese law (JAPAN), Katsunori Kai
Euthanasia in the broader framework of Dutch penal policies (THE NETHERLANDS), Marc Groenhuijsen & Floris van Laanen
Euthanasia in POLAND, Witold Kulesza
Euthanasia in the Spanish legal system (SPAIN), Nuria Pastor Muñoz
Causing Death for Compassionate Reasons in American Law (UNITED STATES OF AMERICA), Richard S. Kay

Recent Publications

image1

Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?
M.R. Bruning, T. Liefaard, M.M.C. Limbeek & B.T.M. Bahlmann

Jaarlijks verlaten naar schatting enkele honderden kwetsbare jongvolwassenen de kinderbescherming. In de praktijk bestaan zorgen om deze jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit boek staat centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de kinderbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Tevens verschaft dit boek een antwoord op de vraag of dit juridisch instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke.   Het boek is relevant voor beleidsmakers en professionals werkzaam met jongeren en jongvolwassenen in en rondom de jeugdhulp, alsmede voor wetenschappers en studenten op het terrein van jeugd(gezondheids)recht, jeugdbescherming en jeugdhulp en het ter rein van mensenrechten in relatie tot gedwongen hulp.   Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma’s ‘Coherent Privaatrecht’ en ‘Effective Protection of Fundamental Rights in a Pluralist World’.

image1

Koorddansen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries & Niels den Toom (eds.)

In deze bundel ‘Koorddansen’ is er aandacht voor de spannende en complexe opgave om het evenwicht te bewaren in centrale kwesties van morele aard, de thematisering en agendering ervan en de omgang ermee binnen justitiële inrichtingen. Deze artikelen zijn tot stand gekomen rondom en naar aanleiding van de studiedagen in 2016 van de protestantse en rooms-katholieke geestelijk verzorgers bij justitie. De protestantse studiedagen hadden als thema ‘Goed spreken over het kwaad’. De rooms-katholieke studiedagen waren georganiseerd rondom ‘ethiek en ethische dilemma’s in justitiële inrichtingen’. Omdat geestelijk verzorgers bij justitie veel met kwaad te maken krijgen, is de vraag hoe je daar nu goed over spreekt. Smedema biedt hierin een systematisch theologische bijdrage, waarbij hij begint vanuit een goed spreken over God. Psychoanalyticus en predikant Bodisco Massink verbindt het spreken over kwaad met inzichten vanuit de psychotherapie. Ethiek speelt op verschillende manieren binnen justitiële inrichtingen. Ethicus Paul van Tongeren heeft een twintigtal casus bestudeerd van geestelijk verzorgers bij justitie en refl ecteert hierop. Hij biedt tevens een vier verschillende typen ethische theorie die de geestelijk verzorger verrijkt in zijn perspectieven op het goede. Den Toom maakt vervolgens een structurele vergelijking tussen geestelijke verzorging bij de zorg en justitie met het oog op het vervullen van de rol van ethicus. Filosoof Theo de Wit verruimt de blik door een recente Duitse bundel over ethiek bij de straftenuitvoerlegging in de Bondsrepubliek te bespreken. Tot slot is er ook een theologisch spreken over ethiek, zoals Van der Kamp en De Vries laten zien in hun bijdrage over schuld binnen het justitiepastoraat. De bundel bevat verder enkele bijdragen die buiten het thema van de aandacht voor ethiek en ethisch beraad vallen. Van der Korst geeft een aanzet tot een gendertheoretische benadering van het justitiepastoraat, die nu nog ontbreekt. De bundel wordt afgesloten met pastoraal-theologische bijdrage van Reijer de Vries. Hij betoogt dat het herstelgerichte pastoraat met het oog op het doel van maatschappelijk herstel een pastoraal model nodig heeft waarin de diaconaalprofetische dimensie theoretisch is verdisconteerd. Hiertoe biedt Bonhoeffers bipolaire pastorale model een uitdaging. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en deUniversiteit van Tilburg. Ze verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt verderonderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.

image1

Medische aansprakelijkheid
S. Heirman, E.C. Huijsmans & R. van den Munckhof (red.)

Het kenniscentrum Milieu en Gezondheid is een initiatief van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en de rechtbank Oost-Brabant. Doel van het kenniscentrum is om bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de rechterlijke oordeelsvorming op het vlak van milieu en gezondheid. Door het verzamelen, beheren en delen van kennis over de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten hiervan, ondersteunt het kenniscentrum rechters en juridisch medewerkers in het hele land op dit vlak. Eén van de werkzaamheden van het kenniscentrum is het organiseren van themadagen voor de leden van de zittende magistratuur en de juridische ondersteuning van alle gerechten. Op deze themadagen wordt steeds een onderwerp op het gebied van milieu en gezondheid nader belicht. Op vrijdag 8 april 2016 organiseerde het kenniscentrum een themadag over het onderwerp medische aansprakelijkheid, in samenwerking met het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). In dit kennisdocument zijn bijdragen van een aantal sprekers en deelnemers van die themadag gebundeld. De auteurs in deze bundel:                  Prof. dr. R.J. van der Gaag Prof. mr. A.C. Hendriks Prof. mr. dr. A.R. Mackor Prof. mr J. Legemaate Mr. dr. R.P. Wijne Mr. P.M.J. Eken-de Vos Mr. P.J. van Eekeren Mr. drs. E.C. Huijsmans Mr. R. van den Munckhof

image1

Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2015
S.L. Peters, M. van Gammeren-Zoeteweij & L. Combrink-Kuiters

Toegang tot het recht is een belangrijke pijler voor een goed functionerende rechtstaat. De Raad voor Rechtsbijstand maakt zich sterk voor het belang van burgers als zij tegen juridische problemen aanlopen. Dat doet de Raad op basis van de Wet op de Rechtsbijstand. De Raad wijst rechtzoekenden de weg, bevordert een goede toegang tot het recht en stimuleert goede kwaliteit van de rechtsbijstand. Ook fungeert de Raad als kenniscentrum op het gebied van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Hierbij is de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand (MGR) een belangrijk instrument. Elk jaar publiceert de Raad voor Rechtsbijstand deze monitor om te beschrijven hoe de toegang tot, de vraag naar en het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand zich ontwikkelen. Door periodiek op een uniforme wijze informatie te verzamelen over een beperkt aantal indicatoren wordt inzicht geboden in trends door de jaren heen. Om tevens inzicht te bieden in de effecten van specifieke beleids-of wetswijzigingen wordt ook verslag gedaan van aanvullende onderzoeken.

image1

From Policies against Poverty to the Human Right not to be Poor
M. Papandreou

Poverty is a serious violation of human rights; this has been reiterated in numerous, national and international, documents and studies. The impact of poverty on the enjoyment of human rights has been explored extensively, and several commitments to eradicate poverty through promotion and protection of all human rights have been undertaken at a national, regional and international level.
There is however a question that has not been answered clearly and explicitly, and this is precisely the question that the author of this book attempts to answer, namely whether or not at this time it is possible to shift from the idea of poverty being a violation of various human rights to the idea of freedom from poverty being a distinct and separate new human right, which could simply be called “the right not to be poor”. The author examines whether or not those mainly responsible for dealing with poverty at a global and domestic level, namely international organisations and national states, have slowly but clearly moved from perceiving poverty as a violation of a number of rights to recognising a human right not to be poor. In this book the author illustrates how international organisations and national states very often decide on and implement policies, adopt legislation or create case law, based on a firm belief that people have the right to be protected against poverty. The author attempts to elucidate the nature of the right not to be poor and its possible sources and theoretical foundations, and shed light on several interesting aspects of its implementation at a national and international level. 

image1

Sociale Markteconomie
R. Slegers

Het begrip sociale markteconomie is in 1946 door Alfred Müller-Armack geïntroduceerd en heeft zijn beslag gekregen in artikel 3 lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dat in 2009 in werking is getreden. Op grond van het artikel dient een sociale markteconomie mede de basis te vormen voor de duurzame ontwikkeling van Europa.  Dit onderzoek beantwoordt de vraag in hoeverre het concept sociale markteconomie als ordeningsprincipe (nog) een toekomst heeft in de Europese praktijk. Om tot de beantwoording van deze vraag te kunnen komen wordt allereerst uitgebreid stilgestaan bij het begrip socialemarkteconomie zelf en wordt het daaronder liggende concept  verduidelijkt. Vervolgens wordt bekeken op welke wijze het begrip zijn beslag in het Verdrag heeft gekregen, hoe het aldaar is ingebed en in hoeverre het vanuit en door de diverse Europese instellingen wordt gebezigd. Daarnaast is op exploratieve wijze geïnventariseerd hoe binnen het Europese discours over het begrip, het onderliggende concept sociale markteconomie en haar mogelijkheden in de Europese praktijk wordt gedacht.  Ria Slegers is sinds 2002 verbonden aan de Open Universiteit en vanaf 2010 werkzaam als docent/onderzoeker bij de vakgroep Strafrecht, Internationaal en Europees Recht van de faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen.

image1

Sturen zonder Schuren
B. Bröcking

In 2015 heeft de Jeugdwet het stelsel van de jeugdhulp ingrijpende veranderd. Gemeenten hebben de verantwoording gekregen voor alle hulp aan kinderen en gezinnen met opvoed- en opgroeiproblemen. Het doel van de Jeugdwet is door middel van onder andere preventie, eigen kracht en meer ruimte voor de hulpverleners een systeem te krijgen van toegankelijke, betaalbare jeugdhulp van goede kwaliteit. Dit proefschrift behandelt de positie van de cliënt in de jeugdhulp. Staat de cliënt centraal, dat wil zeggen heeft hij keuzen in de aangeboden hulp en is deze van goede kwaliteit? Daartoe worden de relaties tussen cliënt, hulpverlener en overheid onderzocht. Deze relaties kunnen schuren. Cliënten kunnen hulp vragen die niet past bij hun probleem, hulpverleners kunnen niet effectieve behandelingen toepassen en de overheid kan te veel bezuinigen. Dit leidt ertoe dat de cliënt niet de gewenste hulp van goede kwaliteit krijgt. Geconstateerd is dat cliënten moeilijk keuzen kunnen maken in hun zorgverlening. De enige partij die de cliënt daarbij kan helpen is de hulpverlener vanwege zijn professionele kennis en ervaring. Gemeenten hebben als doel de kosten van de jeugdhulp te beheersen. Zij hebben echter weinig zicht op de oorzaken van de vraag naar jeugdhulp. Ook hebben gemeenten geen greep op de plaats waar de kosten gemaakt worden: de behandelrelatie. Als oplossing wordt overleg tussen gemeenten, cliënten en zorgverleners voorgesteld. Dit veronderstelt dat partijen elkaar vertrouwen en verbinding zoeken om tot overleg over een toegankelijk en betaalbare zorg van goede kwaliteit te komen.

image1

Ernstig gevaar
B. van der Vorm

In juni 2003 is de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) in werking getreden. In juli 2013 is deze wet uitgebreid naar andere bedrijfstakken. De Wet Bibob wordt beschouwd als controversieel, omdat het op grond van de Wet Bibob mogelijk is dat bestuursorganen beschikkingen, zoals vergunningen, preventief te kunnen weigeren of intrekken, indien sprake is van een ernstig gevaar voor misbruik. Een ernstig gevaar van misbruik van een beschikking wordt – al dan niet na een advies van het Landelijk Bureau Bibob – gebaseerd op strafrechtelijke antecedenten.
De Wet Bibob is daarom een voorbeeld van een bestuursrechtelijke wet in de context van het strafrecht. Met deze wet wordt beoogd om de (georganiseerde) misdaad preventief aan te pakken, zodat de integriteit van het openbaar bestuur wordt beschermd.

In dit proefschrift wordt de Wet Bibob onderzocht vanuit twee invalshoeken: een juridische en een empirische. De onderhavige interdisciplinaire studie geeft enerzijds een beschrijving en analyse van de toepassing van de Wet Bibob in de bestuurspraktijk (‘recht in actie’) en anderzijds een analyse van de Wet Bibob vanuit de context van het strafrecht (‘recht op schrift’). Het empirische onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre de Wet Bibob wordt toegepast in overeenstemming met de beginselen van legaliteit, proportionaliteit en subsidiariteit. Om deze vraag te beantwoorden zijn Bibob-adviezen en de hierop gebaseerde besluitvorming geanalyseerd. Het juridische onderzoek richt zich op de analyse van de Wet Bibob vanuit een strafrechtelijke context. In het juridische onderzoek staat de vraag centraal in hoeverre de weigering en intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob dient te worden overgeheveld naar ‘het’ strafrecht.
 

Other interesting publications: