Constitutional & Administrative Law

General information : Constitutional & Administrative Law

Highlights

BookCover

European Citizenship at the Crossroads


This book examines the changing role played by the European Union and international standards on loss and acquisition of nationality. It provides a comparative analysis of EU Member States regulations, administrative practices, court rulings and statistical data on questions related to loss of nationality and European citizenship. It assesses the multifaceted repercussions of the supranational venues of judicial and legal accountability over states autonomy and competences at times of deciding who is and who is not a citizen. The following questions are examined: to what the extent do EU Member States still hold the exclusive competence over domestic decisions in nationality matters? How do international and European legal principles and standards, as well as case-law by European courts progressively affect their margin of manoeuvre at times of deciding who is and who is not a ‘citizen’? What are the repercussions of their obligations in safeguarding citizenship of the Union? List of contents Preface 
   Gerard-René de Groot and Sergio Carrera Nuñez
About the Authors 
Abbreviations 
List of Tables and Figures 
Foreword 

   Zeta Georgiadou PART I: LOSS AND QUASI-LOSS OF NATIONALITY IN THE EU
Chapter 1 
Introduction: European Citizenship at a Crossroads
   Sergio Carrera Nuñez and Gerard-René de Groot
Chapter 2 
Survey on Rules on Loss of Nationality in International
Treaties and Case Law
   Gerard-René de Groot
Chapter 3 
A Comparative Analysis of Regulations on Involuntary
Loss of Nationality in the European Union
   Gerard-René de Groot and Maarten Peter Vink
Chapter 4
Reflections on Quasi-Loss of Nationality from
Comparative, International and European Perspectives
   Gerard-René de Groot and Patrick Wautelet
Chapter 5 
Mapping Statistics on Loss of Nationality in the EU:
A New Online Database
   Maarten Peter Vink and Ngo Chun Luk PART II: NATIONAL PERSPECTIVES AND DEVELOPMENTS
Chapter 6
Loss of Nationality in the Nordic Countries 185
   Eva Ersbøll
Chapter 7 
Deprivation of Citizenship:
The Latvian Example and EU Perspective
   Kristine Kruma
Chapter 8 
Is it Possible to Lose the Hungarian Nationality?
   Judit Tóth
Chapter 9 
Iberian Nationality Legislation and Sephardic Jews:
‘With due regard to European law’?
   Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira
Chapter 10 
Attribution of Spanish Nationality to Children Born in Spain with the
Purpose of Avoiding Situations of Statelessness at Birth.
   Aurelia Álvarez Rodríguez and Guayasén
   Marrero González
Chapter 11 
How Much Does EU Citizenship Cost? The Maltese Citizenship-for-Sale
Affair: A Breakthrough for Sincere Cooperation in Citizenship of the Union?
   Sergio Carrera Nuñez PART III
ROTTMANN IN THE COURTS OF THE MEMBER STATES OF THE EUROPEAN UNION:
A collection of judgements, pending cases and caselaw notes 1. AUSTRIA
Gerard-René de Groot
1.1. CASE 1: An Austrian husband of Macedonian origin 
1.1.1. Text of the judgement 
1.1.2. Case Note 
1.2. CASE 2: An Austrian wife of Nigerian origin 
1.2.1. Text of the judgement 
1.2.2. Case Note 
1.3. CASE 3: An Austrian husband of Turkish origin 
1.3.1. Text of the judgement 
1.3.2. Case Note  2. BELGIUM
   Patrick Wautelet
2.1. CASE 4: Two Belgian children born in China 
2.1.1. Text of the judgement 
2.1.2. Case Note  3. CYPRUS
   Nicoletta Charalambidou
3.1. CASE 5 
3.1.1. Text of the judgement 
3.1.2. Case Note  4. DENMARK
   Eva Ersbøll
4.1. PENDING CASE 
4.1.1. Case description  5. GERMANY
   Gerard-René de Groot
5.1. CASE 6: The fate of Janko Rottmann 
5.1.1. Text of the judgement 
5.1.2. Case Note 
5.2. CASE 7: A German with Turkish roots 
5.2.1. Text of the judgement 
5.2.2. Case Note  6. LATVIA
   Kristine Kruma
6.1. CASE 8: A Latvian with a Russian background 
6.1.1. Text of the judgement: Court of First Instance 
6.1.2. Text of the judgement: Latvian Supreme Court 
6.1.3. Case Note  7. MALTA
   Daniela DeBono
7.1. CASE 9 
7.1.1. Text of the judgements: First Hall of the Constitutional Court 
7.1.2. Text of the judgements: Court of Appeals of the Constitutional Court 
7.1.3. Case Note  8. THE NETHERLANDS
   Ngo Chun Luk
8.1. Combined Case Note 
8.2. CASE 10: Parental error 
8.3. CASE 11: Syrian, not Iraqi 
8.4. CASE 12: Unintentional fraud 
8.5. CASE 13: Fictitious parentage 
8.6. CASE 14: Bigamous Egyptian 
8.7. CASE 15: Hidden criminal antecedents 
8.8. CASE 16: Identity fraud in Limburg 
8.9. Final Remarks 
8.10. Text of Judgments  9. THE NETHERLANDS
   Gerard-René de Groot
9.1. PENDING CASE 2: Dutch twins? 
9.1.1. Case description  10. SPAIN
   Guayasén Marrero González
10.1. CASE 17: Temporary residence permit on the grounds of exceptional circumstances (social         integration)
10.1.1. Text of the judgement 
10.1.2. Case Note  11. UNITED KINGDOM
11.1. PENDING CASE 3: A British Vietnamese involved in terrorism? 
11.1.1. Appeal: Court of Appeal of England and Wales 
11.1.2. Final appeal: Supreme Court – case description  12. EUROPEAN COURT OF HUMAN RIGHTS
   Gerard-René de Groot
12.1. PENDING CASE 4: A Maltese husband of Egyptian origin 
12.1.1. Case description 
12.1.2. Comments 

ANNEX 1.
Guidelines Involuntary Loss of European Citizenship (ILEC Guidelines 2015) 
Gerard-René de Groot, Maarten Peter Vink and Patrick Wautelet REFERENCES AND SELECTED BIBLIOGRAPHY 
 

Recent Publications

image1

Overheid en Godsdienst
Sophie van Bijsterveld

Met een Ten Geleide door Ján Figel, Speciale Gezant voor bevordering van vrijheid van godsdienst of overtuiging buiten de EU. Welke ruimte moet er zijn voor controversiële uitingen over het geloof? Hoe ver gaat de loyaliteit die godsdiensten aan de staat verschuldigd zijn? Onder welke voorwaarden mogen overheid en geloofsgemeenschappen samenwerken ter bereiking van een gemeenschappelijk doel? Mag de overheid de bouw van gebedsruimten of het behoud van kerkgebouwen financieel steunen? Wat betekent gelijke behandeling van godsdiensten vandaag de dag? Het debat over de verhouding tussen overheid en godsdienst wordt volop gevoerd. Klassieke principes zoals scheiding van kerk en staat en vrijheid van godsdienst worden door iedereen gedeeld maar lijken geen houvast meer te bieden. Een nieuwe richtinggevende visie is nodig. Dit boek wil daaraan een bijdrage leveren. Het biedt zicht op de grondslagen waarop de verhouding tussen overheid en godsdienst geënt moet zijn en op de consequenties die dit heeft voor de opstelling van de overheid ten opzichte van godsdienst in concrete kwesties in Nederland in het begin van de 21ste eeuw. De bevindingen worden vertaald in concrete aanbevelingen. Dit boek is bedoeld voor politici en beleidsmakers en voor degenen die betrokken zijn bij kerken en identiteitsgedreven maatschappelijke organisaties. Het boek is ook bedoeld voor de wetenschap. En eigenlijk voor iedereen die geïnteresseerd is in de verhouding tussen overheid, samenleving en godsdienst in het licht van de ontwikkelingen in de samenleving van vandaag. In 2015 werd het boek Overheid en godsdienst. Herijking van een onderlinge relatie bekroond met de Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohmanprijs. Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Van haar hand verscheen over de toekomst van democratie en rechtsstaat, The Empty Throne: Democracy and the Rule of Law in Transition (2002).

image1

Onze manier van straffen
Theo W.A. de Wit, Reijer J. de Vries, Niels den Toom (red.)

Elke samenleving kent de praktijk van het straffen, beginnend bij de straf als een voorzichtige pedagogische koestering om je kind iets bij te brengen tot aan de meest draconische straffen en de defi nitieve straf: de doodstraf. Maar er bestaat ook zoiets als een – altijd voorlopige – gedeelde manier van straffen. Geestelijk verzorgers in gevangenissen en andere inrichtingen van justitie staan vanwege hun werk dichtbij gedetineerde mensen. Zij maken ‘onze manier van straffen’ dus van nabij mee. Wat valt je dan op aan de wijze van straffen die wij als samenleving normaal of minstens acceptabel vinden? Onze manier van straffen bevat zes essays van geestelijk verzorgers werkzaam bij justitie, essays die voortkomen uit een learning community van geestelijk verzorgers. Onder begeleiding van prof. dr. Theo de Wit, stafl id van het Centrum voor Justitiepastoraat, daag den zij elkaar uit om scherp onder woorden te brengen wat onze strafmethoden inhouden, wat zij met mensen doet, en welke rol zij zelf spelen als onderdeel van dit strafsysteem. Wie de essays overziet, constateert dat hier zes auteurs aan het woord zijn, die vanuit een intiem en vaak langdurig contact met de detentiewerkelijkheid evenzovele dimensies van de gevangenisstraf als geleefde ervaring beschrijven. Ze gaan over het isolement waarin je als gedetineerde terecht komt, over vernedering als onlosmakelijk onderdeel van straf, over afhankelijkheid, over het jargon van de tbs, over levenslang, en over een vorm van vrijheid die je als gedetineerde toch houdt. De essays zijn geschreven vanuit een attitude die je nog het best kunt omschrijven als een combinatie van empathie, mededogen en realisme. De geestelijk verzorgers beschouwen zich als deel van het collectief waarnaar wordt gewezen in de uitdrukking ‘onze manier van straffen’. Tegelijkertijd achten zij het hun plicht en eisen zij ook het recht op, kritisch na te denken over ons strafsysteem, de evidenties die daarin worden meegenomen en die dag na dag worden gereproduceerd en overgedragen, alsmede hun eigen rol daarbij. Deze bundel is een uitgave van het Centrum voor Justitiepastoraat (CJP). Het CJP is een samenwerking tussen de Protestantste Theologische Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Het centrum verricht wetenschappelijk onderzoek en biedt onderwijs op het terrein van het justitiepastoraat.

image1

Onderwijs in Nederlands-IndiŽ
N.S. Efthymiou

Dit boek is een studie over een aspect van het constitutionele recht voor Nederlands-Indië, en wel over het onderwijs in Nederlands-Indië in de periode 1602-1942. Het boek geeft een beschrijving van dit aspect en beoogt het aspect te typeren. Om de beschrijving en de typering begrijpelijk te maken gaat aan de studie over onderwijs in Nederlands-Indië een korte behandeling vooraf van algemene kenmerken van constitutioneel recht voor Nederlands-Indië. N.S. Efthymiou is universitair docent staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

image1

Digital Evidence Changing the Paradigm of Human Rights Protection
Salvatore di Cerbo

In a “digital world” like ours, vast Information and Communication Technology (ICT)
infrastructures are highways where run extensive flows of information, dictating the
rhythm of our day-to-day lives. Such a deep influence, close to be an addiction for us, turns
ICT an unquestioned feature of modern life. These premises well portrait the landscape in which the diverse spectrum of actors
committed to promote, defend and restore the human rights operate. Therefore, the risk is
to mistake the means with the ends; but, even if the subject of this work, Digital Evidence,
is technology-related, the purpose of the study is the goal to which it tends: human rights
and their protection. Moreover, the wide diffusion of “capturing devices” that allow the documentation of human
rights abuses throughout massive streams of data from diverse sources will raise new
needs: in primis a careful collection and interpretation of the most relevant ones, and then
the establishment of mechanisms to ensure the validity and reliability of newly acquired
information. The whole chain that connects all the required steps in order to turn digital data into
“digital legal evidence” relevant for the protection of human rights, represents a challenge
for human rights practitioners, as individual activists, as well as organizations. Every single
step is fundamental: collection, management, preservation, analysis and security of data,
along with an effective communication and strategic use of evidence. Twitter tweets, Facebook and Blogs posts, Instagram photos and Youtube videos, even
when considered too weak for a conviction to be founded on, can play an important
role outside of a courtroom, establishing the grounds for prosecution indictments or, in
general, creating awareness of human rights abuses. Consequently, new forms of human rights activism, like the so-called “hashtag activism”,
pass through social media and have the power to generate a real change at both legal and
awareness level. The risk to be avoided is to mortify this power using social media as a
shortcut to be politically active or socially trendy making a mere “clictivism”. Hence, the core of this work revolves around the pivotal question of legal sufficiency of
the digital means employed in recording human rights abuses and the consolidation of
standards and procedures regulating the admissibility of collected evidence in the court of
law. The purpose is to provide an answer from a tri-folded point of view. The U.S. legal system leads in the regulation of the requirements for digital evidence to be
admitted at trial; nonetheless, also International courts like ICC, ICTY and ICTR follow
rules and procedure for that purpose, based on authenticity, protection of privacy, chain
of possession and reliability of the electronic evidence. At the European level, instead, the
lack of a common legislation relevant to the admissibility of d-evidence at trial required a
comparative study of the respective provisions contained in many Europeans countries’
procedural law. For these three levels a special attention is reserved to the analysis
of the lifecycle of digital evidence, from the creation and use of digital digital human
rights documentation for immediate purpose to its later admission as evidence in legal
proceedings, as well as to the authentication issue. At the last stage a collection of the most relevant case law form the principal U.S. courts
and International courts is provided.

image1

Ad Fundum
C.L. van Blom & E.J.M.F.C. Broers (eds.)

On 12 and 13 December 2013, the Department of Public Law, Jurisprudence and Legal History at Tilburg Law School convened an international conference on legal history in honour of Dr. Olga Tellegen-Couperus, who in August of that year had formally retired from Tilburg University after 36 years. Colleagues and friends came from the Netherlands and from all over Europe to celebrate their years of professional exchange and comradeship with Olga. During two enthralling days, those who had known Olga for years and had developed long standing friendships with her mingled with other participants, including Olga’s PhD students. The different topics discussed mirrored Olga’s broad interests in proper legal history, Roman law, rhetoric and Common Law. All possible intertwining relations between those legal disciplines were brought forward in sound scholarly presentations, discourses and humorous talks. All participants took pleasure in sharing their academic research, engaging in debate and enjoying each other’s company. At the close of the conference, the plan was devised to capture the good atmosphere of the gathering in a booklet. After some preparation, we are now proud to present Ad Fundum, a liber amicorum for our beloved and highly respected colleague, Olga Tellegen-Couperus. The title of this festschrift is a true reflection of the thorough and enthusiastic way in which Olga committed herself to her academic career.

image1

Recht en armoede
Sarah van Kampen & Michael Milo (eds.)

Recht en armoede – in een zestal bijdragen wordt de verhouding tussen beide vanuit verschillende juridische disciplines geadresseerd. Armoede als blijvend actueel maatschappelijk onderwerp raakt allen, die het recht beoefenen in praktijk en in theorie, in wetgeving, rechtspraak en in het rechtsgeleerd onderzoek. Law and poverty - relations between both domains are explored in six contributions (two English), from various legal perspectives in the Dutch and South African jurisdiction. The theme is of continuing importance and calls upon lawyers - judges, legislators and professors alike.

image1

Solving Statelessness
Laura Van Waas & Melanie Khanna (eds)

Interest in statelessness has been steadily increasing since the late 1990s – within academia, among governments, at the UN and among civil society organisations. Research projects, mapping studies and doctrinal discussions have helped to clarify the challenges faced and our understanding of what is at stake. This has led to a fresh sense of purpose in addressing the issue and there is now a growing international movement engaged in finding solutions, spurred on by the UNHCR-led #IBelong Campaign to End Statelessness by 2024. Making meaningful progress towards this goal demands a new and more ambitious approach, one that moves beyond stocktaking to inspire solutions. As Volker Türk outlines in his introduction to this ground-breaking publication: “The global debates have moved beyond the need to explain the problem and its causes and consequences. The time has come to accelerate the momentum to implement durable solutions effectively.” The essays which have been collected in this edited volume all approach statelessness from a solutions perspective, looking at what is being done, and what more can be done, to address the issue. The first part of the book has a thematic focus, exploring perspectives, tools and techniques for solving statelessness which are relevant across different countries and regions. Chapters in the second part each have a regional focus, exploring region-specific challenges, developments and innovations set against the backdrop of the broader context of a global campaign to solve statelessness. With contributions from both scholars and practitioners, the book is likely to be of interest to anyone engaged in studying or implementing solutions for statelessness, including researchers, government policy-makers, staff of international or regional inter-governmental bodies and UN agencies, grass-roots and international civil society organisations, legal practitioners and advanced-level students.

image1

Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen?
M.R. Bruning, T. Liefaard, M.M.C. Limbeek & B.T.M. Bahlmann

Jaarlijks verlaten naar schatting enkele honderden kwetsbare jongvolwassenen de kinderbescherming. In de praktijk bestaan zorgen om deze jongvolwassenen die na afloop van een kinderbeschermingsmaatregel over onvoldoende capaciteiten beschikken om geheel zelfstandig te functioneren in de maatschappij. In dit boek staat centraal hoe het bestaande juridische instrumentarium voor (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar eruit ziet en in hoeverre het mogelijkheden biedt om kwetsbare jongvolwassenen uit de kinderbescherming te blijven begeleiden of behandelen na het bereiken van de meerderjarigheid. Tevens verschaft dit boek een antwoord op de vraag of dit juridisch instrumentarium en de toepassing daarvan in de praktijk aanleiding geeft tot voorstellen tot aanpassing en zo ja, tot welke.   Het boek is relevant voor beleidsmakers en professionals werkzaam met jongeren en jongvolwassenen in en rondom de jeugdhulp, alsmede voor wetenschappers en studenten op het terrein van jeugd(gezondheids)recht, jeugdbescherming en jeugdhulp en het ter rein van mensenrechten in relatie tot gedwongen hulp.   Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder de verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Het onderzoek werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma’s ‘Coherent Privaatrecht’ en ‘Effective Protection of Fundamental Rights in a Pluralist World’.

Other interesting publications: