(International) Criminal Law

General information : (International) Criminal Law

Highlights

BookCover

Vergeving in het strafrecht
Jacques Claessen


In deze monografie wordt gepleit voor de integratie van vergeving in het strafrecht via de implementatie van herstelgerichte praktijken, waaronder slachtofferdaderbemiddeling. Hoewel vergeving noch doel mag zijn noch mag worden afgedwongen, dient het misdaadrecht wel ruimte te bieden voor vergeving. Anders dan vergelding in de betekenis van proportionele wraakneming kan vergeving namelijk in praktijk wel een bijdrage leveren aan conflictoplossing en de weg vrijmaken voor verzoening. Het is tijd dat het strafrecht werk gaat maken van pacificatie, wat onvermijdelijk aanzienlijke wijzigingen van het straf(proces)recht met zich zal brengen. Moraal, recht en politiek dienen uiteindelijk te zijn gericht op de realisering van een harmonieuze, vreedzame en zoveel mogelijk geweldloze samenleving. Beschaving reikt verder dan het verruilen van ongebreidelde wraakneming voor proportionele wraakneming. Aan de horizon prijken vergelding van kwaad met goed, herstel en vergeving als idealen. In deze monografie wordt een antwoord gegeven op de volgende vragen: wat is vergeving? Hoe komt zij tot stand? Zijn vergelding en vergeving elkaars tegenpolen? Waarom is vergeving belangrijk? Met welk mensbeeld gaat zij gepaard? Hoort vergeving thuis in het publieke domein? Hoe valt zij in te passen in het strafrecht? En welke rol speelt herstelrecht in dat verband?

Recent Publications

image1

Onze manier van straffen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries, Niels den Toom (red.)

Elke samenleving kent de praktijk van het straffen, beginnend bij de straf als een voorzichtige pedagogische koestering om je kind iets bij te brengen tot aan de meest draconische straffen en de defi nitieve straf: de doodstraf. Maar er bestaat ook zoiets als een – altijd voorlopige – gedeelde manier van straffen. Geestelijk verzorgers in gevangenissen en andere inrichtingen van justitie staan vanwege hun werk dichtbij gedetineerde mensen. Zij maken ‘onze manier van straffen’ dus van nabij mee. Wat valt je dan op aan de wijze van straffen die wij als samenleving normaal of minstens acceptabel vinden? Onze manier van straffen bevat zes essays van geestelijk verzorgers werkzaam bij justitie, essays die voortkomen uit een learning community van geestelijk verzorgers. Onder begeleiding van prof. dr. Theo de Wit, stafl id van het Centrum voor Justitiepastoraat, daag den zij elkaar uit om scherp onder woorden te brengen wat onze strafmethoden inhouden, wat zij met mensen doet, en welke rol zij zelf spelen als onderdeel van dit strafsysteem. Wie de essays overziet, constateert dat hier zes auteurs aan het woord zijn, die vanuit een intiem en vaak langdurig contact met de detentiewerkelijkheid evenzovele dimensies van de gevangenisstraf als geleefde ervaring beschrijven. Ze gaan over het isolement waarin je als gedetineerde terecht komt, over vernedering als onlosmakelijk onderdeel van straf, over afhankelijkheid, over het jargon van de tbs, over levenslang, en over een vorm van vrijheid die je als gedetineerde toch houdt. De essays zijn geschreven vanuit een attitude die je nog het best kunt omschrijven als een combinatie van empathie, mededogen en realisme. De geestelijk verzorgers beschouwen zich als deel van het collectief waarnaar wordt gewezen in de uitdrukking ‘onze manier van straffen’. Tegelijkertijd achten zij het hun plicht en eisen zij ook het recht op, kritisch na te denken over ons strafsysteem, de evidenties die daarin worden meegenomen en die dag na dag worden gereproduceerd en overgedragen, alsmede hun eigen rol daarbij. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Het centrum verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt onderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.

image1

Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection
Salvatore di Cerbo

In a “digital world” like ours, vast Information and Communication Technology (ICT)
infrastructures are highways where run extensive flows of information, dictating the
rhythm of our day-to-day lives. Such a deep influence, close to be an addiction for us, turns
ICT an unquestioned feature of modern life. These premises well portrait the landscape in which the diverse spectrum of actors
committed to promote, defend and restore the human rights operate. Therefore, the risk is
to mistake the means with the ends; but, even if the subject of this work, Digital Evidence,
is technology-related, the purpose of the study is the goal to which it tends: human rights
and their protection. Moreover, the wide diffusion of “capturing devices” that allow the documentation of human
rights abuses throughout massive streams of data from diverse sources will raise new
needs: in primis a careful collection and interpretation of the most relevant ones, and then
the establishment of mechanisms to ensure the validity and reliability of newly acquired
information. The whole chain that connects all the required steps in order to turn digital data into
“digital legal evidence” relevant for the protection of human rights, represents a challenge
for human rights practitioners, as individual activists, as well as organizations. Every single
step is fundamental: collection, management, preservation, analysis and security of data,
along with an effective communication and strategic use of evidence. Twitter tweets, Facebook and Blogs posts, Instagram photos and Youtube videos, even
when considered too weak for a conviction to be founded on, can play an important
role outside of a courtroom, establishing the grounds for prosecution indictments or, in
general, creating awareness of human rights abuses. Consequently, new forms of human rights activism, like the so-called “hashtag activism”,
pass through social media and have the power to generate a real change at both legal and
awareness level. The risk to be avoided is to mortify this power using social media as a
shortcut to be politically active or socially trendy making a mere “clictivism”. Hence, the core of this work revolves around the pivotal question of legal sufficiency of
the digital means employed in recording human rights abuses and the consolidation of
standards and procedures regulating the admissibility of collected evidence in the court of
law. The purpose is to provide an answer from a tri-folded point of view. The U.S. legal system leads in the regulation of the requirements for digital evidence to be
admitted at trial; nonetheless, also International courts like ICC, ICTY and ICTR follow
rules and procedure for that purpose, based on authenticity, protection of privacy, chain
of possession and reliability of the electronic evidence. At the European level, instead, the
lack of a common legislation relevant to the admissibility of d-evidence at trial required a
comparative study of the respective provisions contained in many Europeans countries’
procedural law. For these three levels a special attention is reserved to the analysis
of the lifecycle of digital evidence, from the creation and use of digital digital human
rights documentation for immediate purpose to its later admission as evidence in legal
proceedings, as well as to the authentication issue. At the last stage a collection of the most relevant case law form the principal U.S. courts
and International courts is provided.

image1

A Comparative Study of Cybercrime in Criminal Law
Q. Wang

The development of information technology provides new opportunities for crimes. Firstly, it facilitates traditional crimes such as fraud, and secondly, it breeds new crimes such as hacking. The traditional crimes facilitated by information technology and the new crimes bred by it are the so-called cybercrime in this book. To regulate cybercrime, legal regimes have developed countermeasures in the field of criminal law at different levels. At the national level, China, the United States, England and Singapore have all undergone reforms to adapt their criminal law. At the international level, the Council of Europe has drafted the Convention on Cybercrime and opened it for signatures. However, the still commonly committed cybercrime, such as DDoS attacks and online fraud, indicates the insufficiency of these countermeasures. In this background, this book intends to answer the research question: how can the criminal law be adapted to regulate cybercrime? By using doctrinal research and comparative study as the main methods, this book firstly explores and analyses the approaches of cybercrime legislations in the selected five legal regimes both in the past and in the present, and secondly, compares the different approaches and concludes with respect to the following aspects:   Aspect 1: Do we need a cyber-specific legislation to regulate cybercrime?   Aspect 2: If we do need a specific legislation, what approaches are more systematic for it?   Aspect 3: What principles are sufficient and appropriate to determine jurisdiction over cybercrime?   Aspect 4: What is the function of the Convention on Cybercrime in shaping appropriate legislation against cybercrime?

image1

Forensic Psychiatry: Day by Day
Karel T.I. Oei

Writing little articles under the heading “snippets” might at the reader’s first glance give the impression that this book is (mainly?) concerned with tearing out (telling) written pieces of paper to present them in a collection as a collage. Or to scatter them over the readers as a sort of “ticker tape parade”. That term “snippets”, however, is supposed to indicate a sort of personal figure of speech, which primarily serves for digital interaction. They are daily articles from quality newspapers which are sent out to a wide circle of acquaintances under a fitting headline and with the author’s spontaneous reaction. Snippets are supposed to make these recipients think about what drew the author’s attention. They are stimuli that provoke reactions. Often complementary snippets are put together (by means of inserted comments). Sometimes there is a chain. The original text is distinct from snippets and reactions by means of font size. And more or less extensive footnotes are used.

image1

The Doctrine of Command Responsibility and the Need to Avoid Arbitrary Punishments
D. Civico

When should a superior be held responsible for the crimes of his subordinates? Power and Responsibility are to be seen as a continuum, with one flowing along the other. What often emerges is the idea of a power which, pretending to do well, has in it the seeds of “evil”. An “evil” restrained, but always ready to manifest in exceptional moments, as a surplus of sovereignty. Thus, having power can compel a person to abridge the limits of morality and infringe upon the rights of others. Therefore, a leader, under the “intoxication” of power, could refuse to respect the rights of others, and become irresponsible and unaccountable. Moving along the same idea, responsibility without power becomes meaningless. Unless a person has been entrusted an adequate amount of power, the responsibility entrusted cannot be performed. Thus, power and responsibility require the support of each other in every walk of life. Power and Responsibility: that is where Command Responsibility comes from.

image1

Computer Forensics and Digital Evidence
M. Lori

The book has the aim to explain the relevance of the Computer Forensic within investigations related to crimes which involve technology supports. The paramount importance that the innovations have gained in people’s life is a signal of the necessity to acquire knowledges about them. This statement must be considered especially in regards to crime investigations where an unlawful act could irremediably damage lives and rights. Experts in this area are constantly asked to improve their competence in regards to technological data collection, analysis and conservation due to the difficulty to preserve them as a reliable proof in the Court. Although many difficulties still cause flaws within the
Computer Forensic investigations, the development of this branch of knowledge are increasing every day. This publication tries to outline an understandable and incisive description it under a scientific and legal point of view.

image1

Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?
M.R. Bruning, T. Liefaard, M.M.C. Limbeek & B.T.M. Bahlmann

Jaarlijks verlaten naar schatting enkele honderden kwetsbare jongvolwassenen de kinderbescherming. In de praktijk bestaan zorgen om deze jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit boek staat centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de kinderbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Tevens verschaft dit boek een antwoord op de vraag of dit juridisch instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke.   Het boek is relevant voor beleidsmakers en professionals werkzaam met jongeren en jongvolwassenen in en rondom de jeugdhulp, alsmede voor wetenschappers en studenten op het terrein van jeugd(gezondheids)recht, jeugdbescherming en jeugdhulp en het ter rein van mensenrechten in relatie tot gedwongen hulp.   Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma’s ‘Coherent Privaatrecht’ en ‘Effective Protection of Fundamental Rights in a Pluralist World’.

image1

Koorddansen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries & Niels den Toom (eds.)

In deze bundel ‘Koorddansen’ is er aandacht voor de spannende en complexe opgave om het evenwicht te bewaren in centrale kwesties van morele aard, de thematisering en agendering ervan en de omgang ermee binnen justitiële inrichtingen. Deze artikelen zijn tot stand gekomen rondom en naar aanleiding van de studiedagen in 2016 van de protestantse en rooms-katholieke geestelijk verzorgers bij justitie. De protestantse studiedagen hadden als thema ‘Goed spreken over het kwaad’. De rooms-katholieke studiedagen waren georganiseerd rondom ‘ethiek en ethische dilemma’s in justitiële inrichtingen’. Omdat geestelijk verzorgers bij justitie veel met kwaad te maken krijgen, is de vraag hoe je daar nu goed over spreekt. Smedema biedt hierin een systematisch theologische bijdrage, waarbij hij begint vanuit een goed spreken over God. Psychoanalyticus en predikant Bodisco Massink verbindt het spreken over kwaad met inzichten vanuit de psychotherapie. Ethiek speelt op verschillende manieren binnen justitiële inrichtingen. Ethicus Paul van Tongeren heeft een twintigtal casus bestudeerd van geestelijk verzorgers bij justitie en refl ecteert hierop. Hij biedt tevens een vier verschillende typen ethische theorie die de geestelijk verzorger verrijkt in zijn perspectieven op het goede. Den Toom maakt vervolgens een structurele vergelijking tussen geestelijke verzorging bij de zorg en justitie met het oog op het vervullen van de rol van ethicus. Filosoof Theo de Wit verruimt de blik door een recente Duitse bundel over ethiek bij de straftenuitvoerlegging in de Bondsrepubliek te bespreken. Tot slot is er ook een theologisch spreken over ethiek, zoals Van der Kamp en De Vries laten zien in hun bijdrage over schuld binnen het justitiepastoraat. De bundel bevat verder enkele bijdragen die buiten het thema van de aandacht voor ethiek en ethisch beraad vallen. Van der Korst geeft een aanzet tot een gendertheoretische benadering van het justitiepastoraat, die nu nog ontbreekt. De bundel wordt afgesloten met pastoraal-theologische bijdrage van Reijer de Vries. Hij betoogt dat het herstelgerichte pastoraat met het oog op het doel van maatschappelijk herstel een pastoraal model nodig heeft waarin de diaconaalprofetische dimensie theoretisch is verdisconteerd. Hiertoe biedt Bonhoeffers bipolaire pastorale model een uitdaging. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en deUniversiteit van Tilburg. Ze verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt verderonderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.

Other interesting publications: