Caribbean law

General information : Caribbean law

Highlights

BookCover

De constitutionele orde van het Koninkrijk der Nederlanden Editie 2015-2016
Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin


Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Op 10 oktober 2010 is een ingrijpende wijziging van het op 15 december 1954 ondertekende Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden. Het meest opvallende kenmerk daarvan is dat Curaçao en Sint Maarten de status van land in het Koninkrijk hebben verkregen, naast het al in 1986 verzelfstandigde Aruba. Dit betekende het einde van het land de Nederlandse Antillen en dus ook van de opmerkelijke deels constitutionele, deels organieke wet die als Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) al sinds 1951 van kracht was en sindsdien vele malen herzien. De drie eilanden die geen land werden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba, afgekort BES – gingen vanaf datzelfde moment als openbare lichamen deel uitmaken van het Nederlandse staatsbestel. 10 oktober 2010 is niet alleen de einddatum van een langdurig herzieningsproces, maar ook het beginpunt van verdere ontwikkelingen. De constitutionele verankering van de in 2010 tot stand gekomen veranderingen wordt pas goed zichtbaar als men verder kijkt dan de tekst van het Statuut (wat trouwens altijd al gold voor het staatsrecht van het Koninkrijk). Wie het constitutionele bestel van het Koninkrijk wil doorgronden, moet het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de vier grondwetten, de wet die de status van Bonaire, Sint Eustatius en Saba regelt, een reeks organieke rijkswetten en de relevante bepalingen van de Europese Unie in onderlinge samenhang kunnen raadplegen. Al deze documenten zijn te vinden in de voorliggende bundel, die daarmee op dezelfde manier van nut wil zijn als de tientallen jaren lang gebruikte tekstuitgave van de basisregelingen, getiteld "De Rechtsorde in het Koninkrijk der Nederlanden". Na 1986 was deze bundel niet meer herzien.  

€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

Recent Publications

image1

De verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden
Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert Mr. drs. T.E.J.H. van Gennip S.P. Poppelaars LLM, BSc Mr. drs. J.J.J. Sillen (red)

Op 18 december 2015 vond de jaarlijkse staatsrechtconferentie plaats. De organisatie ervan was in handen van de vaksectie staatsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen. De conferentie was gewijd aan de verhoudingen in het Koninkrijk der Nederlanden.
Op 10 oktober 2010 onderging het Koninkrijk een ingrijpende staatsrechtelijke en staatkundige hervorming. Krachtens artikel 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden omvat het Koninkrijk sindsdien de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Caribische eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken sindsdien elk deel uit van het staatsbestel van Nederland. Daarnaast zijn in het kader van artikel 38 Statuut enige zogeheten consensusrijkswetten tot stand gekomen op onder meer de terreinen van rechtspleging, rechtshandhaving en het financieel toezicht. Sinds 2010 legt artikel 12a Statuut vast dat bij rijkswet voorzieningen worden getroffen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen. De conferentie volgde kort na de in 2015 gehouden evaluaties van de nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk.
Deskundigen hebben tijdens de conferentie vanuit verschillende invalshoeken aandacht besteed aan deze nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk. Deze bundel bevat de tekst van de voordrachten van de plenaire presentaties en de papers van deskundigen op het gebied van deze nieuwe verhoudingen in het Koninkrijk. Deze bijdragen gaan over (1) constitutionele toetsing en geschilbeslechting in het Koninkrijk, (2) vraagstukken van vertegenwoordiging, samenwerking en toezicht in autonome en Koninkrijksaangelegenheden, en (3) het vraagstuk van differentiatie of gelijkheid in het kader van de positie van de BES-eilanden in de Nederlandse rechtsorde.

image1

Leven tussen de wieg en het graf in
M. A. Veira

In deze derde publicatie van de schrijver worden juridische aandachtspunten in het Surinaams familierecht aan de orde gesteld. Het betreft in deze aan de tijd aangepaste publicaties die tussen 2010 en 2015 in verschillende uitgaven van het oudste Surinaams juridisch tijdschrift, “Surinaams Juristenblad”, verschenen. De onderwerpen lijken op het eerste oog nogal uiteenlopend, maar zijn stuk voor stuk wezenlijke – uit het leven gegrepen – zowel juridisch als maatschappelijk interessante kwesties die nader onderzoek rechtvaardigen. Uit de drie gepubliceerde werken, kan opgemaakt worden dat Monique Veira een diepgang en helderheid van begrip van de samenleving in relatie tot wet en regelgeving in de Surinaamse context demonstreert. De subtiele manier waarop zij redelijkheid en billijkheid binnen het rechtsbestel door bespreking inhoud geeft, indiceert haar cognitieve en gevoelsmatige diepe beleving van rechtvaardigheid. “Dit boek ademt de intentie uit zowel leek als ingewijde naar een ander begrips- en belevingsniveau te willen brengen.”- Ir. Dennis C. Wip Monique Veira promoveerde in 2006 aan de Universiteit van Amsterdam en bracht het proefschrift getiteld: “de langstlevende echtgenoot. Een vergelijking van de positie van de langstlevende echtgenoot in het Marron-erfrecht met de positie van de langstlevende echtgenoot in het Caraïbisch en het Surinaams erfrecht” als boek uit. In 2009 publiceerde zij haar tweede boek: “Onderweg naar een nieuw Burgerlijk Wetboek. Verzamelde artikelen over het Surinaamse familierecht 1997 -2008”.

image1

Nederlands Caribisch Erfrecht
prof. mr. Gregor van der Burght

Dit werk bevat een beschrijving van het Nederlands Caribisch erfrecht zoals dat sinds 2012 in Curaçao en vanaf 1 april 2014 in Sint Maarten vigerend is.
In Aruba en Suriname is invoering van dit Caribisch erfrecht in behandeling. Prof. mr. Gregor van der Burght is adviseur voor (o.m.) de rechtspraktijk en ADR-registermediator.
Van 1978 tot 2009 was hij hoogleraar privaat- en notarieel recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en van 1982 tot 2013 parttime  aan de University of Curaçao (voorheen Universiteit van de Nederlandse Antillen). Hij doceerde als visiting professor aan McGill University te Montreal en aan de Katholieke Universiteit Leuven; en voorts aan universiteiten in Indonesië, Zuid-Afrika, China en Canada; tot april 2014 was hij raadsheer plv. in het Gerechtshof te ’s-Gravenhage. Zie nl.linkedin.com/in/vanderburght.

image1

Wetboek van Strafrecht Sint Maarten
Prof. mr. H. de Doelder, mr. S.R. Bakker, mr. B.A. Salverda en mr. J.H.J. Verbaan

Op 1 juni 2015 is het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten in werking getreden, nadat het op 25 mei 2012 door de Staten van Sint Maarten was aangenomen. Dit boek bevat de integrale tekst van het Wetboek van Strafrecht. De redacteuren waren als medewerkers van de Erasmus Universiteit Rotterdam nauw betrokken bij het opstellen van de teksten voor het wetboek en de daarbij behorende Memorie van Toelichting. Om de praktische toepassing van dit boek te vergroten en het duiden van de wetteksten te vereenvoudigen, wordt de lezer voorzien van een ruime uitleg van de opgenomen bepalingen, doordat in dit boek een bewerkte en vernummerde versie van de Memorie van Toelichting is opgenomen. Ook de relevante wetswijzigingen zijn toegevoegd. Voorts heeft de redactie, waar nodig, enig commentaar toegevoegd aan de officiële teksten. Op deze wijze is het boek voor zowel de praktijk als het onderwijs een belangrijke kenbron en naslagwerk. Dit boek vormt het zesde deel van deze reeks. Hiervoor verschenen bij dezelfde uitgever ‘Caribisch Wetboek van Strafrecht’ (2008), ‘Strafrecht in de Antillen na 10-10-’10’ (2010), ‘Wetboek van Strafrecht Curaçao’ (2012), ‘BOB-wetgeving Curaçao, Sint Maarten en Aruba’ (2012) en ‘Wetboek van Strafrecht Aruba’ (2014).

€ 41.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

image1

De constitutionele orde van het Koninkrijk der Nederlanden Editie 2015-2016
Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Onder redactie van en ingeleid door prof. dr. Ernst M.H. Hirsch Ballin

Op 10 oktober 2010 is een ingrijpende wijziging van het op 15 december 1954 ondertekende Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden. Het meest opvallende kenmerk daarvan is dat Curaçao en Sint Maarten de status van land in het Koninkrijk hebben verkregen, naast het al in 1986 verzelfstandigde Aruba. Dit betekende het einde van het land de Nederlandse Antillen en dus ook van de opmerkelijke deels constitutionele, deels organieke wet die als Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) al sinds 1951 van kracht was en sindsdien vele malen herzien. De drie eilanden die geen land werden – Bonaire, Sint Eustatius en Saba, afgekort BES – gingen vanaf datzelfde moment als openbare lichamen deel uitmaken van het Nederlandse staatsbestel. 10 oktober 2010 is niet alleen de einddatum van een langdurig herzieningsproces, maar ook het beginpunt van verdere ontwikkelingen. De constitutionele verankering van de in 2010 tot stand gekomen veranderingen wordt pas goed zichtbaar als men verder kijkt dan de tekst van het Statuut (wat trouwens altijd al gold voor het staatsrecht van het Koninkrijk). Wie het constitutionele bestel van het Koninkrijk wil doorgronden, moet het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de vier grondwetten, de wet die de status van Bonaire, Sint Eustatius en Saba regelt, een reeks organieke rijkswetten en de relevante bepalingen van de Europese Unie in onderlinge samenhang kunnen raadplegen. Al deze documenten zijn te vinden in de voorliggende bundel, die daarmee op dezelfde manier van nut wil zijn als de tientallen jaren lang gebruikte tekstuitgave van de basisregelingen, getiteld "De Rechtsorde in het Koninkrijk der Nederlanden". Na 1986 was deze bundel niet meer herzien.  

€ 39.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

image1

De jongste ontwikkelingen van het kiesrecht in het Koninkrijk der Nederlanden in historisch perspectief
Mariėtte D.C. van der Tol

De recente herstructurering van het Koninkrijk der Nederlanden is wellicht een constitutioneel wapenfeit, niettemin blijven er indringende vragen bestaan rondom kiesrecht en burgerschap. Zowel de constructie van autonome landen als van bijzonder openbare lichamen laat toe dat onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlanders binnen het Koninkrijk en tussen niet-Nederlandse ingezetenen van het Koninkrijk.

Dit boek schetst de constitutionele tegenstellingen die schuil gaan achter de discussie rondom het kiesrecht in het Koninkrijk. Tevens zoekt het verdieping in de historische ontwikkeling van burgerschap en kiesrecht sinds de afschaffing van de slavernij. Schrijnend is met name, dat inwoners van de West tot nog toe geen volledig kiesrecht hebben gekregen zoals dat past bij burgerschap in het Koninkrijk. In de loop van de twintigste eeuw zijn allerlei ingewikkelde juridische constructies in het leven geroepen die dit beeld – bedoeld of onbedoeld – bevestigen. Er wordt aandacht besteed aan de huidige stand van zaken, waarna op grond van een aantal constitutionele uitgangspunten suggesties volgen hoe (meer) recht kan worden gedaan aan alle staatsburgers en inwoners van het Koninkrijk en hun democratische rechten.

€ 16.95 Verkrijgbaar via bol.com of uw lokale boekhandel

image1

Having a Say
Bas Rombouts

The adoption of the UN Declaration on the Rights of Indigenous Peoples in 2007 reinvigorated discussions about participation by indigenous peoples in decision-making processes that affect them. In particular, the debate revolves around interpretations of the concept of “free, prior and informed consent” (FPIC), which is becoming one of the central mechanisms in international law and policy for resolving conflicts about lands and natural resources. In this study, the legal status of FPIC and conditions for its successful implementation are examined. Firstly, the principle is contextualized by examining the underlying concept of self-determination and derivative rights to lands and resources. Secondly, FPIC is explored from within the framework of the right to effective participation. Thirdly, the existing international platforms and institutions in which FPIC norms are present are surveyed. Fourthly, a detailed analysis of recent regional case law clarifies the legal application of FPIC in the context of land and resource rights. Finally, a number of recent guidelines for the implementation of FPIC processes in the framework of specific voluntary sustainability initiatives are compared and analyzed. This study provides both a theoretical and a practical starting point for scholars, lawyers, policy makers, or others interested in FPIC processes and indigenous peoples.

image1

Suriname Compleet?
Lachman Soedamah

Het grensgeschil tussen Suriname en zijn buurlanden is al meer dan een eeuw een telkens terugkerend probleem voor de regio. In dit boek wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke bijdrage van het volkenrecht aan de oplossing van de grensgeschillen die Suriname heeft met zijn buurlanden. Deze grenskwesties zijn een erfenis uit het koloniale verleden. Het onderzoek richt zich op de oorzaken en problemen die ten grondslag liggen aan het nog niet definitief vaststellen van de Surinaamse grenzen. Om een volledig beeld te krijgen omtrent de grensproblematiek van Suriname, zijn naast de bespreking van het grensconflict tussen Suriname en Guyana ook de land- en maritieme grensgeschillen tussen Suriname en Frans-Guyana behandeld. De grensregeling van 1891 tussen Suriname en Frans-Guyana en de grensregeling van 1906 tussen Suriname en Brazilië komen eveneens aan de orde. Ingegaan wordt op de beslechting van grensconflicten in het regionaal volkenrecht, meer in het bijzonder in Latijns-Amerika. Met het behandelen van de verschillende grensgeschillen in Latijns-Amerika is nagegaan op welke wijze de landen hun problemen hebben aangepakt om tot een oplossing te komen. Hierbij zijn verschillende invalshoeken en perspectieven aan de orde gekomen die ook bij de mogelijke oplossing van de Surinaamse grensgeschillen een rol zouden kunnen spelen.

Lachman Soedamah is advocaat bij Soedamah Advocaten te Amsterdam. Vanaf begin 2009 heeft hij de advocatuur gecombineerd met het promotieonderzoek over de Surinaamse grensgeschillen dat hij als buitenpromovendus heeft verricht aan de Open Universiteit.

Het boek is leverbaar vanaf 14 februari 2014.

Other interesting publications: